Herder

Ik ben geen goede herder.

Als ik zo eens rondkijk, dan kan ik misschien 4-5, hooguit 10 van jullie met naam noemen, al herken ik wel heel wat meer gezichten. Al zal het bij Petrus met zijn 3000 nieuwe dopelingen wel geen haar beter geweest zijn.

Drieduizend! Ik vraag mij af wie er die dag de koppen mocht tellen. De apostelen of de joodse autoriteiten? En zou het dan zijn als bij de broodvermenigvuldiging: vrouwen en kinderen niet meegerekend?

Maar we dwalen af.



Laten wij het gewoon bij héél véél houden.

De boodschap van Petrus is overduidelijk: God heeft Jezus naar de mensen gezonden en de ontaarde mensen hebben die Messias vermoord. Als reactie daarop lieten vele mensen zich dopen.

Vandaag klinkt de variante: een aantal ontaarde mensen heeft de boodschap van Jezus besmeurd en verkracht. Als reactie daarop laten een vrij groot aantal mensen zich “ontdopen”.



Is dit gewoon een andere tijd of schort er iets anders?

Zijn wij als kerkganger of als voorganger misschien te weinig gespiegeld aan Jezus voorbeeld?

Voorbeeld zijn, wil aan mensen de boodschap geven: zo wil ik ook zijn! Zoals een ouder voor zijn kinderen. Zoals een leerkracht of een jeugdleider voor zijn leerlingen of zijn speelvogels.

Voorbeeld zijn heeft, veel meer dan met het overbrengen van rituelen of handelingen, te maken met charisma, met manier van zijn. Ook met kansen geven en met leiden en loslaten.



Jezus heeft zichzelf in het evangelie van vandaag twee taken gegeven: enerzijds herder zijn, anderzijds deur zijn.

Als wij zijn voorbeeld willen navolgen, wat zijn dan onze taken?

Al laten wij het “herder zijn” eventueel over aan wie zich geroepen voelt om leider, voorganger of “zorger” te zijn. Dan nog is het zéker onze taak om “deur” te zijn, om lage drempel te zijn.

Om uit te komen voor wie wij (willen) zijn. Zonder daarom op de barricaden te gaan staan. Als wij “deur” zijn, kunnen in ons/ door ons mensen in alle vrijheid naar binnen of naar buiten gaan, zich geborgen voelen om dat te doen zonder vrees of dreiging.



Al bij al gaat het in dit evangelie opnieuw om een “gelijkenis”, een parabel, een eigentijds voorbeeld. Het hoeft dus niet persé over schapen te gaan, die voor ons per definitie te mak en te volgzaam zijn.

Misschien ganzen. Dieren die redelijk agressief kunnen zijn en al eeuwenlang als waakhond worden gehouden. Dieren ook die zich (spreekwoordelijk) niet zo maar iets laten wijsmaken. Al bestaan er natuurlijk ook domme gansjes.

Vorig jaar zag ik in de Efteling een ganzenparade: een groepje van een tiental ganzen die, onder begeleiding van een éénmansfanfare, vol gesnater en in ganzenpas achter elkaar marcheerden. Met een muzikant als “herder” van de band.

Een nieuwe roeping?



Misschien hebben ook wij wel onvermoede capaciteiten of vaardigheden om “herder” te zijn.

Hoe dikwijls gebeurt het niet dat mensen, naast hun gewone job voor de boterhammen, blijkbaar over een bijzonder talent beschikken voor iets totaal anders. Bijvoorbeeld een wiskundeleraar die zijn eigen huis staat te metselen. Dan wordt al gauw gezegd: hij heeft zijn roeping gemist!

Maar is dat wel zo? Is het niet eerder zo dat je ergens inrolt en er dan maar het best van maakt.



Ook Jezus zelf was misschien voorbestemd om, van huis uit, net als Jozef een timmerman te worden. Later bleek zijn roeping op een ander vlak te liggen, als rabbi en leraar, maar vooral als bezieler.

Een taak waarin Hij met ongekende overgave zijn allebeste krachten gegeven heeft.

Albert Schweitzer was een wereldberoemd organist en een bekend predikant. Maar pas later zou hij midden in Afrika een ziekenhuis bouwen. Hij had niet zijn roeping gemist, maar ze pas later echt gevonden. In dat ziekenhuis kon hij zichzelf helemaal geven aan het genezen van zieken.

Daar had hij uiteindelijk zijn hart aan verloren.



De stap van de ene “job” naar de andere “roeping” is blijkbaar nooit zo groot, dat je de sprong niet zou wagen. Zoals ook voor Petrus en de andere apostelen de stap niet te groot was om van “visser” naar “herder” te springen.

Hadden zij hun roeping gemist? Integendeel, zij hadden geen andere keuze. En met Jezus als voorbeeld hebben zij die sprong met dezelfde begeestering en gedrevenheid gemaakt.

Net als de apostelen, met Petrus op kop, kunnen wij aan de “roeping” van Jezus Christus een voorbeeld nemen. Ons enthousiasme, onze inzet als christen, kan voldoende zijn het tij te doen keren, om de boodschap van Jezus, die door ontaarde mensen besmeurd en verkracht werd, opnieuw als een hoopvolle boodschap te laten klinken.



Maar dat lukt niet, als ons voorbeeld, onze inzet, te weinig om het lijf heeft. Want dan heeft het ook te weinig “body” om vorm en vlees te geven aan het lichaam van Christus.

Dat lukt alleen als wij, als mede-kerkganger, in ons dagelijkse leven ook een spiegel willen zijn van Jezus voorbeeld en een mede-klinker van zijn boodschap.

Amen.