Wat een troost is het te lezen dat Jezus een tweede keer verschijnt; dat de vertwijfelden die Hij bevestigt, dat de zwakken die Hij sterkt, de intimi die Hij moet terecht wijzen, de eerste leerlingen van zijn school zijn, zij die Hij herhaaldelijk uitvoerig onderrichtte, aan wie Hij dikwijls afzonderlijk uitleg gaf, de jongens van het derde jaar theologie, die hun stage met vrucht hebben doorgemaakt, de apostelen van het eerste uur.
Niemand moet hier de kerk verlaten, noch diegenen die Hij bevestigd heeft, noch diegenen die bevestiging nodig hebben. Het is iedere zondag zondag van Tomas. Iedere zondag wordt ons een teken gegeven. Iedere zondag wordt ons een bladzijde gelezen van het onderricht aan de massa's, van de bijzondere lessen aan de leerlingen.
De bladzijde over de ongelovige Tomas, geschreven voor ons en over ons, staat op het einde van onze catechismus, als een van de besluiten van de leer, als een van de sluitstukken van het verhaal; de lezer kan die bladzijde niet overslaan.
Hoe rijk is deze tijd na Pasen! Het is de tijd van de Geest, van de moed, van de overtuiging, van de ontdekking en de herontdekking van de zin van al wat Jezus leerde en deed.
Tomas had ongelijk de eerste keer afwezig te zijn. Alles werd bij Jezus' eerste verschijning aan de apostelen geleerd en gegeven. Om te geloven dat Hij ‘‘waarlijk verrezen" is moeten we "op de eerste dag van de week" de andere leerlingen opzoeken, met hen luisteren naar de Schriften, samen met hen het Brood breken. We moeten op zondag naar de Mis: Jezus komt er in ons midden staan, Hij wenst ons zijn vrede, Hij toont ons zijn handen en zijn zijde, we worden van vreugde vervuld, we worden gezonden en ontvangen de Geest, om vergiffenis te vragen en te krijgen en om te leren aan anderen te vergeven. Op de eerste dag van de week leren we hoe op de andere zes dagen te leven zoals de eerste christenen. Wie, zoals Tomas, de eerste dag mist, riskeert het geloof voor de week te missen.
Jezus is verrezen en gooit alle deuren open. De leerlingen hebben de deuren gesloten "uit schrik voor de joden". En zie, Christus komt midden onder hen. De joden en de Romeinen zullen Petrus en Paulus en de helft van de Kerk in de gevangenis werpen in de maanden en de jaren die volgen. Maar zie, Christus zal ook van de vijanden alle gevangenissen en leerhuizen opengooien. De Kerk mag schrik hebben, de Kerk mag vervolgd worden, de deuren vliegen open, nu zoals vroeger. Christus dringt door tot in alle harten. De leerling mag gevangen zitten in zijn twijfels, de schrik van de vijanden mag hem gevangen zetten, Christus dringt zonder sleutels overal binnen.
Wie zijn geloof bevestigd weet zoals Tomas, wie, zoals de eerste leerlingen, de deuren van zijn hart, van zijn cenakel, van zijn gevangenis heeft zien opengooien, begrijpt wat de Handelingen schrijven: ‘‘Blijdschap en eenvoud van hart'' zijn vruchten van de Heilige Geest die Jezus niet alleen op Pinksteren zendt, maar op iedere "eerste dag van de week", iedere zondag en telkens voor de hele week.
Hij zal zich "ernstig" op de waarheid, op "de leer der apostelen" toeleggen, waar en onwaar in zijn leven scheiden, de anderen opzoeken om van alles te delen, zijn brood, hét Brood, de liturgie en ook wat van zijn overvloed de armsten nodig hebben om te leven. Hij zal niet meer weten of beseffen of de verrezen Jezus hem daartoe overtuigt, ofwel of hij het is die door zo te leven Jezus overtuigt om zich aan hem te tonen...