Gerechtigheid, zijn programma (2014)

 

De drie lezingen bij het feest van het Doopsel van de Heer hebben elk het woord gerechtigheid. Dit is het programma, dat Jezus bij zijn doop aankondigt.

Op een ander aangewezen

Sacramenten hebben een vervelende kant. Je kan ze aan jezelf niet toedienen. Je kan naar het doopsel verlangen, maar je kan jezelf niet dopen. Er is geen zelfbediening bij de sacramenten. Bij elk sacrament treedt je uit jezelf. Je vertrouwt je toe aan een medemens, iemand van de kerk. Je toont je daarbij afhankelijk, je erkent mens te zijn in relatie. Dit veronderstelt nederigheid.

Wie erdoor gaat, doet een nieuwe ervaring op. Hij/zij treedt binnen in een gemeenschap en versterkt de band met deze. Je bent opgenomen door een ander en voor een ander. Elk sacrament deelt in de beweging van sterven en verrijzen. Jezus is het sacrament van de Godsontmoeting. Komende van bij de Vader, heeft hij zich toevertrouwd aan de handen van de mensen om ze te laten delen in het Rijk van zijn Vader.

Jezus bij de Jordaan

Wanneer Jezus in Galilea opgroeide, ontstond in de Jordaanstreek en in het land van Juda een religieuze vernieuwing. Johannes de Doper had een rol in dit reveil. Hij riep mensen om zich daarbij aan te sluiten en zich door hem te laten dopen. Zijn doopsel tot bekering trok de mensen niet weg uit de wereld. Johannes zond hen naar de wereld terug.

Jezus kwam vanuit Galilea naar Johannes. Dit wijst op zijn sympathie en steun aan die religieuze hernieuwing. Het verwondert ons dat Jezus vroeg om door Johannes gedoopt te worden. Johannes was er als eerste zelf over verwonderd. Hoe zou hij, de mindere, Jezus dopen, zijn meerdere?

Jezus vroeg het doopsel om, zoals hij zei in het evangelie van Matteüs, “Gods gerechtigheid te vervullen.” Deze uitdrukking in de Nieuwe Bijbelvertaling staat dichter bij de woorden van Matteüs dan de vertaling: “al wat is vastgesteld volbrengen.”

De Gerechtigheid vervullen.” Dit is het eerste woord dat Jezus uitspreekt in het evangelie van Matteüs. Meteen zijn programma. Hij zal voltrekken wat God wil. In de Joodse wet was er nochtans geen sprake van doopsel. “Het vervullen van gerechtigheid refereert zowel naar de menselijke als goddelijke gerechtigheid. Gerechtigheid is wezenlijk trouw handelen ten opzichte van de verbondsrelaties. Ondanks Israëls weerspannigheid en gebrek aan rechtvaardigheid zal God gerechtigheid brengen door zijn volk te bevrijden (Jes. 45) en over hen te regeren als soeverein vorst. Als getuige van het heil zal Israël de gerechtigheid leren zodat bij het herstel een rechtvaardig volk ontstaat. Door de doop te ondergaan participeert Jezus, samen met Johannes, in de initiatie van dit plan van Gods gerechtigheid, in het rechtvaardig antwoord van het volk met als consequentie het getuigenis aan alle volkeren (Internationale commentaar op de Bijbel, dl. 2, 1471 – 1472).

Niet uit berouw, maar uit liefde

Jezus is van een gans andere herkomst dan de andere dopelingen. In alles aan hen en ons gelijk, behalve in de zonde. “Wanneer Jezus het doopsel begeert, dan doet hij dit in onderscheid met alle andere mensen als de alleen goede, de zondeloze, die geen vergeving nodig heeft. Als de goede begeert hij echter het doopsel, alhoewel hij dit voor zichzelf niet nodig heeft. Hij begeert het omwille van hen, die het nodig hebben. Hij doet het omwille van de zondaars. Juist als de alleen goede laat hij zich niet van de zondaars scheiden. Hij handelt niet als een farizeeër, die het goede voor zich alleen wil. De zondeloosheid, het goed-zijn van Jezus betekent juist zijn onvoorwaardelijke liefde tot de zondaars. Niet uit berouw, maar uit liefde gaat hij naar het doopsel en treedt zo in de plaats van de zondaars” (Dietrich Bonhoeffer).

Jezus getuigt van nederigheid door af te dalen in de Jordaan, de laagste van alle rivieren. Jozua en zijn volksgenoten zijn door de Jordaan naar het Beloofde Land getrokken. Doorgang en overgang. In het water induiken en eruit opstijgen.  Sterven en verrijzen.

De houding van vernedering, die blijkt bij zijn doop, tekent Jezus voor gans zijn leven. “De volle reddende gerechtigheid van Gods rijk kan niet komen zonder de vernedering van de sterke” (Jakob van Bruggen). Dit programma ziet verder dan de doop. Tijdens zijn leven moet Jezus hen terecht wijzen die hem van die weg van vernedering willen afhouden. Zijn gave aan het kruis begint bij de Jordaan.

Gods geliefde

Het doopsel door Johannes is voor Jezus een merkwaardig openbaringsmoment. Daar treedt te voorschijn wie hij ten diepste en ten volle is: “Gods geliefde Zoon, op wie de Geest rust.” Dit is een doorbraak van het Gods Rijk, dat door Jezus aanwezig wordt gesteld. Dit doopsel richt Jezus naar de mensen, al zal hij zich voordien eerst in de woestijn terugtrekken.

Het doopsel van christenen kent een dubbele beweging. Wij gaan naar het water, teken van reinheid en vruchtbaarheid. Naar ons toe komen Jezus, zijn Vader en de Geest. God toont zich solidair met ons en roept ons tot solidariteit met hem en de medemens. Het doopsel, ontmoeting van water en vuur! Als kind van een vader en een  moeder, worden wij in het doopsel door de Zoon van de levendige God meteen Gods kinderen.

Paus Franciscus doopt op dit feest zoals zijn voorganger Benedictus. Hij toont daarmee hoe belangrijk dooppastoraal is. Je komt er in contact met mensen, die niet meer zoveel banden hebben met de kerk en toch wensen dat hun kinderen door het doopsel in de compagnie van de kerk gelukkige mensen worden. “Het feest van het doopsel van Jezus is een gunstig moment om als christenen de schoonheid van het doopsel te ontdekken. Het richt ons doen en denken naar het beeld van de nieuwe mens. Het doopsel verenigt ons met christenen van alle belijdenissen” (Benedictus XVI, toespraken op het doopfeest van 2006 en 2007 en in zijn Jezusboek).

Het doopsel is het eerste van de drie initiatiesacramenten, waardoor wij ingeleid en ingelijfd in een kerkgemeenschap. Het mag geen geïsoleerd moment zijn. Ze worden te veel beschouwd als overgangsriten en te weinig als werkelijke initiatiesacramenten. Vandaar de pastorale  zorg en de bijhorende catechese om de ouders en hun kinderen vanuit een missionair besef te betrekken bij het leven van de kerk en de boodschap van het evangelie (De sacramenten en de christelijke initiatie. Kinderen en jongeren vandaag. Oriëntaties en missionaire vernieuwing). Diaken Luk is sterk begaan met de dooppastoraal. Hij stelt vast dat ouders bij hun motieven voor de hoop van hun kind, hiervoor zelden naar Jezus verwijzen. Het is nochtans in zijn naam dat wij gedoopt worden.

Het doopsel van Jezus was een openbaring van zijn diepe band met zijn Vader. Zo was en is het doopsel voor de gedoopte een ontmoeting met de levende Heer en een stap om te groeien in het leven van de Kerk, het Lichaam van Christus.

Het doopsel is het startpunt van een levensweg waarin de gedoopte geroepen is om de relatie met God – Vader, Zoon en Geest – te verdiepen en telkens te vernieuwen” (Ibid).

Het feest van het doopsel van Jezus bemoedigt de inzet en de betrokkenheid van velen in de dooppastoraal opdat door het doopsel mensen tot nieuwe christenen geboren worden.