Thomas, de tweeling

Vier keer horen we in het evangelie van Johannes een woord van de apostel Thomas. We krijgen aldus een glimp van zijn gemoed en ingesteldheid.

Wanneer Jezus het bericht krijgt dat Lazarus overleden is en beslist om naar Judea terug te keren, ondanks de vijandige houding tegenover zijn persoon, zegt Thomas tot zijn metgezellen: ”Laten ook wij meegaan om met hem te sterven” (Joh. 11,16). Een uitspraak die getuigt van zijn verbondenheid met en zijn liefde voor Jezus.

Tijdens het laatste avondmaal houdt Jezus een lange toespraak, waarin hij oproept tot vertrouwen en verklaart dat hij naar de Vader gaat. Thomas is er niet helemaal bij en hij bekent gans eerlijk: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat, hoe moeten wij dan de weg kennen?” (Joh. 14,5). Hierop geeft Jezus hem dit antwoord: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door mij” (Joh. 14,6). Thomas en de andere apostelen hebben nog een lange weg af te leggen om te geloven dat Jezus zo nauw verbonden is met zijn Vader.

Volgens het evangelie van Johannes gaan de leerlingen met Jezus mee naar de hof van Olijven, waar hij door het verraad van Judas wordt aangehouden. Petrus en Johannes kunnen enigszins van op afstand volgen wat Jezus die nacht en op Goede vrijdag meemaakt. Dankzij Maria Magdalena vernemen de apostelen op de vroege paaszondag dat het graf leeg is en dat zij een verschijning heeft gehad.

Op de paasavond

De apostelen waren bang. Zij hielden de deuren van hun verblijfplaats gesloten uit vrees voor de Joden. In de avond verschijnt Jezus aan zijn leerlingen. Er komt vrede en vreugde in hun hart. Jezus schenkt hen de heilige Geest en geeft hen een zending. De eerste aan wie zij dit kunnen mededelen is Thomas. Die was er niet op het moment dat Jezus kwam. Hij antwoordt nogal nuchter: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven” (20,25). Het lijkt erop dat hij niet verwacht dat Jezus, eenmaal gestorven, naar deze aarde zou terugkeren. Of verwacht hij Jezus terug te zien, zoals hij Lazarus uit het graf heeft zien buitenkomen. Thomas wil vooral Jezus terug zien die voor ons geleden heeft en die dit toont in zijn wonden (Zie Paus Benedictus XVI, audiëntie van 27 sept. 2006 over de apostel Thomas).

Voor de apostelen was het moeilijk en pijnlijk, wanneer je dat wat je vervult niet kan doorgeven aan wie dicht bij jou leeft. Dit geldt ook voor ons. Slagen wij erin om geloofwaardig te getuigen en te leven vanuit het geloof en de verbondenheid met de Verrezen Jezus?

Acht dagen later

De achtste dag zijn ze allen bijeen en volgt een nieuwe verschijning. De verrezen Heer met de kruiswonden staat tegenover Thomas. Hij laat zich aanraken en hij zegt tot Thomas: “Wees niet langer ongelovig, maar gelovig “(Joh. 20,27). Hier valt het verschil op met Maria Magdalena. Zij herkent Jezus. Zij spreekt met hem, zij wil hem vasthouden, maar hoort Jezus die haar zegt: “Houd Mij niet vast, want ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader” (Joh. 20,17).

Thomas mag zijn hand leggen in de zijde van Jezus. De apostel Thomas spreekt dan een woord uit van geloof en aanbidding:” Mijn Heer en mijn God!” (Joh.20, 28).

Thomas, de tweelingbroer

Thomas is vanaf dit moment voor velen een voorbeeld geworden. We nemen zijn woord over en zeggen: “Mijn Heer en mijn God! ” Wij bidden het in de stilte van ons hart, maar ook in verbondenheid met anderen wanneer we in de sacramenten Jezus nabij weten en daarbij zeggen: “Mijn Heer en mijn God.”

Thomas heeft een bijnaam Didymus, wat tweeling zou betekenen. Wil dit zeggen dat hij zelf een tweeling is, in wie een ongelovige en een gelovige schuilt? Of betekent het dat hij tweelingbroer is zowel van wie gelooft als van wie niet gelooft. Hij die ongelovig was en zich bekeerde tot een gelovig man, is broeder van hen die moeilijk kunnen geloven en van hen die uit ganser harte geloven.

Twijfel hoort bijna inherent aan het geloof. Geloof, dit is overwonnen twijfel. Van Blaise Pascal komt volgende uitspraak: Il y a assez de lumière pour ceux qui ne désirent que de voir, et assez d'obscurité pour ceux qui ont une disposition contraire.” Vinden is het resultaat van het zoeken.

Beloken Pasen 2023

In de eucharistie verkondigen wij de dood van Jezus en belijden wij tot hij wederkomt dat hij verrezen is.

Geloven we dan wel wat we met de mond verkondigen? En zijn we met velen die dit geloven? Niet elke katholiek en elke christen volgt Paulus, die beweert dat ons geloof ijdel is zo we niet in de verrijzenis geloven. “Als Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof zonder grond” (1 Kor.15, 14).

Wij merken in het Westen en wellicht ook elders de invloed van de secularisatie. Er is een grote terugval van het kerkbezoek en een teloorgegane invloed van de katholieke Kerk op het maatschappelijk en persoonlijke leven. Er is een kerkse vermagering, wat niet inhoudt dat de vraag naar zingeving is opgeheven.

Vorig jaar verscheen het boek De Kerk in Vlaanderen en het werd tijdens een colloquium in UCSIA voorgesteld. “De kerk in ons land is een werf. Zwart is haar toekomst niet, de werkelijkheid mixt hoop en verval. Er is een crisis van de Kerk met hoofdletter, maar niet noodzakelijk van het geloof.” Er blijft aandacht voor christelijke waarden, maar het is toch een zorg zo het een christendom wordt zonder Christus.

Thomas wordt nog een vierde keer in het evangelie vermeld, dit is wanneer de leerlingen terug bij het meer van Tiberias zijn (Joh. 21,1). Petrus had voorgesteld om te gaan vissen en enkele van zijn kompanen zijn meegegaan, onder wie Thomas. Daar zien ze een onbekende man aan het meer. Het is Jezus, die hen uitnodigt tot een ontbijt bij een houtskoolvuur waar vis op ligt en wat brood. Het is daar dat Petrus de opdracht krijgt om een zorgzame herder te zijn.

Het zijn de apostelen en de mannen en vrouwen die hen gevolgd zijn en met hen meewerkten, die gemeenschappen gevormd hebben vanuit hun geloof in de verrezen Heer. “Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen” (Hdl. 4,33).

De lof in de Handelingen van de apostelen over de eerste christenen en hun levenswijze lijkt zowat een ideaalbeeld (Hdl. 2,42-47). Wij moeten het voor ogen blijven houden, zoals de schrijver van de eerste Petrusbrief ons aanraadt. Hij weet van beproevingen en vervolgingen die christenen toen kenden. Zijn en hun geloof steunt op de Verrezen Christus. Wij zijn herboren tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood (1 Petr. 1, 3). Daarom mogen wij blij en met overtuiging het alleluja zingen.

Thomas zet ons aan om te bidden tot God en onze Heer. Wij volgen hem eveneens door aandacht te geven aan wonden van gekwetste mensen. Wij erkennen de kwetsbaarheid bij onszelf.

Wij worden niet kleiner door voor God te knielen en door ons te bukken voor de gewonde medemens. Zoals Thomas wensen wij onze handen in de zijde van de Heer te leggen en wonden te helen van gekwetste broeders en zusters.