4e zondag in de paastijd A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Zoals vele andere beesten hebben ook schapen een geoefend oor: ze herkennen feilloos de stem van hun baas. Schapen luisteren naar hun herder, een vreemde zullen ze niet volgen.

In de bijbelse teksten worden koningen vaak herders genoemd; trouwens allerlei mensen die leiding geven aan anderen, voor­gaan en richting wijzen, worden in de Bijbel wel eens herder genoemd. En eigenlijk is het nog altijd zo. Ieder aan wie de zorg van anderen is toevertrouwd, is eigenlijk een herder.

Niet alle herders zijn betrouwbaar, zegt Jezus, er zijn goede en slechte leiders. Een goede herder is het te doen om het geluk van de hem toevertrouwde kudde. Hij holt niet ver vooruit, maar hangt ook niet helemaal ergens achteraan. Hij moet te vinden zijn tussen hen, met de meeste aandacht voor de zwaksten. Een slechte herder is degene die de kudde gebruikt om er zelf beter van te worden. Dan ben je maar een huurling die geen hart heeft voor de schapen. Zulke herders noemt Jezus vandaag dieven en rovers. Via de achterdeur werken zij zich achterbaks omhoog en het is hen alleen te doen om macht over de kudde, harde discipline, geld en aanzien.

‘Ik', zegt Jezus, ‘ben de deur voor mijn schapen'. Dat lijkt raar gezegd, maar als een herder in Jezus' dagen ‘s avonds bij de schaapskooi kwam, ging hij wijdbeens voor de opening staan en elk schaap kroop tussen zijn benen door. Zo telde de herder zijn schapen, één voor één, en als hij er eentje miste ging hij op zoek. Want goede herders zijn niet degenen met de grootste en gehoorzaamste kudde. Goede herders zijn zij die op zoek gaan naar wie niet willen luisteren en zijn zoekgeraakt. Goede her­ders schrijven nooit iemand af. ‘Ik ben de deur voor de schapen' zegt Jezus. Hij telt ons één voor één en iedereen telt mee bij Hem.

Wij allemaal die met mensen omgaan en leiding geven in het gezin, op het werk of binnen een vereniging, wij zijn allemaal ertoe geroepen goede herders te zijn voor allen en met aandacht voor iedereen, één voor één.

We zijn echter ook allemaal deel van een kudde. Soms zijn we herder, soms worden we geleid. Maar we hebben er vandaag de dag moeite mee te worden vergeleken met een schaap, een on­mondig schaap. Dat is begrijpelijk, maar toch... Soms lijken we er wel eens op: soms is er veel geschreeuw onder ons en weinig wol. En net als schapen zijn we kwetsbaar en hunkeren we naar grazige weiden en we zoeken allemaal graag veiligheid bij el­kaar, geborgenheid bij iemand die ons door en door kent.

We zijn wezens die samentroepen en samenscholen. Maar we willen ook geteld worden, één voor één gekend worden. We zoe­ken naar een luisterend oor, een weldadige stem, een herder met een hart.

Jezus zegt: Ik ben zo'n herder, Ik wil jouw geluk, Ik wijs je de weg... luister naar mijn stem. Maar Ik stuur jullie ook op weg, zegt Hij. Wees ook een herder voor elkaar, een deur naar geluk en behoed elkaar voor verdriet.

En de kerk moet de schaapskooi zijn. Geen afgesloten schuur, maar een huis met een open deur. Geen hokjesgeest en schapen aan de ketting. Maar een open loopstal waar de oren gespitst worden om te luisteren naar zijn stem, de stem van de goede herder...