4e zondag paastijd (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden
OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. Vroeger werd er op grote schaal aan burenhulp gedaan. Dat was en is nog steeds een prachtig iets. Tegenwoordig wordt er ook veel door de Thuiszorg gedaan. Ook een prima instantie waar al veel mensen dankbaar gebruik van hebben mogen maken.

Maar als de Thuiszorg vanwege gebrekkige financiële middelen in gebreke moet blijven of vanwege een tekort aan personeel, dan is lijden een last. Dan wordt er gemopperd. En ergens terecht, want zorg - liefde en aandacht - hebben wij eigenlijk allemaal iedere dag nodig. Zorg voor elkaar is zelfs één van de twee hoofdgeboden, die Jezus Christus in zijn Blijde Boodschap heeft genoemd.

Het is vandaag roepingenzondag. God heeft mensen nodig, die Hem helpen in het zorgen voor zijn mensenkinderen. Hij wil, dat zíjn Kerk mensen heeft om namens Hem de Blijde Boodschap in woord en in daad te verkondigen. Laten wij daar vandaag bijzonder voor bidden: voor de broodnodige geestelijke zorg, die wij allemaal en heel onze samenleving zo dringend nodig heeft.

Er zijn - waarschijnlijk afgelopen week - op het dak van de dagkerk koperdieven aan het werk geweest. Zij hebben ook lood gestolen. Ik heb het vrijdagmorgen ontdekt. Wij hebben toch wel voor enkele duizenden euro’s schade. Gelukkig hebben we een goede verzekering.

Nu wij weer onze schuld gaan belijden, willen wij ook de dieven toch maar vergeven: “Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven”. Wij willen ons bekeren. Vragen wij ook voor de dieven de genade van de bekering.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, leid ons op de weg naar de eeuwige vreugde. Geef, dat de kleine kudde de herder daarheen mag volgen waar deze - machtig en groot - is voorgegaan. Door onze Heer Jezus Christus, uw ... . Amen. PREEK
Zoals vele andere dieren hebben ook schapen een geoefend oor: ze herkennen feilloos de stem van hun baas. Schapen luisteren naar hun herder, een vreemde zullen ze niet volgen. Tegenover een bezinningscentrum in Leuvenheim, een kleine 10 kilometer ten zuidwesten van Zutphen, ligt een kleine wei waar schapen grazen. Op een dag zag ik hoe de herder met zijn auto kwam aanrijden. Hij hoefde eigenlijk nog niet eens te roepen. De schapen kwamen al aanhollen. De volgende dag dacht ik: Laat ik het ook eens proberen. Ik ging bij het hek staan en riep de schapen, maar ik werd nog geen blik waardig gekeurd. De schapen luisteren naar de stem van de herder. Een vreemde zullen zij niet volgen.

In de bijbelse teksten worden koningen vaak herders genoemd; trouwens allerlei mensen die leiding geven aan anderen, die voorgaan en richting wijzen, worden in de Bijbel weleens herder genoemd. En eigenlijk is het nog altijd zo. leder aan wie de zorg van anderen is toevertrouwd, is een soort herder.

Niet alle herders zijn betrouwbaar, zegt Jezus. Er zijn goede en slechte leiders. Een goede herder is het te doen om het geluk van de hem toevertrouwde kudde. Hij holt niet ver vooruit, maar hangt ook niet helemaal ergens achteraan. Hij moet te vinden zijn tussen hen, met de meeste aandacht voor de kleinsten en de zwaksten.

Een slechte herder is degene, die de kudde gebruikt om er zelf beter van te worden. Dan ben je maar een huurling, die geen hart heeft voor de schapen. Zulke herders noemt Jezus dieven en rovers. Via de achterdeur werken zij zich omhoog en het is hen alleen te doen om macht over de kudde, om harde discipline, geld en aanzien.

“Ik”, zegt Jezus, “ben de deur voor mijn schapen”. Dat lijkt raar gezegd, maar als een herder in Jezus' dagen 's avonds bij de schaapskooi kwam, ging hij wijdbeens voor de opening staan en elk schaap kroop tussen zijn benen door. Zo telde de herder zijn schapen, één voor één, en als hij er eentje miste ging hij op zoek.

Goede herders zijn niet degenen met de grootste en gehoorzaamste kudde. Goede herders zijn zij, die op zoek gaan naar wie niet willen luisteren en zijn zoekgeraakt. Goede herders schrijven nooit iemand af. “Ik ben de deur voor de schapen”, zegt Jezus. Hij telt ons één voor één en iedereen - gehoorzamen èn ongehoorzamen - telt bij Hem mee.

Ik ken een oer-katholieke website “Katholieke Profetische Stemmen”. Daar staat een verzameling van uitspraken van hedendaagse profeten en profetessen, die zeggen, dat zij van God boodschappen krijgen over hoe God over de hedendaagse wereld denkt en over wat er in de nabije toekomst in Kerk en wereld gaat gebeuren.

Er staan op die website ook vele oproepen tot bekering. Onlangs, 6 april 2011, zou Jezus aan een Europese ziener, een profeet, de dringende oproep hebben gedaan om nooit te oordelen over andere mensen, ook niet over mensen met een ander geloof; wij zouden ons ook niet veroordelend mogen uitlaten over het geloof van die anderen. Wij moesten niemand afschrijven, zou Jezus hebben gezegd. Een goede herder schrijft niemand af.

Wij allemaal, die met mensen omgaan en leiding geven in het gezin, op het werk of binnen een vereniging, wij zijn allemaal ertoe geroepen goede herders te zijn voor allen en met aandacht voor iedereen, één voor één.

Wij allemaal zijn echter ook zelf deel van een kudde. Soms zijn wij herder, soms worden wij geleid. Maar wij hebben er vandaag de dag moeite mee te worden vergeleken met een schaap, een onmondig schaap. Dat is begrijpelijk, maar toch. Soms lijken wij er weleens op: soms is er veel geschreeuw onder ons en weinig wol. En net als schapen zijn wij kwetsbaar en hunkeren we naar grazige weiden en wij zoeken allemaal veiligheid bij elkaar, geborgenheid bij iemand die ons door en door kent.

Wij zijn wezens, die samentroepen en samenscholen. Maar wij willen ook geteld worden, één voor één gekend worden. Wij zoeken naar een luisterend oor, een weldadige stem, een herder met een hart.

Jezus zegt: Ik ben zo'n herder, Ik wil jouw geluk, Ik wijs je de weg. Luister naar mijn stem. Maar Ik stuur jullie ook op weg, zegt Hij. Wees ook een herder voor elkaar, een deur naar geluk en behoed elkaar voor verdriet.

Beste medegelovigen, als iemand bijvoorbeeld een opleiding tot leraar heeft gevolgd, dan is hij met het slagen voor zijn examen niet klaar, dan gaat het pas beginnen. Dan begint het werkelijke lesgeven, het verantwoordelijk zijn voor kinderen of jongeren. Zo is het met heel veel dingen in het leven. Wij leren erover of krijgen iets... om er iets mee te doen!

Zo is het ook hier, in de kerk. Wij ontvangen in woord en sacrament Gods genade om er iets mee te doen: om God zelf te eren en de medemens te helpen. En zoals mensen zich inzetten om hun bedrijf steeds beter te laten lopen of steeds betere sportprestaties te leveren, zo mag ook onze inzet groeien en groeien. Dat wil niet altijd zeggen, dat wij steeds meer moeten gaan doen, want op gegeven moment is alle tijd verdeeld, goed besteed, maar de intensiteit van de liefde waarmee wij de dingen doen kan altijd groeien.

Danken wij God voor de zorg, die Hij door de sacramenten van zijn Kerk aan ons besteedt. En proberen wij ook zelf herders te zijn voor elkaar.