In veel van die uitdrukkingen gaat het over deuren die de toegang versperren. Wij zijn soms ook bang dat wij voor een gesloten deur komen te staan, dat je dus niet welkom zult zijn, dat je niet binnengelaten wordt. Je kunt drempelvrees hebben en liever een ander de kastanjes uit het vuur laten halen: ga jij maar eerst, doe jij maar het woord. Jezus is een deur die altijd openstaat, voor Hem hoef je niet bang te zijn, bij Hem mag je in- en uitgaan zoals bij de beste buren. Bij Hem klop je nooit tevergeefs aan.
In onze onherbergzame wereld, waar de deuren uit angst gesloten worden, hebben wij open deuren nodig. Ik houd van een open deur, van een eenvoudige achterdeur, waarlangs je zomaar naar binnen kunt lopen zonder eerst te vragen of je wel gelegen komt. Daarom houd ik ook van grote kerkdeuren, die wagenwijd openstaan en verwijzen naar het hemels Jeruzalem, dat zoals Johannes schrijft in de Openbaring (21,12-25) twaalf poorten heeft. Waar die deuren openstaan, hoef je geen drempelvrees te hebben, daar kun je je op je gemak voelen, daar kun je thuis zijn.
Toen mijn ouders in een nieuw huis gingen wonen, stuurde mijn moeder mij een huissleutel, zodat ik dag en nacht binnen kon, want het zou toch te erg zijn als ik ooit voor een gesloten deur zou komen te staan. Diezelfde zorg heeft Jezus ook: bij Hem zullen wij nooit voor een gesloten deur komen te staan. "Komt allen tot Mij," zegt Hij. Als Jezus zo is, dan zou zijn Kerk ook zo moeten zijn. Dan zou de kerk ook een huis met een open deur moeten zijn, waar iedereen welkom is, waar iedereen, arm en rijk, gezond en ziek, vreemdeling en zwerver, huisgenoot van God kan zijn. De open kerkdeur moet ons zeggen: Je bent hier allemaal welkom, je wordt hier verwacht, je mag hier thuis zijn. De kerk zou iedereen levensruimte moeten geven, waar het goed is om te wonen. De Kerk, die geboren is uit de geopende zijde van Jezus, moet openstaan voor het leed van mensen. Zij mag niemand buitensluiten. De liefde en solidariteit die zij verkondigt, moeten zich uitstrekken tot alle mensen. Ook als je fouten begaan hebt die andere mensen niet kunnen of willen vergeven, dan nog moet de Kerk de genade en de vergeving van Jezus aanbieden. Ook voor mensen die geen uitweg meer zien, die nergens meer een thuis kunnen vinden, mensen die niemand meer binnenlaat, ook voor hen moet de kerkdeur openstaan.
Maar het is een onloochenbaar feit dat de Kerk nog te veel deuren sluit. Daarom heeft ook de Kerk bekering nodig. Maar die Kerk zijn wij: op de allereerste plaats moet ik een open deur zijn...