Het gesprek onderweg (Lc. 24,17)

 

 

Waarom vertelt Lucas over de weg naar Emmaüs? Om meerdere motieven. Het Emmaüsverhaal is een paasverhaal, ingebed en verweven in de boodschap over de verrijzenis. Het brengt de leerlingen opnieuw in contact met Christus. Het helpt hen om de verrezen Heer te herkennen.

Volgens anderen is het Emmaüsverhaal vooral bedoeld om de betekenis van de eucharistische maaltijd in de vroegchristelijke gemeenschap te onderstrepen. Het verhaal vertelt dan niet zozeer dat de Verrezen herkend werd als wel dat hij tegenwoordig is in de viering van de maaltijd en bij het breken van het brood.

Een derde kijk op het Emmaüsverhaal legt dit uit als een catechese over de ware Messias, die door het lijden heen moest gaan. Een vierde interpretatie legt meer nadruk op het kerkelijk aspect. Het verbindt de ervaringen van twee mensen onderweg met het geloof van de kerkgemeenschap in Jeruzalem. “De ervaring van de Emmaüsgangers staat niet los van het Credo van de Oerkerk” (J. Wanke). Het Emmaüsverhaal brengt een ecclesiale catechese.

De Duitse pastoraaltheoloog Isidor Baumgartner aanziet het Emmaüsverhaal als het oermodel van een pastoraal-genezende begeleiding in levenscrises. Hoe ging de eerste gemeente en hoe gaan wij om met droefheid, met angst, wanhoop en ontgoocheling? Hoe drukte zij en hoe drukken wij de vreugde uit wanneer wij opnieuw de zin van het leven ontdekken? Hij stelt een symbolisch-narratieve interpretatie voor van het Emmaüsverhaal (I. Baumgartner, Pastoralpsychologie, Düsseldorf, 1997).

Het pastoraal optreden van de Verrezen Heer ten opzichte van de mens in crisis drukt zich op de weg van Jeruzalem naar Emmaüs uit in gemeenschapsvorming (Koinonia: “Jezus kwam zelf naar hen toe”); door een aanbod van hulp en dienst (Diakonia: “Hij vroeg hun”); door het geven van getuigenis (Martyria: “Hij verklaarde hun de Schriften”) en tenslotte door samen te vieren (Liturgia; “Hij brak het brood en reikte het hun toe”).

De Emmaüservaring handelt over een genezingsproces door de ontmoeting met Jezus. De Verrezen doet mensen opstaan uit hun crisis van “zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet” (Maria Vasalis).

De twee ontmoedigde stappers op de weg naar Emmaüs ontmoeten onverwachts een vreemdeling. Wanneer wij een vreemde binnenlaten, kan deze de gestalte aannemen van een engel en een bode van God. “Vergeet de gastvrijheid niet. Daardoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald” (Hebr. 13,2).

Wij kunnen te gemakkelijk vertrouwen schenken. Maar wie niemand vertrouwt en met niemand spreekt, verspeelt daardoor aanzetten tot oplossing voor zijn problemen. “Wie niet tot vertrouwen in staat is, lijkt nauwelijks een mens; wie al te lichtvaardig vertrouwt, wordt gemakkelijk bedrogen” (H. De Dijn, Vertrouwen, in De Gouden Ark, Tielt, 1996, p. 17).

Wie God niet meer aan zijn zijde kan herkennen, is blind geworden. Hij mist de blik op de werkelijke en dieper samenhang. Hij is zichzelf een raadsel geworden. Het verwondert dan niet dat deze ‘blindheid’ de integriteit en de heelheid van deze persoon aantast” (I. Baumgartner, Pastoralpsychologie, p. 99).

De vreemdeling tussen de twee Emmaüsgangers bezit de kunst de juiste vragen te stellen. Hij babbelt niet over koetjes en kalfjes. Zijn vragen zijn zo raak, dat deze twee ontgoochelde mensen halt houden en echt met zichzelf en hun droefheid geconfronteerd worden. Wat iemand belast, moet niet onderdrukt en verzwegen worden. Wanneer iemand innerlijk halt houdt, krijgt de begeleider de mogelijkheid deze persoon nabij te zijn en deze te begrijpen.

Jezus nam tijd om te luisteren en met de twee ontgoochelden verder te stappen.  Luisteren, hoe het voelt! Misschien kunnen wij ons daarin vormen, zodat wij niet komen aandraven met onze antwoorden en oplossingen.

Luisteren

niet denken dat ik gelijk heb

niet menen dat de andere verkeerd is

niet denken dat ik de oplossing heb

niet menen dat ik onmisbaar ben

niet beweren dat ik kan luisteren

 

de toestand van de ander eerbiedigen

hoe deze ook mag zijn

de gevoelens van de anderen eerbiedigen

hoe dat deze zich ook uitdrukken

de weg van de ander eerbiedigen

waarheen deze ook mag leiden

de verschillen van de anderen eerbiedigen

hoe moeilijk dit wezen mag

de overtuigingen van de anderen eerbiedigen

van waar deze ook mogen komen

God eerbiedigen in de andere

op welke wijze Hij zich ook vertoont.

(Naar een tekst van Claire Kebers)

 

Er verloopt heel wat tijd om in de herberg aan te komen, waar wij dan met Felix Timmermans Hem danken, “die door ons heen verdween en wiens licht in ons is blijven branden. Blijf zo in ons, o Heer, de zon gaat onder!”

We kunnen niet lang in Emmaüs vertoeven. Wij moeten naar Jeruzalem terug, maar iedere droefheid nu achter ons latend. Deze kan steeds opnieuw als een wolk over onze vreugde schuiven. Wij zijn nog niet thuis, wij zijn nog steeds op weg naar Emmaüs. Onze ogen zijn nog steeds belemmerd om het meest beslissende te zien zodat “de Heer, hoewel we wellicht al over Hem gepraat hebben en ons hart misschien zacht is gaan branden bij zijn woord, in de grond van de zaak nog altijd onherkend met ons meegaat”. “Ja werkelijk, misschien moet het grote van het leven nog komen. We zijn zelfs verplicht verder te pelgrimeren en te lopen en nooit te denken dat we het bereikt hebben. Want we zijn nog onderweg naar het avondmaal van het eeuwige leven. Omdat wij nog onderweg zijn, behoeven we ons er niet over te verwonderen dat ons hart steeds weer vermoeid of boos weent en klaagt over teleurgestelde verwachtingen; dat we steeds weer de indruk hebben op de vlucht te zijn uit de gestorven hoop naar een dode leegte” (K. Rahner, Een nieuwe spiritualiteit, p. 191). Ja, wij hebben alle redenen om te bidden: Blijf bij ons Heer.