De goede herder - 2011

“Ik ben de deur voor de schapen” zegt Jezus, maar als we het letterlijk zouden vertalen dan staat er: Ik ben Hij die de doorgang is voor de schapen. Deur kan nog iets dubbel hebben: een deur om te sluiten of om te openen.  
Hier wordt “openen” bedoeld. Vandaar dat we kunnen spreken over een doorgang en dat is nog beter te begrijpen als we ons even een schaapskooi voorstellen zoals Jezus die kende.

Bij valavond kwamen de herders,  ieder met zijn kudde,  naar een gemeenschappelijke schaapskooi om er hun schapen te laten overnachten, beschut tegen wilde dieren en diefstal.
De schaapskooi, omgeven met muurtjes van droog opgestapelde stenen, had maar één doorgang. Elke avond ging de herder wijdbeens in de doorgang staan  zodat de schapen  één voor één onder hem door moesten.
Zo werden ze geteld, zo zag hij of ze ziek of gezond waren. De wachter vleide zich dan neer in de doorgang om te waken of te slapen, zodat niemand binnen of buiten kon zonder met hem te doen te hebben.
Zo drukte hij zijn zorg voor hen uit. Hij was de levende  deur van de schaapskooi.

Hoewel dit beeld voor de mensen van Jezus’ tijd overbekend was laat Johannes ons in dit evangelie verstaan dat de gelijkenis van de Goede Herder naar wie “mijn schapen luisteren” absoluut niet begrepen wordt.
De omstaanders stellen zelfs de vraag waarom ze naar Jezus zouden moeten “luisteren”.

Ook wij hebben moeite met dat “luisteren” en zijn afkerig van het beeld om als schapen, schaapachtig een leider te volgen. De werkelijkheid is ook niet zo. Op de zeldzame plaatsen waar wie hier nog een herder met een kudde schapen
kunnen zien,  loopt de herder achter de kudde en niet ervoor.

Wij hebben lak aan afhankelijkheid, aan onbekwaamheid om onze eigen weg te zoeken. Wij willen ons leven zelf uitbouwen. Wij willen zelf bepalen wat wij doen en laten, zelf uitmaken wat goed voor ons is,
hoe wij ons beroep en onze vrije tijd, ons huwelijk, ons gezin en onze vriendschappen gestalte geven.

Wanneer Jezus ons vergelijkt met schapen van een kudde, dan gaat het echter niet om afhankelijkheid of domheid. Het gaat om een relatie van liefde en zorg. Hij wijst er op dat hij zijn schapen kent.
Maar ook dit wekt tegenstrijdige gevoelens op.
Enerzijds zouden wij graag hebben dat iemand ons kent. Wij lijden onder het feit dat wij – om allerlei redenen – elkaar niet meer kennen of begrijpen. Wij blijven vaak vreemden voor elkaar.
Anderzijds hebben wij ook angst voor de wetenschap dat iemand ons door en door kent. Immers, we vallen niet graag door de mand in andermans ogen.

Wij hebben moeite met het beeld van die volgzame schapen, maar zou het niet kunnen dat wij Gods schaapsstal in het leven van elke dag verlaten hebben en in andere  schaapsstallen zijn terechtgekomen? 
Zou het niet kunnen dat wij in de plaats van bij de Goede Herder, bij anderen zijn beland, die geen herders maar huurlingen, dieven en rovers zijn? Zij beloven het paradijs op aarde, maar willen zij werkelijk ons welzijn?
Onbewust, vaak zonder dat wij het merken, beïnvloeden en beheersen zij ons, soms zijn het hele industrieën die leven van deze droom van het paradijs, van deze illusie  van geluk.

Bij Jezus, het oermodel van de herder, zien we dat hij zijn mensen de liefde voorleeft en vervolgens zegt: word nu zelf verantwoordelijk, bemin op jouw  beurt.
En in die relatie gebeurt er iets wonderlijks: de herder wordt iemand die leert, die bij zijn schapen ontdekt wat liefde mogelijk maakt.
Als mens die hij was heeft Jezus toch geleerd wat beminnen was bij zijn ouders en bij Johannes de Doper bv.
Zo hebben schapen aan de herder richting gegeven.  Als we herderschap zo bekijken kan ieder in een goed beleefde gemeenschap, zeg maar kerkgemeenschap, zowel leiden als zich laten leiden.

En waar blijven we dan met onze honger, onze dorst en onze stress? Wat is het dan dat wij zo nodig hebben?

Wat ieder van ons nodig heeft, en waarin ieder van ons zijn eigen accenten legt,  is van als persoon door anderen te mogen onthaald worden, dat we begeleid worden op onze levensweg en dat we uitgedaagd worden om te groeien.

Onthaald worden:  omdat in ons die hunker leeft om graag gezien te worden en gewaardeerd te worden in wie we zijn.
Begeleid: omdat we niet eenzaam door het leven willen gaan maar samen met anderen dingen willen beleven en realiseren.
Uitgedaagd: omdat we door anderen kunnen geholpen worden om onszelf beter te leren kennen, met onze angsten en beperkingen, en omdat ze ons een stapje verder laten zetten door hun supporteren en door hun geloof in ons.

We moeten dan wel verantwoordelijkheid opnemen voor wat we zelf nodig hebben en ons dus laten onthalen, begeleiden en uitdagen. Wellicht moeten we daarvoor onze zelfgenoegzaamheid durven loslaten en niet
alleen onze sterke kanten tonen maar ook onze zwakke durven laten zien.

En dit beste mensen, zou ik een ultiem democratisch kerkmodel durven noemen, waarin ieder zelf verantwoordelijkheid opneemt voor zijn eigen noden en anderen helpt verantwoordelijk te worden voor wat zij nodig hebben.
Kort gezegd: wie geherderd wil worden moet zelf ook herderen.

Jezus gaf ons het voorbeeld, hij is de doorgang, de deur, Jezus laat de schapen toe zodat hij over hen kan herderen: hen brengen naar groene weiden, naar de waterput en hen kan laten rusten in veiligheid.

Met dank aan: Abt Marc, Ernest Henau, Encounter Vlaanderen, Hugo Dierick