De poort naar een nieuwe toekomst (2008)

Hebben jullie het ook gelezen:
misschien komen er weer wolven in Nederland.
Een leuk plan hè? Als je gezellig zit te picknicken
aan de Oostvaardersplassen komt er eentje aan
en hup daar is een van de jongens of meisjes
van het Bavokoor opgegeten.
Ik moet er niet baan denken.

Op deze 4e paaszondag lezen wij ieder jaar
een gedeelte van het hele lange verhaal in Johannes 9 en 10 over het herderschap.
Het meest bekende is Jesus' uitspraak: IK BEN DE GOEDE HERDER.
De goede herder beschermt zijn kudde tegen de wolven.
Herder zijn is een moeilijk vak!
Het evangelie van vandaag spreekt uitdrukkelijk over de valse herders,
mensen die niet goed 'herderen' en die liever de baas spelen over anderen.
In Jesus' dagen waren er velen achter wie men aan kon lopen.
Leraren die de mensen in hemelse sferen afleidden
maar ook zeer aardse leraren, aanvoerders van Guerilla-bewegingen
tegen de romeinse bezetting van die dagen.

Goed ‘herderen’ is een vak.. zei ik.
Er zijn ook hele slechte herders geweest en nog. Mugabe en anderen.
Slechte leiders zijn er altijd.
En denk ook maar aan het drama enkele jaren geleden in de Verenigde staten
toen honderden volgelingen van een sekteleider
zich levend verbranden lieten in opdracht van hun meester.
Johannes beschrijft Jesus als degene die goed ‘herdert’
en die mensen werkelijk kan binnenleiden in een nieuwe wereld.
Als een nieuwe Mozes leidt Hij mensen naar de vrijheid...
naar de bekende grazige weiden.

Johannes de evangelist gaat in zijn 9e en 10e hoofdstuk
als een soort televiesieregisseur met een TV-camera te werk.

Eerst 'zoomen wij in' op de goede herder zelf.
Daarna op het hele beweeglijke gebeuren rond herder,
schaapstal, kudde en de wei buiten.
En als je dan de stoeten schapen ziet passeren
die een kostelijke toekomst tegemoet gaan zoomt de camera weer in:
plotseling staat de camera even stil: daar is de deur.
En Johannes, de cameraregisseur denkt: DAT IS HIJ OOK!
Dus horen we opeens die raadselachtige uitspraak van Jesus: IK BEN DE DEUR.

Hij is de deur, Hij staat tussen de binnen- en de buitenwereld in.
Wie door die deur wil gaan trekt een goede toekomst tegemoet.
De poorten van het heil zullen opengaan. Jesus is zo'n poort. 
Een vreemde beeldspraak? Misschien maar het is allemaal heel bevrijdend.
Er is toekomst, we kunnen de wereld in
om daar te gaan weiden in grazige weiden
en vrolijk en opgewekt te gaan doen wat ons te doen staat.

Een afrikaanse theologe,
op bezoek bij de theologische universiteit in Utrecht zei eens:
'het lijkt wel of het geloof voor jullie een last is,
jullie zuchten en kreunen om jullie geloof:
voor ons is het geloof een bron van vreugde en inspiratie:
we zijn blij met God op weg te mogen gaan.'

God geeft ons veiligheid in de schaapstal.
Hij gunt ieder schaap zijn eigen ruimte: er is veiligheid en troost:
er is ruimte voor velen.
Wees zeker van de veiligheid die je Heer je wil bieden,
je kunt altijd bij Hem terecht maar
Jesus is de poort naar de ruimte toe!
De deur staat open!
Die deur die openstaat lijkt ons te zeggen:
durf ook naar buiten te gaan! Ga vertrouwvol je eigen weg.
De deur staat open.. je bent zelfstandig, je bent vrij om te kiezen.

En dan kom ik bijna vanzelf op de roepingenzondag die we vandaag ook vieren.
De zondag  waarop we samen nadenken over onze verantwoordelijkheid in de kerk.
De zondag waarop we bidden om nieuwe jonge voorgangers in ons midden.
Het is noodzakelijk dat er steeds jonge mensen zijn,
mannen en vrouwen die zich inzetten voor het pastorale werk.

De geschiedenis van God met de mensen moet doorgaan.
Hoe zal die geschiedenis verder gaan? Is er reden tot bezorgdheid?
Ja die is er. Maar er is meer.
We leven in een tijd waarin vele, zeer vele mensen actief zijn in de kerk,
meer wellicht dan vroeger. Het is de tijd van de vele vrijwilligers...
zoveel zijn er nooit geweest. Is er dan ook geen reden tot hoop?

Ja, als wij volharden.
Iedere dag opnieuw moeten wij volharden
EN OOK WEER NIEUWE STAPPEN durven zetten:
iedere dag opnieuw gaan er nieuwe deuren open.

We hopen en bidden om een kerk waarin wat minder gesloten
en wat meer geopend wordt.
We hopen dat er altijd mensen zullen zijn
die de poorten van het heil willen openen door hun durf.

We hopen en bidden dat er altijd mannen en vrouwen zullen zijn
die de mensheid zullen voorgaan naar een nieuwe toekomst
waarin menselijkheid en vrede te vinden zullen zijn,
waar de gerechtigheid straalt als een zon aan de hemel
waar vriendschap is en liefde.

Op deze ‘Goede Herder-zondag’ denken wij –zei ik zojuist-
na over en bidden voor roepingen voor het kerkelijk werk:
we kunnen niet zonder voorgangers en voorgangsters.
Samen, voorgangers en parochianen zijn wij kerk!

Parochiebestuur en pastores vragen deze week ook uw aandacht
voor de P.C.I (Parochiele Charitas Instelling). U leest daar meer over
in de nieuwsbrief van deze week.
Wij zijn trots op de ontwikkelingen binnen die instelling.

Steeds meer slagen ze er in parochianen
die bijzondere aandacht behoeven bij te staan.

Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’
Het zou heerlijk zijn als ze van ons in de Bavo zouden zeggen:
‘zie hoe goed die mensen zorgen voor elkaar.’

Naast de dienst aan de wereld (de vastenaktie bracht ruim 3 ½ Euro op!)
is er ook de zorg voor elkaar, hier wonend in één stad.
Het gaat niet aan de zorg voor mensen in nood elders
en voor de mensen in nood dichtbij tegen elkaar uit te spelen.
Ze vullen elkaar aan. Het een niet zonder het ander.

Tenslotte als teken van de nabijheid van de goede herder
in deze schaapstal delen wij hier het altaarbrood.

En als er van dat brood over is bewaren wij dat
in het tabernakel daar in de Sacramentskapel.

Deze week is er heel wat te doen over de Olympische vlam
die zo nu en dan uit moet worden geblazen.

De vlam is bedoeld is symbool van eenheid tussen de mensen
maar het symbool werkt dit keer niet zo goed.

Vandaar dat ik daartegenover denk aan een andere vlam
aan het vuur van Pasen dit jaar
en ook aan dat kleine vuurtje, dat kleine licht;
het licht van Godslamp die brandt in de sacramentskapel hiernaast.

Die vlam brandt nu al honderdentien jaar
en gaat nooit uit.

Die vlam die brandt in onze grote schaapstal
is het teken van Gods trouw aan ons
.
Hij laat ons niet los
Hij is er voor ons altijd
dag en nacht:
en Herder die van ons, zijn schaapjes houdt.

Vertrouwen wij op hem en zijn wij zorgzaam voor alkaar
dan zal God licht over ons opgaan
en wij zullen elkaar tot zegen zijn
tot in lengte van dagen.
 Zo moge het zijn, Amen!