Doop van de Heer (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Om 22u33 gisteravond stuurde Wilko mij een mailtje: "Onze zoon Yeshe, die je een paar weken geleden in de kerk gezien hebt, begint op een leeftijd te komen dat hij gedoopt kan worden." - Wanneer dat zou kunnen ... Kijk, dierbare gasten en parochianen, dat paste natuurlijk mooi! Dat mailtje kwam op een góed moment: óp de zondag eigenlijk al waarop wij de doop van de Heer vieren. Want zoals u wellicht weet begint de dag voor de joden, aan wie wij als kerk alles te danken hebben; voor de joden en dús ook voor de kerk begint de dag 's avonds. U weet wel: "En het was avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag."[1] De joden en wij: wij komen uit het duister en gáán naar het licht. Dat mailtje van Wilko kwam dus op een goed moment. Om niet te zeggen: die vraag, op dat moment, is eigenlijk een cadeautje. De doop, die onderdompeling van een mensenkind in water, of de begieting ermee, terwijl de naam van de Drieëne God wordt uitgesproken; die doop is oeroud maar ook, getuige het mailtje, piepjong, een actueel gebeuren.

 Maar wat ís het eigenlijk? Wat doen we eigenlijk als we dopen? Het heeft alles te maken met de uittocht van het Joodse volk uit Egypte en vooral: met de doortocht door de Rode Zee. De onderdrukkers, de achtervolgers, de Egyptenaren, kwamen in het water om. Maar de Joden trokken er doorheen. Voor hen betekende datzelfde water: vrijheid. God maakt ons vrij. Door open te staan voor Hem, door ons tot Hem te wenden en ons aan Hem te hechten; dat maakt ons tot vrije mensen. Bij ons zit Hij, zit God, op de troon en niemand anders. En wij laten ons leiden en sturen, ten diepste door Hem, door Gods Geest, door wat die ons ingeeft. Laat niemand, laat géén macht dus denken dat hij of zij de baas over ons leven kan zijn. Nee, dat is alleen God.

 Jezus werd gedoopt, door Johannes, in de Jordaan. Jezus keert zich naar God, naar Zijn Vader. In de doop maakt Hij zich die Vader eigen. De heilige Maximus, aan het begin van de vijfde eeuw bisschop van Turijn, heeft destijds gezegd, in een preek: "Ook deze dag zou men, naar mijn mening, de geboortedag van Jezus kunnen noemen." Want, éérst "werd Hij als mens geboren en zijn moeder Maria koesterde Hem op haar schoot." Máár, "híer wordt Hij op geheimvolle wijze voortgebracht en God de Vader omhelst Hem met zijn woord"[2]: "Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb." En dat "welbehagen", veelgeliefden, geldt ons allen: Wij mogen geloven dat God elk van ons, dat Hij alle mensen die echt bij Hem willen horen en die vanuit Hem willen leven; wij mogen geloven dat God ál die mensen, Zijn kinderen, graag ziet. Wij mogen Zijn liefde ervaren, zeker ook als we in de kerk zijn en er de sacramenten ontvangen. In die liefde mogen wij leven. Het doopsel is derhalve de diepe bevestiging van het zijn en het leven van elk van ons door God, iets prachtigs dus, iets van oneindige waarde - al kun je wat in en met het doopwater gegeven wordt dan niet "vastpakken".

 Als wij hier een kind dopen zingen we vaak tijdens de doopviering een prachtig lied van Hanna Lam, op muziek van Wim ter Burg. "Jouw leven staat aan het begin" heet dat lied. Het eerste couplet is dít:

 "Jouw leven staat aan het begin./ Het heeft nog geen herinnering./ Het is zo weerloos en zo klein./ Je weet nog niet hoe het zal zijn "

 "Weerloos" dat is precies het goede woord. Weerloos staat ook Jezus daar, in Adamskostuum of met slechts een doek om de lendenen, in het water van de Jordaan. Die weerloosheid van Jezus en van elk mens dat wil leven in zijn kielzog is daarbij niet zozeer de weerloosheid van de zuigeling of van het kind, maar is een weerloosheid-als-keuze. Wat zulk een weerloosheid inhoudt en betekent kunnen we invullen vanuit de eerste lezing vandaag, uit het boek van de profeet Jesaja. Daar hoorden we: "Hij roept niet, hij schreeuwt niet en op straat verheft hij zijn stem niet. Het geknakte riet zal hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven." Heel behoedzaam gaat Christus en gaat de christen met het leven om. Dat is denk ik de bedoeling. Weerloos en behoedzaam staan wij in de wereld.

 Dat is vaak niet zo eenvoudig. Want onze wereld is vol grof geweld. In de nacht van-oud-op-nieuw was er een bomaanslag op een kerk in Alexandrië. Drieëntwintig mensen lieten het leven en velen werden ernstig verwond. Ja, blijf dan maar eens rustig. Christelijke jongeren met name hebben na die aanslag wél op straat hun stem verheven. Ze hebben geschreeuwd en hebben met stenen gegooid. We kunnen het ons goed voorstellen. Maar de vraag is: past het bij ons geloof? Past zo'n reactie bij Jezus Christus?

 Het zou wel eens kunnen zijn, dierbare gasten en parochianen, dat een consequent volgehouden weerloosheid, zoals Mahatma Gandhi destijds in India heeft laten zien, juist in zulke omstandigheden het machtigste en krachtigste wapen is. Dán ben je echt heel sterk: als een ander jou slaat - en je slaat niet terug. Juist in en door jouw volgehouden weer- en geweldloosheid stráált dan jouw waarheid. Dát schrijft ook Jesaja: "(...) in waarheid zal hij de gerechtigheid laten stralen. Onvermoeid en ongebroken zal hij op aarde gerechtigheid laten zegevieren: de verre kusten zien uit naar zijn leer." Inderdaad, zo denk ik, als jij zo sterk bent dat je niet gaat terugslaan, dan kan dat heel indrukwekkend zijn en dan laten vroeg of laat de anderen, de geweldenaars, óók hun wapens vallen en dan kunnen ze wel eens heel nieuwsgierig worden naar jouw geloof en dat kan dan ook in henzelf een verlangen wakker maken naar die bron van jouw innerlijke kracht die geen messen, schiettuig en bommen nodig heeft. "Ik maak u voor de mensen tot het teken van mijn verbond en tot een licht voor de volken. Blinden zult gij de ogen openen, gevangenen uit hun kerker bevrijden en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten".

 Het schijnt zo te zijn, veelgeliefden, dat als moslims overgaan tot het christelijk geloof, dat de koran het in dat geval goedkeurt dat zij gedood worden[3]. Ja, ga er maar eens aan staan in Iran, Pakistan of Saoedie-Arabië. Als het waar is, dan kan de islam een soort gevangenis zijn voor mensen - zoals ook trouwens het christendom dat kan zijn. Want: werd er vroeger in de kerken niet soms gepreekt "tégen gemengde huwelijken" (zoals dat heette) en kon het niet gebeuren dat als dochterlief tóch trouwde met een protestantse jongen, dat dan de familie met haar brak, dat zij werd doodverklaard en doodgezwegen? Er is mij over verteld. Uit de eerste hand.

 Onze kerk, veelgeliefden, is tweeduizend jaar oud. Maar wij zijn nog maar beginnelingen. Wij staan nog maar aan het begin van de verwerkelijking (voor onszelf, voor anderen) van de vrijheid en van de waarheid die God, die Jezus ons brengt en schenkt. De kern, het hart van het geloof van ons doopsel is vrijheid. En alleen wie die vrijheid zelf lééft, alleen die mens kan een licht zijn voor andere mensen die gevangen zitten in de duisternis, in de treurige draaikolk van levensbeschouwelijke blindheid, haat en geweld. Mogen wij zulke mensen zijn. Moge elk van ons een licht zijn. Amen.