3e Paaszondag A

Afgelopen donderdag 5 mei was ik in Hoek van Holland bij de onthulling van een nieuw monument dat is opgericht voor pastoor Adrianus Onderwater. Het staat op de hoek van het kerkplein, zichtbaar voor elke passant. De ouders van deze pastoor hebben in de jaren rond de oorlog in Wassenaar gewoond, aan de Burchtlaan, hoek Kerkstraat. Op de tekst van het monument kunt u lezen: “Hij stierf 25 maart 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen, Duitsland. Het onderschrift luidt: Hij beminde de rechtvaardigheid en haatte het onrecht.”

 

Bij die onthulling werd een korte levensloop van hem geschetst. In 1941 werd hij gevangen gezet, eerst in Rotterdam, later op andere plaatsen en bij elke verhuizing werd het regiem strakker. Maar in alle omstandigheden wist hij zijn geloof en ook zijn humor te bewaren. Pastoor Adrianus Onderwater is zelf geen Wassenaarder, hij is geboren in Den Haag, maar door zijn ouders is er in Wassenaar toch een band met hem. Ik vond het bijzonder om bij de onthulling van het monument aanwezig te zijn geweest en daar ook nog even met een nog levende nicht uit Voorschoten te hebben gesproken.

 

Tijdens het laatste transport, dat onmenselijk was, kon een van de mannen niet meer verder. Hij viel uit en dreigde ter plekke geëxecuteerd te worden. Pastoor Onderwater was stevig en samen met een ander hebben ze hem ondersteund en voortgedragen tot in het kamp. Deze man overleefde het kamp en schreef in een brief naar de ouders van pastoor Onderwater over hun heldhaftige zoon die in het kamp ook zijn priesterlijk dienstwerk bleef vervullen.

 

De twee leerlingen uit het Evangelie lopen teleurgesteld weg. Je kan hun vragen zo bedenken. Hoe kon dit gebeuren. Waarom? Wat betekent dit? Hoe kon God dit toelaten? Het zijn de vragen die in onze gedachten opkomen, maar waarmee we ook vastlopen en onszelf verder in de put praten. Pastoor Onderwater heeft ongetwijfeld zulke vragen gekend, maar door zijn werk heeft hij vooral antwoord gegeven. Doorgaan met Jezus present stellen, want als Hij in ons midden is, dan is geen enkele situatie uitzichtloos.

 

Dat ervaarden ook de leerlingen van Emmaüs. In het gesprek bracht Jezus een andere toon in. Hij luisterde, maar liet zich niet meenemen door alle depressieve woorden. Hij liep mee, bleef bij hen, maar wist waarheen Hij op weg was. Hij voelde mee, maar durfde ook een tegengeluid te laten horen.

 

Het verhaal van de Emmaüsgangers is actueel. Ook hier en nu komen we vragen tegen. Hoe gaat het nu na de dood van Osama Bin Laden wordt de terreurdreiging groter? Waarom is er geen vrede in de wereld? Wat is de zin van al die doden bij de vrijheidsstrijd van zoveel landen? Ook dan kunnen wij het gevaar lopen van de Emmaüsgangers, die elkaar in de put praten en steeds verder weg raken van hun vrienden en van het geloof. Deze leerlingen hadden hun ontmoeting met Jezus nodig om weer terug te keren.

 

Dat is wat wij hier ook doen, samenkomen, op weg gaan, onze ervaringen, teleurstellingen, onze hoop en onze verwachting, delen we met elkaar. Alles leggen we op het altaar neer met de gaven voor de Eucharistie. We vragen dat Hij in ons midden komt, zoals eens op de weg naar Emmaüs, zodat wij Hem mogen herkennen bij het breken van het brood.

 

Wij bidden hier om diezelfde verandering die deze leerlingen hebben ervaren. Hun harten waren koud geworden, maar ze begonnen weer te gloeien, ze werden vervuld met geloof en liefde, met hoop en vertrouwen. Dat mag ook ons overkomen. Dat overkwam pastoor Onderwater, die in een omgeving van haat en kilheid de liefde van Christus wist uit te stralen. Toen ik zijn verhaal hoorde, besefte ik weer dat God door heel gewone mensen bijzondere dingen doet. Heel gewone mensen, maar als hun harten gloeien van liefde, als zij opkomen voor gerechtigheid en trouw, als zij over Jezus spreken en over Gods grote daden, dan wijkt de kilheid en hopeloosheid, dan ervaren we God in ons midden. Amen.