De Kerk met een hoofdletter, de Rooms Katholieke Kerk , lijkt ook een instituut te zijn met de deur op slot. Of er hangt een bordje: geen toegang voor onbevoegden. De Kerk staat jammer genoeg niet open voor iedereen, niet open voor nieuwe inzichten en opvattingen.
Ik ben geabonneerd op een tijdschrift met de naam "Open Deur". Dat tijdschrift is oecumenisch van opzet, d.w.z. mensen van verschillende kerken en kerkgenootschappen schrijven erin, en je vindt er heel verfrissende ideeën in.
In het begin van de zestiger jaren kregen we paus Johannes de drieëntwintigste. Een tussenpaus, zeiden de kranten toen maar hij zette wel de deur van de Kerk wagenwijd open. Hij maakte alle vensters open en liet een frisse wind door de Kerk waaien. Maar behoudende kardinalen en bisschoppen schrokken zich een ongeluk, velen van de oude heren werden verkouden en met man en macht begonnen ze ramen en deuren weer dicht te duwen. Die frisse wind was veel te gevaarlijk, het heilig erfgoed van de Kerk liep gevaar.
Jammer genoeg is het nog steeds duwen geblazen in de Kerk: de ene helft wil de deur open en de andere helft wil de deur dicht. Op de ene plek waait er wel iets van een frisse wind, op andere plaatsen is de lucht een beetje muffig in de Kerk.
Maar hoe je er ook over denkt: we moeten wel bedenken dat het heel riskant is om de deur open te zetten. En dan denk ik niet uitsluitend aan alle ongewenst figuren en stromingen die binnen kunnen komen. Want dat risico loop je, en dat is natuurlijk in het verleden ook gebeurd. Mensen die daar, terecht, bang voor zijn, willen dus de deur op slot houden.
Maar we lopen dan minstens evenzeer het risico dat de levende Jezus niet binnen kan komen in zijn Kerk, dat zijn Geest niet de ruimte krijgt om mensen in beweging te zetten. En als Jezus niet kan verschijnen in zijn Kerk, als die kerk niet meebeweegt met de stromingen in de wereld, dan verliest die Kerk zijn bestaansrecht.
Vandaag hoorden we dat ook de apostelen de deur op slot hielden. Ze waren bang voor de joden, staat er. Het was zomaar een zielig groepje. Ze zaten opgesloten in hun frustraties en teleurstellingen, in hun onzekerheid en angst. Met Jezus' dood waren ook hun verwachtingen en idealen meegestorven. Ze waren zelf ook een beetje dood.
Maar Jezus kwam toch bij hen binnen. Hij liet zich niet tegenhouden door die gesloten deuren. En als ze hem weer levend in hun midden zien, dan komen ze daardoor ook zelf weer tot leven.
Ook Tomas had de deur op slot, zij het op een heel andere wijze. Als de andere leerlingen hem enthousiast vertellen dat ze Jezus gezien hebben, trapt die nuchtere Tomas daar niet in. En gelijk heeft hij. Stel je voor dat iemand je komt vertellen dat hij die of die dode weer levend gezien heeft, dan zeggen we toch allemaal: eerst zien en dan geloven.
Toch komt Jezus ook bij die nuchtere Tomas binnen. En daarmee gaat ook voor hem de deur open tot geloven. Toen kwam Jezus wel binnen ondanks de gesloten deuren. Zijn leerlingen waren ondanks alle onzekerheid toch vol van hem, en daarom kon hij toch bij hen binnen komen.
Maar als Jezus nu tot leven wil komen in zijn Kerk, dan moeten zijn volgelingen de deur voor hem open zetten en niet te bang zijn voor zogenaamde kwade krachten.
Als die levende Jezus bij ons wil binnenkomen, dan moeten wij de deur voor hem open houden, anders komt hij niet. Want juist als de apostelen toen, juist als Tomas toen, zitten ook wij vaak achter gesloten deuren. En ook al zeggen we bij zijn volgelingen te horen, Hij kan niet altijd echt bij ons binnen komen.
Ook wij hebben vaak de deur op slot omdat we bang zijn, bang voor wat de mensen wel zullen zeggen, bang om onze nek uit te steken, bang dat het moeilijk wordt, want Jezus is soms best veeleisend.
Vaak houden we de deur op slot omdat we ons teveel laten ontmoedigen door alles wat we om ons heen zien, alles wat de toekomst onzeker maakt.
Is er nog wel toekomst voor de kerk, voor het geloof in Jezus' boodschap? Kunnen we wel iets aan veranderen aan de wereld waarin we leven? Haalt het wel wat uit als ik Jezus tot leven wil laten komen in mijn leven, of is het toch maar het gemakkelijkste om met de grote stroom mee te gaan?
Staan wij, als kerk en als individuele gelovige, open voor Jezus, en kunnen anderen hem in ons ontmoeten, of zijn we ook een kerk met de deur op slot? Maar dan kun je eigenlijk geen Pasen vieren.