Doop van de Heer (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Het nieuws wordt nog steeds beheerst door die afschuwelijke ramp die Zuid-Oost Azië getroffen heeft, een ramp waar geen woorden voor zijn. Er waren twee zaken die me opgevallen zijn. Enerzijds het enorme meeleven van de wereld met de slachtoffers dat zich met name ook uit in de enorme bedragen aan geld die in talloze landen al bijeen gebracht zijn. Dat is geweldig. Anderzijds zag ik op de televisie dat er een paar dagen na de ramp alweer badgasten lagen te zonnen op de mooie stranden in Thailand, terwijl ze een stuk verderop nog lijken aan het ruimen waren. Dat vind ik verbijsterend.
Enerzijds dus mensen die geschokt waren door de omvang van de ramp, anderzijds mensen die zich er schijnbaar niets van aantrekken en in het rampgebied toch hun eigen pleziertjes zoeken. Ik zeg met nadruk schijnbaar, want ik ken hun gedachten niet, misschien zijn ze ook wel geschokt maar dat is in hun gedrag niet te zien.
Het meeleven is geweldig, toch vind ik het een beetje wrang dat alleen extreem grote rampen mensen echt in beweging zetten en dat er alleen dan een golf van hulpverlening op gang komt.
Er gebeuren links en rechts ook nog andere rampen, ook grote rampen, die in de media weinig of geen, in elk geval veel minder aandacht krijgen en die daarom ook veel minder tot de verbeelding spreken. Ik denk bijvoorbeeld aan de ramp die zich voltrekt in Dafur in Soedan, waar duizenden mensen dreigen te sterven van de honger, of de situatie in Congo waar je mondjesmaat iets van hoort, waar een hopeloze burgeroorlog aan de gang is met talloze slachtoffers. En in zekere zin zijn die rampen nog erger.
Tegen die enorme natuurkrachten staan we grotendeels machteloos, zoiets overkomt mensen; de rampen die mensen elkaar aandoen zijn op zich veel schrijnender, omdat ze, in theorie, wel voorkomen kunnen worden.
Maar ook afgezien van grote en kleine rampen die zich voltrekken kun je mensen ruwweg in twee groepen delen. Enerzijds de mensen die meeleven met de narigheid die anderen overkomt en die hun meeleven ook handen en voeten geven en anderzijds mensen die alleen maar voor zichzelf leven, en zich weinig of niets aantrekken van wat anderen overkomt.
Er lopen veel mensen rond die alleen oog hebben voor hun eigen belangen, hun eigen gemakken, eigen voordelen en eigen pleziertjes. En als ze narigheid om zich heen zien, kijken ze de andere kant op of zeggen: hier ligt voor mij geen taak, hier moeten anderen maar helpen.
Gelukkig zijn er overal ter wereld ook talloze mensen die wel wat over hebben voor anderen, die bereid zijn eigen belangen opzij te zetten voor het belang van anderen, die eigen gemak en eigen plezier opofferen om anderen een helpende hand te bieden. En het gaat hier niet om grote wereldrampen maar om de kleine rampen die mensen om ons heen kunnen treffen, en voor de getroffenen zijn ze altijd groot. Ik denk aan ernstige ziekte, dood van een dierbare, een kind dat verongelukt, de kwalen van de oude dag die iemand het leven zuur maken, narigheid in de familie, noem maar op. En je ziet hoe heel velen op een geweldige manier hulp en bijstand geven.
Vandaag vieren we de doop van Jezus, hoe hij zich daarin solidair verklaarde met alle mensen, hoe hij dat gestalte gaf in zijn aandacht voor mensen die het moeilijk hadden in hun leven: zieken en gebrekkigen, voor de verschoppelingen van zijn tijd.
Vandaag denken we ook aan ons eigen doopsel: dat is een soort solidariteitsverklaring met die Jezus, een intentieverklaring om zijn boodschap waar te maken in ons leven. Als we praten over een christelijke levenshouding, dan moet daarin centraal staan die zorg en aandacht voor de medemens, voor alle medemensen, dichtbij en veraf. Een volgeling van Jezus moet hart hebben voor mensen die het om welke reden dan ook moeilijk hebben, die mag nooit de andere kant opkijken en moet zich steeds de vraag stellen: wat kan ik hier doen om te helpen, direct of indirect. En heel vaak kunnen we veel meer dan we denken.