Doopsel van Christus (2008)

Je verwacht misschien de beschrijving van een prachtig doopritueel. Het is toch een belangrijk moment, een openbaringsfeest. Niets van dat alles. Heel nuchter staat het er : 'Dan treedt Jezus aan, komend uit Galilea op de Jordaan toe om door hem gedoopt te worden.' Dan volgt een merkwaardige woordenwisseling tussen de doper en Jezus zelf. De doper kent zijn plaats en laat merken dat Jezus zijn meerdere is. Wie moet nu wie dopen? Johannes doopte toch een doopsel van bekering : Jezus heeft toch geen bekering nodig, hoeft toch niet gereinigd te worden... Waarom vraagt deze bijzondere mens om het doopsel? In die woordenwisseling beslist Jezus: "Laat het nu toe; zo is het passend." Dat moet toch een zin hebben?

Het doopsel is een toegangspoort : wie die deur opent is van minder belang als hij maar geopend wordt. Ooit hebben we geleerd : 'in geval van nood mag en moet iedereen dopen'. Toegegeven: daar zat de angst bij ingeslepen dat een kindje zonder doop niet toegelaten zou worden in de hemel. En dat is het laatste wat ouders willen. 'Hem toelaten' ,daar gaat het om. Daar hoef je nog geen doopcatechese voor te ontvangen, die is van latere zorg. Hem toelaten, en in zijn voetsporen treden ... Johannes liet Hem toe : en daarmee is de levensstroom geopend. Hij, Jezus daalt af en gaat in onze levenstroom staan, hij wordt solidair met ons. Jezus ondergaat het doopsel zoals wij het doopsel ondergaan : passief als een geschenk om de Geest een kans te geven.

Dopen is een vorm van kleur bekennen : Jezus bekent zich tot ons als een van de onzen van Godswege nog wel. En tegelijk bekent God zich tot hem: dat is het openbaringsmoment. En bij het doopsel kun je spreken van een vóórontwerp. Deze week kwam ik per toeval in contacht met twee beeldende kunstenaars. De een bij een tentoonstelling waar veel fotomateriaal was samengebracht en voorontwerpen te zien waren, en de ander middels een schetsboek. Je ziet hoe zo'n kunstwerk langzaam gestalte krijgt.

Bij de doop zie je Jezus' al even al uitgetekend in een oude tekst die Jezus nu citeert : 'Deze dienaar, die gunsteling Gods zal niet van de hoge toren blazen; Hij breekt het geknakte riet niet; hij lijmt wat bijna gebroken is; hij wakkert aan wat nog net niet dood is; hij laat licht binnen waar het pikdonker lijkt te worden; hij bevrijdt wat verknoopt is...' Wat een perspectief: dat moet toch iedereen aanspreken... Maar het moet nog gestalte krijgen, met kracht van Boven.. De hemel gaat immers open: hemel en aarde raken elkaar, maar toch ....

Iemand vertelde dat hij het geloof afgeworen had. Hij had er nooit iets inspirerends in ervaren. In kerkmensen was hij zwaar teleurgesteld en ook in de priesters. Hij zegde zijn lidmaatschap op. Een bron van ergernis minder, zo redeneerde hij. Tot op een dag dat hij in zijn eentje een berg beklom. Hij zat daar en de ervaarde ineens hoe de hemel zich opende en hij hoorde een stem die zei: 'jij hebt mij wel losgelaten, maar ik heb jouw nooit nooit losgelaten." Dat is een moment dat je even je eenkennigheid loslaat en voelt : wat die geloofsgemeenschap ook moge voorstellen, dat je er niet zonder kan. Bij de doop voel je dat Jezus zijn kerk nooit helemaal loslaat. Het doopsel zoals het vandaag wordt gepresenteerd is geen weloverwogen ritueel, wat het later geworden is. Het is nog geenszins die plechtige opname in de kerk waaraan een grondige dooponderrchting aan vooraf moet gaan: het is een totaalgebaar. Als jezus gedoopt is -hoe dat precies zich voltrokken heeft wordt niet eens gemeld-, loopt hij meteen uit het water de wal op, het leven, ons.leven binnen:. 'en zie; geopend wordt de hemel en de stem weerklinkt : jij bent mijn beste, in jou heb ik welbehagen'. Jezus ondergaat het doopsel : alleen zo is het passend de gerechtigheid te realiseren. Ondertussen weten we waar we aan toe zijn : Jezus beantwoordt ten volle aan het voorontwerp dat Jesaja geschetst heeft. Ons doopsel is dus op de eerste plaatst geen reinigingsritueel ; het is een teken dat dat hij solidair wil zijn met ons. Dat Hij ons toelaat en wij Zijn geestkracht mogen ontvangen . Daarom mag en moet iedereen in stervensgevaar dopen ; de deur openzetten naar het heil. Ieder die van goede wil is mag toegelaten worden.