Wonde en wonder

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Met vele woorden en verha­len, met verschijningen en tekens hebben mensen van twintig eeuwen geleden het onmo­gelijke willen zeggen: dat namelijk die man die Jezus heette te goed was voor het graf. Dat was wel zijn sterfplaats maar dat kon nooit zijn bederfplaats zijn voorgoed. Zoiets kon de hemel onmogelijk verdra­gen. Die stem moest nog worden gehoord. Zijn geest nog ingeademd en uitgeademd. En zie, dat alles is geschied. Dat hebben die eerste christenen geweten, ervaren, ge­zien. Dat is het cruciale punt in het verrijzenisverhaal. Het was even­tjes meer dan wensdenken.

Maar hoe kan je zoiets verkopen? Alleen met getuigenissen natuur­lijk. Die getuigenissen staan opge­tekend in de evangelies en bij Pau­lus. En die getuigenissen zijn authentiek hoewel ze elkaar tegenspreken. Daar hebben wij, logisch denkende moderne mensen, stevig wat last mee. Wij willen al de stuk­jes van de puzzel naast elkaar leg­gen om een voltooid verantwoord tableau te bekomen. En dat kan nu blijkbaar niet. In een getuige moet je geloven. En in de volgende ook, en in de volgende opnieuw. Als je wil globaliseren, mislukt het. Als je ze één na één ernstig neemt, dan is er één refrein: Jezus was te goed voor het graf.

Vandaag lezen we het meest kriti­sche getuigenis, dat van Thomas. Hij biedt geen goedkoop getuige­nis: hij wil zien. Pas dan zal hij zich gewonnen geven. Eerst zien en dan geloven! Dat is Thomas. Hij wil wel geloven maar het moet dan goed gefundeerd zijn. Hij wil onloochenbare bewijzen, hij wilde plaats van de nagelen zien. Als je het zo leest, deuk je aan een ratio­nalistische twijfelaar die een wiskundige waarheid zoekt. Dáár begint het eigenlijke punt.

Er zijn dingen die je pas ziet als je een daad stelt. Typisch joods eigen­lijk. Je moet inderdaad de handen in de wonden leggen van de andere mens om het wonder te zien. Pas als een mens de wonde van de andere ziet, ontdekt hij een nieuwe werke­lijkheid, de werkelijkheid achter het gelaat der dingen. Als hij zijn hersenen opent, ziet een mens een bepaalde waarheid. Als hij zijn banden opent, ziet hij een andere waarheid. Dan pas gaan zijn ogen open op het geheim dat wonder heet. Het leven is meer dan klaarkomen met ideeën.. Het is klaarko­men met het visioen van het kruis van de andere mens en van de wereld. Dan gaat er een licht op. In de gewonde mens leren we iets anders dan in de best geïnformeer­de encyclopedie. Dat is het verhaal van de ‘ongelovige' Thomas.

Toen iemand urenlang bij het sterf­bed zat van een terminaal patiënt had hij het evangelie geproefd. Dáár, op die stille vierkante meter, had hij begrepen. Daar had hij de waarheid van de boeken niet afge­zworen. Integendeel, hij had gezien, dat onze waarheid waar was.

Alleen als ik dienaar word, kan ik geloven, dat er een Heer is. Ik kan daar geen boeken over schrijven, maar ik kan wel zuchtend zeggen: mijn Heer en mijn God. De rest is stilte... met een leegte die Iemand kent.

De plaats van de nagelen is de vind­plaats van een groot geheim...