Getuigen van de goede herder (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
In de zondagen na Pasen zijn er twee lijnen in de lezingen:
de ene lijn is die van de eerste lezing uit de Handelingen van de apostelen, die gaat over de periode na Pasen en vooral over de dag van Pinksteren. Daarin zien we hoe de bange leerlingen die Jezus in de steek hebben gelaten die zich na zijn dood opsluiten met de deuren en ramen gesloten, nadat met Pinksteren heilige Geest over hen gekomen is, vrijmoedig naar buiten treden, en dat kennelijk zo enthousiast doen dat de inwoners van Jeruzalem denken dat ze dronken zijn. "Nee hoor", zegt Petrus "om negen uur 's morgens zijn wij nog niet dronken. Wat u hier ziet en hoort is waarover de profeet Joël sprak hoe in de eindtijd alle mensen vervuld van Gods Geest zullen profeteren, als alle mensen, jong en oud, man en vrouw, Gods woord zullen spreken.
Luister daarom naar onze boodschap: Jezus is uit de dood opgestaan, dezelfde Jezus die (mede) door jullie (leiders) is gekruisigd. Over hem sprak David al in de Psalmen dat God zijn dienaar niet zou overlaten aan het dodenrijk, maar wegen ten leven zou wijzen. Welnu, luister, volk van Israël: Dat is waar geworden in Jezus Messias."
Veel van de luisteraars zijn onder de indruk en stellen de vraag die ook aan anderen zoals Johannes de Doper is gesteld: "Wat moeten we doen?" Het antwoord is ook nu hetzelfde: "Bekeer je, maak een nieuw begin, laat God met jou een nieuw begin maken." Alleen voegt Petrus er dit keer aan toe: "Laat je dopen in de naam van Jezus." Velen geven gehoor aan deze oproep, lieten zich inspireren, overtuigen en dopen, wel drieduizend op die dag van Pinksteren, zegt de eerste lezing vandaag.
Zo wordt (be)waarheid wat Jezus voor zijn hemelvaart had voorzegd: "Wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuige zijn in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde." (Handelingen 1, 8)

De andere lijn op de zondagen na Pasen was tot nu toe dat we verhalen hoorden over verschijningen van Jezus na zijn verrijzenis, verhalen van het lege graf tot leerlingen die de verrezen Heer ontmoeten en gaandeweg gaan herkennen. Die twee lijnen horen bij de tijd van Pasen. De bedoeling is dat wij mensen worden die leven van de verrijzenis die met de eerste leerlingen de levende Heer ontmoeten en in woord en daad van hem getuigen. Die tweede lijn uit de verschijningsverhalen wordt vandaag onderbroken, om opnieuw Jezus te gedenken is wiens boodschap wij nu moeten voortzetten.
Op de vierde zondag lezen we daarvoor elk jaar uit het tiende hoofdstuk van het Johannesevangelie. Omdat Jezus in dit hoofdstuk naar voren komt als de goede herder die de schapen van zijn kudde kent, is deze zondag Roepingenzondag gaan heten, omdat het roepen van de herder werd toegespitst en versmald tot de kerkelijke roepingen tot het priesterschap, het religieuze leven en later het diaconaat. Nu zult u mij zeker niet horen zeggen dat dit niet belangrijk is - ik weet wel beter - maar het risico bestaat dat we hierdoor de boodschap van het evangelie niet meer verstaan, onze roeping als leerlingen van Jezus.

In het Johannesevangelie staan zeven uitspraken van Jezus die beginnen met "IK BEN". U kent er zeker een aantal van:
Ik ben het levende brood (6, 35.48.51)
Ik ben het licht voor de wereld (8, 12. 9, 5. 12, 46)
Ik ben de deur (voor de schapen) (10, 7 en 9)
Ik ben de goede herder (10, 11.14)
Ik ben de verrijzenis en het leven (11, 25)
Ik ben de weg, de waarheid en het leven (14, 6)
Ik ben de (ware) wijnstok (15, 1.5)
Zeven uitspraken omdat het heilige getal zeven, zoals de zevende dag van de schepping staat voor de voltooiing, en daarmee verwijst naar de Messias.

Nu roepen de woorden "Ik BEN" bij elke Jood, en als het goed is ook bij christenen, onmiddellijk de associatie op aan de Godsnaam, de Naam waarmee God zichzelf aan Mozes bekendmaakte: "IK BEN die is" of "Ik zal er zijn". Die Naam is zo heilig dat die in het Hebreeuws door Joden nooit wordt uitgesproken. De evangelist Johannes gebruikt deze Naam van God met deze zeven woorden te laten zien wie Jezus is. Niet dat er geen onderscheid is tussen Jezus en God, die hij zijn Vader noemt, want dat is er wel, maar Jezus is hier - met een uitdrukking van Nico ter Linden - 'sprekend zijn Vader'.

Er zijn ook mensen die zeggen dat we die "IK BEN"-uitspraken steeds zo moeten blijven verstaan dat ze allereerst niet over Jezus, maar over God gaan, dat we dus steeds blijven zien dat God, de bevrijder van Israël, het levende brood is, het licht van de wereld, de goede herder, de verrijzenis en het leven. Dat lijkt me heel terecht. Zo zeggen de Psalmen meermaals dat God de herder van Israël is, degene die verantwoordelijk is voor zijn volk en zorg voor hen draagt. De "IK BEN"-woorden laten ons dus allereerst zien wie God is, maar Johannes wil ons in zijn evangelie laten zien hoe deze God zichzelf heeft geopenbaard in Jezus. Daarom horen we Jezus ook regelmatig spreken over de eenheid en de liefde tussen de Vader en hem.

Vandaag horen we Jezus dus zeggen: IK BEN de deur (voor de schapen). Ook deze uitspraak benadrukt allereerst de band tussen de bevrijdende God van Israël en Jezus. Maar het evangelie van vandaag gaat niet alleen over de band van Jezus met de Vader, maar ook over zijn band met wie aan zijn zorg zijn toevertrouwd, voor wie hij zich verantwoordelijk weet, voor wie hij, Zoon van de Vader, de goede herder is. Daarbij kunnen we denken aan de leerlingen toen; aan al het volk dat naar hem kwam luisteren; aan mensen als de blindgeborene, die door de herders van die tijd, hun leiders in de kou werden gezet; en ook aan onszelf. Zo is Jezus de schakel, de verbinding, onze toegang tot de Vader, de deur. Anders gezegd, als we uit de mond van Jezus horen: "IK BEN de deur", dan mogen we daarin allereerst verstaan hoe God voor ons de deur is naar geluk, naar een geliefde mens zijn, dat wij, ieder van ons, persoonlijk gekend zijn bij onze naam, geroepen door de stem van de goede herder, die hart voor ons heeft.
Een deur kun je gebruiken om te openen, om toegang te krijgen tot een andere ruimte, een andere wereld. Die deur biedt God ons in Jezus. Een deur kunnen we ook gebruiken om af te sluiten, om te beschermen, om veiligheid te bieden. Zo is Jezus ook de deur naar God waarachter we mogen schuilen, ons hart uitstorten bij God, ons veilig weten en troost en bescherming vinden.
Misschien kan het ook vruchtbaar zijn om eens na te gaan wie in ons leven de dieven en de rovers zijn. Dit is op vele manier in te vullen, bijvoorbeeld ook: wat zijn voor ons tijdrovers? Waar besteden we aandacht aan, wat vinden we belangrijk in ons leven,
en wie of wat houdt ons hier vanaf?

Waar wij - ook in onze kerk - leven vanuit de bevrijdende liefde van Jezus en zijn en onze Vader, ontstaan vanzelf een klimaat waarin mensen zich geroepen weten, om in een kerk met deuren zonder drempels, op hun manier te delen in het herderschap van Jezus.