Leven in overvloed.

Beste vrienden,

Wanneer we op verlof in het buitenland, maar ook hier in eigen land, een kerk willen bezoeken buiten de uren van de diensten, dan stellen we meestal verwonderd vast dat de deuren van het Godshuis potdicht gesloten en vergrendeld zijn. Geen sprake van open deuren!

Is dat geen teken van onze tijd, van onze maatschappij en ook van onze Kerk? 

We leven vandaag in een gesloten maatschappij die bovendien ook nog vele anderen uitsluit. Buitenstaanders, inwijkelingen, buitenlanders en asielzoekers hebben het bij ons moeilijk om contacten aan te knopen en/of om geaccepteerd te worden, zeker wanneer ze ook nog een andere huidskleur hebben. Veel mensen voelen zich in deze tijd onzeker en bang. Daarom maken politiekers die meer veiligheid beloven doorgaans een goede kans om te worden gekozen. Op wiens kosten en onder welke voorwaarden die grotere veiligheid zou worden ingevoerd wordt dikwijls als bijkomstig aangezien.

Meer veiligheid betekent echter altijd ook: Meer deuren, meer grendels, sloten en elektronische alarminstallaties. Let wel, ik bedoel zeker niet dat onze eigendommen het niet waard zouden zijn om beschermd te worden. Het gaat me alleen om dat “zichzelf van de buitenwereld afsluiten”, dat “zichzelf isoleren” en die steeds meer verspreide neiging om alleen nog belang te hechten aan het eigen welzijn.  

Dwars tegen deze stroming in zet Jezus het teken van de open deur. En wanneer Hij zegt dat Hij zelf die deur is, dan is het zeker niet zo dat Hij dan alles blokkerend in de deurstijl zou staan om iedereen uit te sorteren. Neen, Hij staat uitnodigend voor die deur. Door Hem blijft alles open. Eigenlijk zou ons dat, als Kerk, tot nadenken moeten aanzetten. Want ook in onze Kerk heerst een extreem veiligheidsdenken. In ons geloof willen wij zekerheid, en daarom zijn we steeds weer geneigd om alles tot in de kleinste details te regelen en in wetteksten te gieten. Ja, we zijn meestal zelfs dolblij wanneer er iemand is die ons duidelijk toont waar en hoe we moeten gaan, iemand die ons de juiste en alleen zaligmakende weg belooft. 

Maar wanneer we onze oren goed te luisteren leggen, dan spreekt Jezus in dit evangelie van de vrijheid van de open deur: je mag vrij naar binnen, maar ook weer vrij naar buiten. Niemand wordt verplicht om te komen en niemand wordt vastgehouden. Vrijheid in de betekenis die Jezus er aan geeft heeft ook zijn prijs. Die prijs kan je moeten betalen door tegenkantingen zoals bij Schillebeeckx, misschien zelfs met spreekverbod zoals bij Hans Küng en Leonardo Boff, misschien ook wel met eenzaamheid. Velen zijn ook niet bereid om die prijs te betalen. Ze blijven zich buigen naar de strenge regels en de immens zware uitdagingen, die Jezus zelf zo zeker nooit zou hebben onderschreven. Maar het is altijd al gemakkelijker geweest om de deuren te sluiten voor alle geloofsrisicos en jezelf een dieper nadenken over je geloof te besparen, dan je met dat geloof telkens weer in gedachten te moeten bezighouden. Wat ik hiermee bedoel is, dat ik me zeer goed kan voorstellen dat vele christenen Jezus toen hadden willen horen zeggen: “Ik ben de prachtige Tempel, ik ben de absoluut juiste weg” – dat zou alles toch zo eenvoudig maken. Maar een deur is in de eerste plaats een doorgang, ze zorgt er eerst en vooral voor dat alles in beweging blijft. Daarom spreekt Jezus van de weg en daarom ook noemden de eerste christenen zich ook geen kerk,  maar: “De nieuwe weg”. 

Maar wie moeilijke en onbekende wegen moet gaan vertrouwt zichzelf graag toe aan een gids of een herder. Natuurlijk niet zo dat je die gids of die herder altijd blindelings gehoorzaamt. Waarheen absolute gehoorzaamheid toe kan leiden hebben we in de geschiedenis tot onze scha en schande reeds meerdere keren moeten ervaren. Ik heb me dan ook reeds dikwijls afgevraagd hoe verblind mensen toch kunnen zijn dat ze niet zien hoe ze door valse herders, waar ze blind op vertrouwen, niet naar grazige weiden, maar naar bloedige slagvelden worden geleid. Absolute gehoorzaamheid leidt altijd naar verderf.

Luisteren naar de herder en hem gehoorzamen, mag er op geen enkel ogenblik toe leiden dat je je eigen verstand uitschakelt; het ontslaat ons nooit van de plicht dat we voor onszelf moeten uitmaken  mat we mogen doen en wat niet, wat juist is en wat ondanks de regels en bevelen, als verkeerd moet worden ingeschat. Het heft de verantwoordelijkheid niet op die ieder van ons, ondanks alle leiders en herders van deze wereld, uiteindelijk nog steeds draagt voor zijn eigen handelingen.

 

Dat geldt voor het leven van alle dag, voor de politiek en natuurlijk ook voor het geloofsleven.  

Wanneer ik me aan een Gids of aan een Herder toevertrouw, dan moet ik eerst goed uitkijken aan welke Gids of Herder ik mijn vertrouwen zal schenken.   

Jezus is voor ons de open deur naar de vrijheid van een christenmens; een vrijheid die zich niet alleen moet tonen, maar die zich ook moet waarmaken. De enge grenzen van de religie, ook van de christelijke religie, moeten overwonnen worden wanneer we niet willen dat onze wereld verstart. Bekrompenheid, wederzijds wantrouwen, vijandschap, haat, uitsluiting en terreur zijn altijd het resultaat van vast vergrendelde gesloten deuren. Die deuren moeten we telkens weer terug open krijgen. Daartoe hebben we goede Herders nodig, en Jezus zelf geeft ons de criteria aan dewelke wij onze herders van vandaag kunnen toetsen. Voor Jezus kwam het op de mens aan. De individuele mens en diens leven stonden voor Hem steeds in het middelpunt. “Leven in overvloed”, je kan het niet beter uitdrukken. Bij die “overvloed” gaat het echter niet om de stand van de bankrekening of over het overvloedige voedsel op het bord, maar wel om “Geruste harten, voorgeleefde goedheid en liefde, evenwichtigheid en tevredenheid”   

Herders, in de betekenis die Jezus eraan geeft, hebben die soort van overvloed voor de mensen op het oog. Overal daar waar regels en ideologieën plots meer gewicht krijgen dan de individuele mens, daar hebben de verkeerde herders het voor het zeggen – herders waarvan ik alleen maar kan wensen dat er steeds minder mensen naar hen zullen luisteren. De goede herder daarentegen moet zich laten meten aan Jezus en aan zijn weg voor de mensen – hem kan je gerust volgen, op hem kan je vertrouwen. 

Vandaag is het de “zondag van de goede herder”, de wereldgebedsdag voor geestelijke roepingen. Natuurlijk worden wij, door ons doopsel, allemaal geroepen tot het navolgen van Jezus. Maar in onze gemeenschap zijn er ook vrouwen en mannen nodig die die navolging met begeestering en in dienst van hun medemensen op zich nemen. Laten we dan ook bidden om de werking van de Heilige Geest in onze Kerk, opdat die vrouwen en die mannen zouden mogen voelen en erkennen wanneer God hen tot die bijzondere dienst aan de medemensen roept. Moge de Geest ook zodanig werken dat die mensen ook die diensten kunnen uitoefenen waartoe ze misschien wel geroepen worden maar die ze, omwille van hun geslacht of hun burgerlijke stand en omwille van de verouderde structuren van de Kerk (nog) niet kunnen uitoefenen.   

Bij één van de plechtige eucharistievieringen in open lucht op het Sint Pietersplein stak plots een windvlaag op en doorbladerde het evangelieboek. Dat leek me bijna een oproep aan iedereen, mannen en vrouwen, om getuigen van het evangelie te zijn.: “”Sla het boek niet toe, vergeet Jezus’ boodschap niet; verkondigt het en schenkt de mensen een leven in overvloed!” Dat lijkt mij ook het levensdoel van onze Paus Franciscus te zijn.   

Die windvlaag heeft toen zo menig kardinaalsgewaad dooreengeschud. Ik kan alleen maar wensen dat ze zich zal voortzetten in een vruchtbare Pinksterstorm.  Amen.