4e zondag in de paastijd A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Ik ben deur, zegt Christus. Op het eerste gezicht een wat vreemde uit­spraak. Hoe moet je dat verstaan? Zijn andere uitspraak in het evangelie van vandaag is gemakkelijker en vertrouwder: Ik ben de goede Herder. Daar kun je je nog iets bij voorstellen. Misschien dat we daarom meest­al bij die tekst blijven steken en preken op Roepingenzondag. Ik ben deur, zegt Christus.

Bij mij kwam een heel oude en dierbare herinnering naar boven. Ik was achttien toen ik thuis de deur uitging. Het was de voormiddag van die dag in september dat ik naar het seminarie zou gaan. Voor mij en mijn ou­ders een moeilijke dag en als ik het nu vertel voel ik nog die buikpijn die ik toen had. We zaten bij elkaar aan de keukentafel. De koffer was gepakt. Zo'n moment waarop je elkaar nog eens even diep in de ogen kijkt. Mijn moeder zei toen iets wat voor mij enorm belangrijk is geble­ven. ‘Denk erom, Johan', zei ze, ‘Wat er ook gebeurt... Onze deur staat altijd voor je open. Je hoeft daar geen vijf minuten tegen je zin te blij­ven!'. En de buikpijn was over. Ik ben weggegaan. En met mij mee ging het veilige gevoel dat in die paar woorden lag. Die opmerking gaf me niet alleen de zekerheid dat ik altijd kon terugkomen. Want elke deur heeft een binnen- en een buitenkant: het gaf me de moed die grote stap naar buiten te zetten.

Ik ben deur, zegt Christus. Ik geef veiligheid en geborgenheid. Maar Ik sluit je niet op. Ik geef je alle vertrouwen en alle vrijheid om je eigen weg te gaan. Je kunt het aan, want je kunt op Mij terugvallen en steu­nen. Je hoort bij Mij. Hier kun je tot jezelf komen. En in die veilige zekerheid is het mogelijk een eigen weg te vinden en te gaan.

Het evangelie van vandaag zegt iets over Christus, maar ook - altijd - iets over ons, zijn volgelingen, zijn kerk. Levend in het oude huis van de rijke tradities, opgevoed in veilige zekerheden van het geloof... Maar dat is nog maar tot daar aan toe. Ik ben deur. En ga maar gerust. Je toekomst ligt buiten. Je kunt het aan, want je kunt altijd op Mij terug vallen. Ik stuur je op weg naar de toekomst van God. Geloven is - in de joodse traditie die we hebben geërfd - altijd intocht én uittocht. En je zult het rijk van God alleen maar binnengaan als je ook de uittocht uit jezelf aandurft. Als je je niet alleen maar veilig opsluit bij de vleespotten van het verleden, maar ook voorop wilt gaan in bevrijdend han­delen uit slavernij. Een moeilijke weg, die je hooguit aankunt als er een veilig thuiskomen is bij Hem die zegt: Ik-zal-er-zijn.

Vandaag, op Roepingenzondag, gaat het niet alleen over goede herders voor de Kerk. Het gaat om een gelovige houding van onze hele gemeen­schap. In de tijd tussen Pasen en Pinksteren zitten de leerlingen een lange tijd achter gesloten deuren. Zoals wij opgesloten kunnen raken in kerkelijke bekrompenheid, politieke machteloosheid, leven achter de gesloten deuren van ons eigen gelijk. Het is de Geest die Petrus de moed en het vertrouwen geeft de deuren open te gooien en naar buiten te komen. Het nachtslot van de angst mag er af, ook in onze dagen, want Ik-zal-er-zijn. God zelf staat achter ons. Geroepen naar buiten, uit het graf, uit de kerkers van haat, ruzie, oorlog. Uit de gesloten deuren en gesloten harten van ‘jij komt er bij mij niet meer in.

Ik ben deur, zegt Christus. En zouden jullie als kerk elkaar en de wereld in mijn naam toegang kunnen geven tot die ruimte van leven? Dan zijn we goede herders, open deuren voor elkaar...