OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, vandaag gaat deze viering over geloof, over geloofszekerheid en geloofstwijfel.
Iedere zondag zeggen wij de geloofsbelijdenis op, maar echt geloven is meer dan dat. Echt geloven in God de almachtige Vader wil zeggen, dat wij het vertrouwen hebben dat wij in alle omstandigheden van het leven door Hem worden gedragen. Als wij zó geloven, hebben wij dan eigenlijk nog wel reden om ons ooit zorgen te maken?
Ik denk, dat van niemand van ons het geloof volmaakt is. Vragen wij God, dat Hij ons geloof laat groeien om zo méér zijn liefdevolle zorg te kunnen ervaren en om ook zelf méér liefde te kunnen geven.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Barmhartige en eeuwige God, ieder jaar brengt Gij in de viering van het paasfeest het geloof van uw volk tot nieuw leven. Blijf allen uw genade schenken en laat hen de diepe zin verstaan van het water, waardoor zij zijn gereinigd, van de Geest in wie zij zijn herboren, en van het bloed, waardoor zij zijn verlost. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... .
PREEK
Er was ooit een Amerikaans efficiency-bureau - een bureau dat onderzoekt hoe bedrijven het beste kunnen worden opgezet - dat op grond van de in de bijbel beschikbare gegevens heeft verklaard dat eigenlijk Judas het beste de leider van de apostelen had kunnen worden, want, zo zei het bureau, Judas was vastberaden, duidelijk, zuinig met geld, had politieke slimmigheid en wist wat hij wilde.
Jezus Christus dacht daar blijkbaar toch een beetje anders over. Hij koos voor de wat meer onzekere Petrus, die voortdurend stuntelde en geregeld ook verkeerde dingen zei en deed. En Jezus koos ook voor Thomas, die het allemaal niet zo zeker wist; de weifelaar met zijn kritische vragen wordt één van de leiders van de jonge christenheid. Hij heeft méér tijd nodig dan de anderen, maar Jezus gunt hem zijn eigen tempo om tot geloof te komen.
Overal vind je wel van die zekerweters, in verenigingen en clubs. Mensen, die recht op hun doel afgaan. Zij ondervinden - in eerste instantie - veel waardering, maar op den duur blijken sommige van die hardlopers doodlopers te zijn. Er zijn ook altijd overal mensen, die zeggen, dat ze het nog niet weten. Ze moeten er nog over nadenken. Ze twijfelen nog. Ze hebben nog tijd nodig. Wanneer er dan eenmaal een antwoord komt is hun antwoord misschien rijper, dieper doordacht. Zij zijn uiteindelijk meer als een eikenboom, langzaam gegroeid, maar vast geworteld.
Simon Carmiggelt heeft ooit een boek geschreven, dat heet “Twijfelen is toegestaan”. Het had de titel kunnen zijn van de evangelielezing van vandaag. Het is van de ene kant een waarschuwing aan het adres van allerlei kerkmensen, die het zelf allemaal zo zeker lijken te weten, en die andere mensen niet de mogelijkheid van de twijfel gunnen, je bent meteen een slecht katholiek als je ergens ook maar even aan twijfelt, en aan de andere kant is dit evangelie een bemoediging voor die mensen, die zeggen: daar ben ik nog niet aan toe. Dat kan ik nog niet geloven. Misschien kom ik ooit nog zo ver.
De apostel Tomas twijfelde natuurlijk niet aan alles. Ik denk zelfs, dat hij aan het meeste niet twijfelde. Zijn geloof in God was vanzelfsprekend. Hij twijfelde ook niet aan de Thora, de Joodse leefregel door Mozes gegeven. Hij geloofde net als zijn collega-apostelen, dat Jezus Christus een heel bijzondere profeet was. Maar dat Hij uit de dood zou zijn opgestaan, nee, dàt ging Thomas net even te ver. Dat kon hij niet zo maar geloven. Dat had zijn tijd nodig. Maar uiteindelijk deed hij een schitterende geloofsuitspraak, die nog niemand eerder had gedaan: Mijn Heer en mijn God.
Een dierbaar iemand sterft. Hij is dood en zij intens verdrietig en vol met vragen. Zekerweters hebben dan altijd wel iets te zeggen. Maar de beste troosters zijn misschien degenen die in eerste instantie niet weten wat ze moeten zeggen of mensen, die hun zekerheden nog even voor zich houden. Een te haastige zekerweter zal kunnen zeggen “Je man is bij de Heer”. Dat is hopenlijk waar. En het is een eeuwenoude geloofsuitspraak, en dus goed bedoeld, maar als zo’n uitspraak te vroeg komt, kan het een dooddoener zijn, die alleen maar pijn doet.
Vaak is het belangrijker eerst een beetje mee te huilen, mee verdriet te hebben, voordat wij met onze zekere geloofsuitspraken komen. En dan... als het verdriet erkend is, een beetje tot rust gekomen, dan kunnen wij mensen wijzen op de feitelijke stand van zaken: Je man is bij de Heer. Hij is in goede handen. Hij wacht op ons.
Broeders en zusters, wij kunnen volwassenen en ook kinderen en jongeren niet verplichten tot geloven. Niet zien en toch geloven is prachtig, zegt Jezus zelf, maar dat heeft z'n tijd nodig, dat moet kunnen groeien.
In de Handelingen van de Apostelen, waaruit de eerste lezing van vandaag is genomen, vertelt Lucas hoe dat geloven groeide onder de eerste christenen. Zij legden zich toe op de leer van de apostelen, zij bleven bij elkaar komen, deelden wat ze hadden, braken het brood - d.w.z. zij vierden de eucharistie - en bleven samen bidden.
Zo groeide het geloof toen en zo kan het geloof ook nu groeien: samenkomen, samen luisteren, samen bidden, samen delen. Houden wij het geloven vol. Er is maar een klein beetje gist nodig om het hele brood te laten rijzen. Als wij maar blijven geloven zal de Kerk van Jezus Christus op den duur weer meer dan nu een licht kunnen zijn voor alle mensen om ons heen.