5e zondag in de paastijd (1999)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Het beeld van de wijnstok en de ranken is geen beeld uit onze ervaringswereld maar we zien best waar het om gaat: verbondenheid. En we weten allemaal dat je verbonden voelen met anderen een voorwaarde is om te kunnen leven, zinvol en gelukkig te kunnen leven. Het kan gaan om familiebanden, vriendschapsbanden, banden van werk, verenigingen, sportclubs, bijvoorbeeld. Daar spreekt men vaak van teamgeest. Teamgeest, die term zegt ons wellicht nog veel meer dan verbondenheid.
Verbondenheid zou je passief op kunnen vatten, banden die er nu eenmaal zijn, maar teamgeest suggereert een aktieve betrokkenheid. Teamgeest vraagt dat je niet voor jezelf speelt maar voor het team, voor de groep. Teamgeest kan vragen dat je je inzet en soms opoffert voor een gezamenlijk doel. Bij een voetbalwedstrijd gaat het er niet om hoeveel doelpunten een individuele speler maakt maar of het team de wedstrijd wint. Bij wielrennen heb je knechten die al hun krachten geven, niet om zelf te winnen, maar om de eerste man van het team te ondersteunen.
Die teamgeest zou ook in het gewone leven moeten bestaan, overal waar mensen met elkaar leven en werken. Die teamgeest vraagt dat je niet voor je eigen belangen alleen leeft maar ook steeds aandacht hebt voor het welzijn van alle anderen in de groep, in de gemeenschap. Die teamgeest zou ervoor moeten zorgen dat niemand buitenspel komt te staan, dat er geen buitenbeentjes zijn die buiten de groep vallen en erbuiten gehouden worden. Die teamgeest vraagt dat persoonlijke sympathieën of antipathieën opzij gezet kunnen worden om als groep, als gemeenschap te kunnen funktioneren.
Jezus heeft het woord teamgeest nooit gebruikt, dat bestond in die tijd ook nog niet, maar het is wel het wezen van heel zijn boodschap. Het wordt verwoord in termen als liefde, je dienstbaar maken, je ondergeschikt maken aan de ander. Het zit ook in het beeld van de wijnstok en de ranken.
Hier gaat het wel direct om de verbondenheid rond de persoon van Jezus: die verbondenheid is een levensvoorwaarde: zonder mij kunnen jullie niets. Nu kun je natuurlijk zeggen: zonder Jezus kun je best leven, massa's mensen doen dat. Klopt! Maar hier gaat het niet om zomaar leven, hier gaat het om leven in het koninkrijk van God, over leven in verbondenheid met elkaar, om een goede teamgeest. En die teamgeest kun je alleen levend houden als je je steeds weer laat inspireren door Jezus. Je verbonden voelen met Jezus moet beleefd worden in het luisteren naar zijn boodschap, je door hem laten gezeggen. Het moet beleefd worden in een biddend samenzijn zoals nu.
Elke eucharistieviering is uitdrukkelijk een viering van verbondenheid, niet alleen in de communie, maar ook in het samen luisteren naar zijn boodschap, in het samen bidden en zingen. Maar die verbondenheid moet ook vrucht dragen, moet inspireren tot verbondenheid met elkaar. tot teamgeest in de geloofsgemeenschap. En dat is in onze tijd vol individualisme en ieder voor zich een enorme grote opgave, ook in een geloofsgemeenschap zoals wij dat als parochie zijn. Enerzijds is er een hele fijne teamgeest tussen de velen die actief betrokken zijn bij het parochiegebeuren, anderzijds zie je veel mensen langs de kant staan en lijkt die verbondenheid iets heel vaags te zijn.
Morgen doen weer een groep kinderen hier de eerste communie. Dat betekent dat er tot hen gezegd wordt: jullie horen er ook bij, bij onze geloofsgemeenschap. Jullie mogen nu ook mee doen als we hier onze verbondenheid met Jezus en elkaar vieren rond brood en wijn. Maar ik vraag me wel eens bezorgd af: wat betekent die verbondenheid eigenlijk, of meer nog: wat gaat die verbondenheid betekenen. Hoe gaan de kinderen dat zien en ervaren. En als ze daar niets van ervaren, dan ligt dat niet aan de kinderen, maar wel aan de geloofsgemeenschap en het gezin waarin ze opgroeien. Wij als parochie moeten samen met de ouders daarin voorgaan, maar als wij die verbondenheid niet echt voelen, echt beleven, hoe kunnen we die dan doorgeven. Ik heb er geen antwoord op, u denk ik ook niet, maar het is wel een zorg dat ons allemaal aangaat.