4e paaszondag A (2014)

"Ga eens naar de Vredes!", zei een goede kennis tegen me. Een advies wat ik u hier vanmorgen niet hoef te geven. Jaren geleden kwam ik hier voor het eerst. Een goede kennis van mij had me aangeraden hier eens heen te gaan. Ik woonde in de buurt, in de Rivierenbuurt, en ging op een keer hier naar de zondags hoogmis.

Tijdens de viering merkte ik dat de liturgie zoals we die in onze Roomse kerk vieren, voor mij passend is, bij mij aansluit, aan mij beantwoordt. Ik ontmoette (en ontmoet nog steeds) hierin de Heer en dit beantwoordt aan wat Hij in mijn hart heeft gelegd. Ik herkende Zijn stem.

In de lezingen vandaag op de zondag van de Goede Herder horen we driemaal over bekering. Het is allemaal bekering wat de klok slaat, alsof we weer vóór Pasen terecht zijn gekomen.

In de Handelingen:

Bekering, tot vergeving van zonden

In de eerste brief van Petrus:

U bent bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.

In het Evangelie volgens Johannes:

Ik ben de toegangsdeur tot het goede.

Ook daar dus bekering om te kiezen om door die deur te gaan.

Maar toch zijn we niet meer vóór, maar duidelijk nà Pasen. We bekijken het nu vanuit ons perspectief van Pasen, dat bekering mogelijk is. Dat het mogelijk is om de goede keuzes te maken en het goede boven het kwade te verkiezen. Leven boven de dood. Valse profeten worden door Jezus dieven en bandieten genoemd. Hij geeft aan de deur te zijn waardoor de schapen de hof, de schaapskooi, in kunnen.

De schapen worden bij hun naam genoemd en de schapen herkennen zijn stem en volgen Hem. Zo gaat het ook met ons vandaag, wij horen zijn woord en wij willen Hem volgen. Wij zien in dat Hij de herder is van ons, Zijn schapen.  Op een andere manier binnendringen, dus niet de deur gebruiken, dat doen dieven en bandieten. Dat stiekeme naar binnen komen, herkennen we zelf ook wel. Dat zijn de minder goede dingen die bij ons opkomen, die sluimeren en naar binnen sluipen. Begint u al een voorstelling bij uzelf te maken? Ik heb niet zo lang nodig!

Die sluimerende minder zuivere gedachten, brengen ons op het verkeerde pad, het pad dat we eigenlijk niet willen volgen. Dit kan van alles zijn, van wat minder slechte dingen, tot behoorlijk slechte dingen. Het kunnen kleine bekorinkjes zijn - je bent eens wat minder aardig of minder voorkomend tegen iemand onder het mom van haast of geen tijd - tot de handelingen waar we vooraf al van weten dat ze niet goed zijn, zoals stelen, moorden en alles wat ons wordt voorgesteld in de tien geboden om niet te doen.

Deze "vreemde" zoals de dief of bandiet wordt genoemd, gaan wij, de schapen, niet volgen, integendeel, we proberen ons daar vanaf te wenden. We voelen dat het intrinsiek niet goed zit en daarom willen we 'het kwade' niet volgen. Dit kost soms moeite, maar we willen deze vreemde niet volgen!

Want in de verte, horen we de Goede Herder, die stem herkennen we. Jezus kunnen we herkennen in ons dagelijks leven. In de spiritualiteit van Ignatius van Loyola, de stichter van de Jezuïeten, biedt hij ons het concept aan van het zoeken en vinden van God in alle dingen. Dus in het normale, gewone dagelijkse leven. Daar bewust van worden, daar alert op worden en in Jezus de goede herder herkennen, dat kan elke dag, elk moment. God is aanwezig, in heel onze schepping. In ontmoetingen, in relaties, in dingen die je toevallen maar ook in heel eenvoudige dingen.

Ik heb Hem wel eens gedacht te herkennen - hier - als de zon hier opeens door de ramen aan de bovenkant naar binnen viel of als de wierook in een wat donkerdere tijd van het jaar wat bleef zweven. Hier in deze kerk.

Als we na afloop van een dag onze dag overwegen, de dag als een film nog eens aan ons voorbij laten trekken, kunnen we - als we een beetje moeite doen - herkennen waar God aanwezig was en waar hij minder aanwezig was.  Als we mogen kiezen, kiezen we vermoedelijk allemaal het goede boven het kwade, God zijn áánwezigheid boven Zijn àfwezigheid. En voor de keren dat dat wat minder ging, roept de Goede Herder ons op tot bekering, zoals we in de handelingen van de apostelen hoorden. Hij roept ons op om ons te bekeren om tot de vergeving van zonden te komen. Die deur naar die manier van leven, dat is Jezus. Daar vinden wij rust, daar voelen we ons goed, daar zijn we op ons gemak, daar vinden we weidegrond. In dezelfde spiritualiteit, leert Ignatius ons dat een gevoel onrust veelal leidt tot het kwade en een gevoel van rust leidt tot het goede, tot de weidegrond, tot de roeping die God in ons hart heeft gelegd.Met Pasen zijn wij weer bekeerd tot de herder en behoeder van de zielen zoals Petrus in zijn eerste brief schrijft. Wij hebben ons doopsel mogen vernieuwen en wij volgen Christus weer. Wij gaan Hem weer achterna, stellen Hem weer als ons voorbeeld en we proberen Hem weer te herkennen in alles wat we doen en zien en meemaken, in heel de schepping van God.En ik ben vandaag weer hier en in de viering herken ik God weer en voel ik dat deze wijze van God vieren, mij dichterbij Hem brengt en dat dit beantwoordt aan mij en wat Hij aan mij heeft gegeven.