Openbaring (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Kunt u zich dat Duracell-konijntje nog herinneren? Het was in een t.v.-reclame: Een heel bataljon witte konijntjes met een trommel om de nek en dat trommelt er lustig op los. Maar de één na de ander valt stil. Behalve één konijn. Daar zit een Duracell-batterij in!

 Met enige regelmaat moet ik daaraan denken, aan dat Duracell-konijn, zonder twijfel omdat ik mijzelf daarin herkén. Want ook ík trómmel maar door, op de trommel van de blijde boodschap. Dag in, dag uit, van zondag tot zondag, steeds weer een mis, steeds weer een preek maken terwijl de hele stad nog op één oor ligt. Sinds tweeënhalf jaar vanuit de pastorie van de Vredeskerk ook voortdurend hierheen om samen met u hier de eucharistie te vieren en die preek te houden. De straten zijn altijd uitgestorven op zondagmorgen. Men ligt nog op één oor, zit aan het ontbijt of is, wie weet, al op het sportveld te vinden of rent door het Vondelpark. Gek is dat: de rust en de stilte van de zondagmorgen hebben met Hem te maken om wie het hier in de kerk gaat. Maar slechts een relatief klein clubje mensen, u en ik, begeeft zich hierheen om Hem te zoeken, te vinden, te aanbidden - met de wijzen uit het oosten vandaag. De rust en de stilte ook van Amsterdam Oud-Zuid op zondagmorgen spreken in die zin bóekdelen. Dit is voor het leeuwendeel van de mensen zeker niet the place to be op zondagmorgen. Het Concertgebouw: ja. Het Vondelpark: ja. Het eigen bed: ja. Maar de kerk: nee.

 En toch trommelen wij maar dóór dierbare gasten en parochianen, zoals het Duracell-konijn. Wij houden maar niet op met het verkondigen van die blijde boodschap waar na de Kerstnacht geen sterveling nog van wakker lijkt te liggen, nog op lijkt te zitten wachten en nog van lijkt te willen weten. Geen sterveling. Behalve wij dan - dat wil zeggen: ook daaraan twijfel ik wel eens ... of ú hier wel zit te wachten op mijn getrommel oftewel op die preken van mij, of u daar wel "van gediend bent" zoals dat heet. Daaraan twijfel ik wel eens, vanwege wat ik soms hoor en soms nog meer vanwege wat ik niet hoor.

 Dus, dierbare parochianen en gasten, waarom het mijzelf en u moeilijk en lastig maken? Konijn ga terug in je hok. Blijf maar wat langer liggen. Pak eventueel een oude preek of eentje uit een preektijdschrift. Pluk er ééntje van het internet. Doe niet zo moeilijk. Ja. Nee. Wat geeft u de moed om door te gaan met het geloof en met de kerk dierbare parochianen en gasten? Wat motiveert ú daartoe - om in die zin tegen de stroom van de tijdgeest, die wild kolkende rivier, in te roeien?

 Ooit zag ik een cartoon met de drie koningen, verdwaald, op hun kamelen, in een groot doolhof. Een pakkend beeld. Een beeld dat ook aansluit, zo dunkt mij, bij de wijzen uit het oosten zoals we die aantreffen in het evangelie van dit hoogfeest. Mensen die op weg zijn. Mensen die op zoek zijn. Waarnaar? Naar wie? Naar wat? Mensen die dwalen, die vérdwalen. Dolende zielen. Mensen die de weg zijn kwijtgeraakt in zichzelf of in de wereld of allebei want dat gaat altijd hand in hand. Ik herken mijzelf en ik herken mijn familie, mijn vrienden, mijn stad- en mijn tijdgenoten, kortom ik herken al mijn medemensen wat dat betreft in het beeld van die wijzen. Ja, dat zijn wíj. Zo is het met ons gesteld. Wij zijn zwervers, zoekend naar zin, op zoek naar een doel, op zoek naar iets of veel liever nog: op zoek naar íemand om bij thuis te komen, om gelukkig van te worden en om voor te leven. Dat is denk ik ons diepste verlangen. En ik denk: het kompas naar de vervulling van dat diepste verlangen in ons, dat is ons ingebakken. Wij zijn als de os en als de ezel. "Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester" zegt de profeet Jesaja (1, 3). In élk geval onbewúst wéét elk mens wat zijn, wat haar bestemming is; waartoe je bent gemaakt en op aarde bent en waar en hoe daar het geluk te vinden is. Mínstens onbewúst wéét elk mens dat. Daarvan ben ik heilig overtuigd.

 De wijzen uit het oosten zien een ster: Και ιδου ο άσάηρ. Et ecce stella. En zie (...) de ster. Voor mij misschien wel de meest ontroerende zinsnede uit de hele bijbel. Voor dat zinnetje, voor die ster, ben ik uit mijn bed gekomen vanmorgen. Daarvoor ben ik naar de kerk gekomen en ik hoop dat te kunnen en te mogen blijven doen tot mijn laatste snik, totdat ook mijn batterijtje op is, totdat ook mijn rikketik stopt. Van die ster wil ik getuigen. Voor die ster wil ik op mijn trommeltje slaan (pa-ra-pa-pa-pam, me and my drum). Van die ster wil ik zingen. Wij mogen ons dan, veelgeliefden, soms arme zwervers en dolende zielen op aarde voelen. Maar in ons is er wel dat innerlijk kompas waarvan mijns inziens die ster die de wijzen zien het prachtige beeld is. Wij weten in wezen heel goed waar en bij wie we thuiskomen. Wij weten in wezen heel goed van wie we zijn. En ik denk, veelgeliefden, dat wéten en ook willen weten, je daarvan bewust zijn, dat maakt mensen tot wijzen. Amen.