Herkennen bij het breken van het brood (Lc. 24,35)

Op een bladje, gescheurd uit een oude bijbelagenda van 1984, staat deze tekst over Emmaüs:

Twee mannen gingen een verkeerde weg.

Zij behoorden in Jerusalem te zijn,

maar ze liepen naar Emmaüs toe,

geschrokken door alles wat er was gebeurd.

Jeruzalem was de stad die haar profeten doodde,

in Emmaüs zouden ze vergeten en geborgen zijn!

 

Plots kwam een vreemdeling hen tegemoet.

Hij las de somberheid op hun gelaat,

de angst in hun ogen.

Hij sprak woorden als licht

en bracht in hun hart de storm tot bedaren.

Dan brak Hij met hen het brood.

Zij waren drie aan dezelfde tafel

in één gemeenschap.

 

Blij keerden zij op hun stappen terug,

naar Jeruzalem, die haar profeten doodde.

De Heer had hun zijn brood gereikt.

 

Wanneer ik van angst mij verberg, Heer,

kom mij dan tegemoet en spreek uw woord,

bedaar mijn hart en breek met mij het brood.

Dan zal ook ik kunnen opstaan

en gaan waar Gij mij roept.

Deze tekst is een van de vele mogelijke samenvattingen van een geliefd verhaal.

Felix Timmermans heeft het Emmaüsverhaal op zijn manier benaderd in zijn gedichtenbundel Adagio.

Een geliefd verhaal

In de oude liturgie was het verhaal van de Emmaüsgangers gereserveerd voor de paasmaandag. Het gaf in enkele streken van Duitsland en Oostenrijk inspiratie voor een Emmaüsgang op paasmaandag, een korte wandeling bij de ontluikende lente.

Nu krijgen we het verhaal op de avond van Pasen, zo er een avondviering is, en, we horen het in het leesjaar A op de derde paaszondag.

Dit wondermooi verhaal van Lucas kan door de voorganger of de familie gekozen worden als evangelie bij een uitvaart, wanneer rouwenden door vragen overstelpt zijn en ze alle hoop verliezen door het heengaan van een geliefde. Maar er is geen mirakel om verdriet te verdrijven. We moeten meegaan zodat rouwenden, zo ze het wensen, hun verdriet kunnen uiten en mogen inzien dat de Heer hen niet verlaat.

Het is nog niet zo zeker of de vreemde man op de weg naar Emmaüs veel goede punten zou krijgen, wanneer de specialisten van de gesprekstechniek het gesprek evalueren. Is hij niet opdringerig, te nieuwsgierig? Zegt hij niet te veel en te vlug?

Wij kunnen het Emmaüsverhaal horen bij een huwelijksviering. Pater Michel hield de homilie wanneer Christien en Boudewijn hun huwelijksbelofte uitspraken. Hij wist te zeggen wie die tweede persoon was, die mee optrok met Kleopas. Volgens hem was Maria, de vrouw van Kleopas, de tweede persoon. In het evangelie van Johannes staan er drie Maria’s bij ket kruis van Jezus: zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Kleopas en Maria Magdalena (Joh. 19,25). Anderen beweren dat zij de dochter van Kleopas was. Was Lucas deze mening toegedaan?  Voor de homilie bij het huwelijk was deze uitleg over het koppel van man en vrouw een uitnodiging tot de jonge trouwers om in het gezin de openheid te ontwikkelen voor de Heer en om Hem als gast of gastheer in hun huis te ontvangen.

Bij moedeloosheid

Wij kunnen het verhaal van de Emmaüsgangers bij de hand nemen wanneer we reflecteren over het reilen en zeilen in kerk en wereld. Er is droefheid op het gelaat en pijn in het hart van wie begaan is bij het kerkwerk. Een groei naar een nieuwe parochie vergt tijd. Er is ontgoocheling bij mensen die zich hebben ingezet en zich nu overbodig vinden en die de pastorale bijstand missen die voorheen dichterbij was. Wij hadden gehoopt op de nieuwe lente na het concilie van vijftig jaar geleden. Er is zorg om een maatschappij die te ik-gericht is en hard. Er is angst wegens het terrorisme dat overal op het onverwachts kan toeslaan.

Er is veel gebeurd op de weg van Jeruzalem naar Emmaüs. Twee mensen hebben een vreemdeling toegelaten. Hij mengde zich in het gesprek. Gaat dit nog zo gemakkelijk? In de trein, in de bus en de metro zit elk met eigen gsm en pc. De twee onderweg konden verwoorden wat hen bezorgd maakte. Hun blik veranderde. De vreemdeling gaf inzicht in de Schriften. Het deed hen deugd, maar ze wisten nog niet wie met hen meeging.

Het stappen en het verdriet had hen moe gemaakt; Wat rust en wat eten zou hen goed doet. Ze nodigden de vreemde uit om in Emmaüs mee binnen te gaan. De gast wordt gastheer. Het werd een feestelijke maaltijd, waar de vreemde met hen aanlag. Hij nam het brood, hij sprak de zegen uit, hij brak het en hij reikte het hun toe. Nu wisten ze het meteen. Hij had dit gebaar al vroeger gedaan. Hij had het gedaan de avond vóór zijn sterven. Het was de Heer. Nu verdwijnt hij omdat hij op een andere wijze bij hen aanwezig is.

In het verhaal van Thomas op Beloken Pasen waren het de wonden van de Verrezen, de littekens van het kruis, die Thomas tot geloof brachten.

Deze zondag is het breken van het brood het teken, waardoor de leerlingen in Emmaüs de Verrezen Heer hebben herkend.

Het is schoon dat ze terugkeerden naar Jeruzalem, om daar hun vreugde te delen en om in de groep van de twaalf de Heer alweer te zien en zich samen met hen te verheugen over de Verrezen Heer. Misschien zijn ze er gebleven en hebben er veertig of vijftig dagen gewacht op het komen van de Geest.

Maar Jeruzalem was nochtans niet de plaats waar ze moesten blijven. Ze zijn dan teruggestuurd, terug naar Emmaüs, waar er misschien niet zovelen waren die Jezus aanvaarden Wellicht ging hun missie nog verder naar de periferie!

Blijf bij ons, want het wordt al avond

Emmaüs, een goede plek omdat ze ondertussen zoveel hebben ontvangen en ingezien, omdat hun droefheid keerde in vreugde, omdat ze de Schriften begrepen, omdat de Heer voor hen het brood brak, omdat zij vandaaruit tot op onze dagen mensen ondersteunen met hun verhaal. Zo kan ons hart brandend worden en wijkt de droefheid.

De Emmaüsgangers hebben ons een kort gebed meegegeven. Blijf bij ons Heer, want het wordt avond.

Mane nobiscum, een eenvoudig lied op een CD van Taizé.

Blijf bij ons, een gebed in de mond van velen.

De Evangelische Liedbundel bevat de berijming op een Calvinistische melodie door Ds. Troost, een hervormde dominee, van een gebed van een Lutheraan, blijkbaar gebaseerd op een Katholiek vespergebed:

Blijf bij ons, Heer, wanneer de nacht zal komen.

Nu wordt het stil en donker om ons heen.

Blijf bij ons, als ons alles wordt ontnomen.

Heer, laat uw kerk, uw schepping, niet alleen

Blijf ons nabij, al gaan wij eigen wegen.

Blijf in uw goedheid naar ons toegewend

met uw genade, met uw rijke zegen.

Blijf bij ons, Heer, in Woord en Sacrament.

Blijf ons nabij, als zal overkomen

de bange nacht vol twijfel, angst en nood.

Blijf, als beproeving strijdt met onze dromen.

Blijf, ook al dreigt de strenge, bitt're dood.

Blijf bij ons, Heer, hoever van huis wij zwerven

blijf, wat dan ook ons van elkander scheidt,

blijf bij ons, Heer, in leven en in sterven,

blijf bij ons, Heer, in tijd en eeuwigheid.

De weg naar Emmaüs was niet nodeloos. Ze hebben een vreemde in hun midden aanvaard, ze zijn in gesprek gegaan, ze hebben de Schriften doorlopen en de Heer gastvrij ontvangen. Ze hebben hem erkend. Die vreugde kan hen niet meer ontnomen worden.

Blijf bij ons, Heer, zodat wij met brandend hart verder mogen leven,