Doopsel van Jezus (2008)

Het feest van het doopsel van Jezus is geen aanhangsel aan de kersttijd.  Het hoort bij zijn Openbaring.  De Oosterse kerken vieren deze epifanie op 6 januari.

Zoals andere evangelisten meldt Matteüs deze belangrijke ontmoeting tussen Jezus en Johannes.  Waarover spraken Jezus en Johannes?  Hebben ze een zwakte/sterkte analyse gemaakt?  Welke strategische plannen hebben ze samen opgesteld?  Wat was hun beleidsplan?  Hoe duidelijk was hun missie geformuleerd?  Hebben ze naderhand hun inspanningen gecoördineerd en op elkaar afgestemd?  Hoe hoog zouden beide scoren in een cursus management?  Overbodige vragen.  Het gesprek bij de Jordaan duurde niet lang.  Jezus kwam niet bij Johannnes om te overleggen, maar om zich te laten dopen.  Bij Matteüs is dit de enige ontmoeting tussen Jezus en Johannes.  Beide blijven niettemin op de hoogte van elkaars lotgevallen. 

De Jordaan is de laagste rivier ter wereld.  Daar doopt Johannes en kondigt hij het rijk de Hemelen aan.  Een vanouds vereerde doopplaats is "Betanië, aan de overkant van de Jordaan" (Joh. 1,28). . Ze zou in Jordanië liggen en heet in het Arabisch Wadi al Kharrar.  Johannes kijkt daar uit naar de Messias. Johannes weet wie Jezus is, zoals de lezers van Matteus het weten.  Hij zei het hun van bij het begin van zijn evangelie.  Jezus is de Zoon van God.  Hij komt bij Johannes en overhaalt Johannes hem te dopen.  Hij roept hiervoor de Gerechtighneid Gods in.  Hij wil wat God wil.  Jezus is immers de gehoorzame.

Gerechtigheid duidt op het volbrengen van de wil van God.  God verlost door gemeenschap te stichten.  Wij werken aan gerechtigheid door solidariteit op te nemen en samen lasten te delen.  Gerechtigheid vergt stappen van een berouwvol volk.

"In de bijbelse visie is gerechtigheid een gave en belofte van God, die van de mensen een overeenkomstig gedrag tegenover de gemeenschap verwacht.  In dit verband verwijst gerechtigheid naar een medemenselijke houding die uitstijgt boven de gebondenheid aan de wet en zijn rechtsbepalingen.  Deze houding impliceert het streven van de mens om, naar het voorschrift van God, ieder mens het zijne te geven.  Het komt dus neer op de vaste en bestendige wil aan ieder recht te laten wedervaren" (Leven vanuit het geloof).

Dit doopsel leidt tot een verrassend openbaringsmoment.  Wolken gaan open.  Een ruimte komt vrij.  Het diepste diep en de hoogste hemel.  Een stem duidt Jezus aan als de geliefde Zoon Gods.  De kracht van de Geest is bij hem.  Kort nadien zal Jezus in de woestijn daarover getest worden.  Hoe zal hij zijn taak en zending opvatten?

De lezers van Matteüs horen zinspelingen op de bijbel.  Daardoor verbreedt dit verhaal.  De geest die boven Jezus zweeft, was er bij van de schepping van de wereld (Gen. 1,2).  Hij was bij Mozes en het volk van de uittocht (Is. 63, 14).  Bij het doopsel begint een nieuwe schepping en een nieuwe tocht van het volk. 

De krachtige beweging van Gods stem en van Gods geest doordringt Jezus, de gehoorzame.  Bij zijn afscheid zendt Jezus zijn leerlingen met de opdracht te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest.

Wij lezen het verhaal van dit doopsel en de Godsopenbaring in de liturgie.  Het wordt daar langs twee kanten belicht.  Door een lichtbron uit het Oude verbond.  Jezus is de dienaar, over wie Jesaja sprak.  Een dienaar van gerechtigheid met grote mildheid.  Dank aan Jesaja om zijn schitterende beeld van het geknakte riet en de kwijnende vlaspit.  Volgens Matteüs heeft Jezus dit woord op zichzelf betrokken (Mat. 12., 20).

Gedoopt om dienaar te zijn.  Een gewelidge opdracht.  Tertullianus, een kerkelijke schrijver uit de tweede eeuw, zei: "Je bent niet als christen geboren, je moet het worden." 

Een tweede lichtbron op het evangelie komt uit de Handelingen.  De jonge kerk vergeet niet dat Jezus na zijn doopsel vanuit Gods kracht weldoende en bevrijdend is rondgegaan.  De kerk ervaart dat het doopsel open staat voor alwie God welgevallig is.  Grenzen vallen weg.

De liturgie houdt van wisselingwerking tussen teksten.  Zij brengt teksten uit het Oude Testament en woorden uit de Handelingen en de brieven van apostelen in verband met het evangelie.  De liturgie beschouwt een schrifttekst nooit op zichzelf.  Ze ontdekt meerdere lagen en brengt grotere klaarheid door meerdere bijbelteksten op eenzelfde dag aan te bieden.  Zij plaatst ons aldus in een traditie, van waaruit wij iets nieuws kunnen ontdekken.  Claude Tasssin vergelijkt dit met een chemische reactie, waardoor teksten meer inhoud krijgen (Claude Tassin, Cahier Évangile n° 129, septembre 2004).  De liturgie in de synagoog waagde ze al aan deze mixt.  Een tekst wordt gelezen in het licht van gans de canon van de Schriften.  Het is die methode die paus Benedictus aanwendt in zijn Jezusboek, dat trouwens begint bij het doopsel van Jezus in de Jordaan.

Het riet bij de Jordaan ruist telkens iemand gedoopt wordt.  Moge de nieuwgedoopte man en vrouw oog hebben voor het riet, wanneer dit is geknakt.