Doop van de Heer A - 2011

Zusters en broeders,

Tegenwoordig worden in Vlaanderen zo'n 70 % van de baby'tjes gedoopt. Dat cijfer steekt schril af tegen het aantal kerkgangers: dat bedraagt zo'n 5 %. Dat lijkt erop te wijzen dat het doopsel voor velen vooral een ritueel is dat er nu eenmaal bijhoort. Het is dus geen aanzet tot een bewust christelijk leven. Ik weet het, de wekelijkse kerkgang is niet de enige maatstaf om van christelijk te spreken, maar het is wel een aanwijzing. Wie zich niet geregeld openstelt voor het woord van God, wie Jezus' dood en verrijzenis niet viert en geen gemeenschap vormt in zijn naam, loopt alleszins het gevaar dat de band met geloof en christendom heel dunnetjes zal worden. Ook de trouw aan de doopbeloften zal wellicht niet optimaal zijn.

We kunnen ons afvragen hoe dat komt. Het antwoord op die vraag is niet eenvoudig en ook niet eenduidig. Velen zetten geloof en Kerk op één lijn, en omdat ze het moeilijk hebben met de Kerk, of ze zelfs afwijzen, verschrompelt ook hun geloof. De schandalen waarmee de Vlaamse Kerk te maken heeft, hebben er dus zeker toe bijgedragen dat velen zich van de Kerk, en meteen ook van het geloof hebben afgekeerd. Sommigen laten zich zelfs ontdopen. Ze willen op geen enkele manier nog iets te maken hebben met het instituut Kerk. Anderen haken geruisloos af. We hebben het wel gehad, denken ze, het zal van nu af zonder mij zijn. En op grotere schaal is er het onvermogen of de onwil van de Kerk van Rome om Jezus' boodschap van liefde, vrede en gerechtigheid in deze tijd gestalte te geven. Dat draagt er zeker niet toe bij om die heerlijke boodschap wervend en bezielend te doen kinken. Integendeel, het lijkt er veeleer voor te zorgen dat die boodschap meer afstoot dan aantrekt. Tegelijk zien we dat in de islamwereld de jacht op de christenen ongestraft open is. Bomaanslagen en moordpartijen in Irak, Egypte, Afghanistan, Sudan, Nigeria, Indonesië enzovoort zijn dagelijkse kost. Zelfs in het traditioneel verdraagzame Indië keren radicale hindoes zich meer en meer gewelddadig tegen de heel kleine minderheid van christenen.

Het christelijke plaatje oogt dus niet mooi. In het westen zien we een vergaande verschrompeling van de Kerk, en op andere plaatsen worden de christenen even erg vervolgd en uitgemoord als bij het begin van het christendom, tweeduizend jaar geleden. Het is in die enerzijds onverschillige, en anderzijds vijandig-moorddadige wereld dat God zegt: 'Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.' Dat welbehagen heeft Hij in elk mensenkind, en het gaat gepaard met de vraag om te leven in het spoor van zijn veelgeliefde Zoon.

Het doopsel is dus veel meer dan een ritueel dat er nu eenmaal bijhoort, het is een antwoord op de uitnodiging van God om te leven zoals zijn Zoon. Ingaan op die uitnodiging bepaalt elk van onze keuzes. De keuze voor trouw in de relatie die we aangaan, in de opvoeding van onze kinderen, in onze inzet voor rechtvaardigheid en vrede, in ons verzet tegen geweld en uitbuiting, in onze hulpvaardigheid voor mensen in nood, in onze wil om te proberen goed te zijn. Even goed als de Dienaar over wie Jesaja in de eerste zegt dat Hij door God de Heer wordt ondersteund, en dat Hij de Uitverkorene is in wie Hij behagen schept. Die Dienaar roept niet en schreeuwt niet, hij slaat gekwetste mensen niet verder neer, Hij dooft het kleine vlammetje van hoop niet dat leeft in zijn naaste. Onvermoeibaar zet Hij zich in voor rechtvaardigheid en vrede. Wie verblind is door eigenbelang laat Hij weer zien, en Hij bevrijdt wie gevangen zit in de kerker van zijn egoïsme. En wie leeft in het duister van ellende en miserie, brengt Hij in het licht van Gods vrede.

Daarin bestaat de belofte van ons doopsel: in een leven van liefde en goedheid, van mee-leven en mee-lijden, van inzet voor onze naaste, van geloof in God en trouw aan onszelf en aan onze medemens, van afwijzen van geweld en inzet voor vrede. Daarnet vroegen we ons af vanwaar het grote verschil tussen het aantal gedoopten en het aantal effectieve christenen. Wel, ik denk dat dit zeker niet alleen te maken heeft met de ergernis die de Kerk van Rome opwekt. Veeleer lijkt het mij het gevolg van de onwil om de weg te gaan die God in Jezus is voorgegaan. Want die weg is niet zozeer op het eigen ik, maar op God en op de medemens gericht, en ik heb de indruk dat velen dat gewoon niet willen.

Zusters en broeders, wij hebben er bewust voor gekozen de weg van Jezus wél te gaan, de weg van liefde, vrede en goedheid, de weg van respect voor God, voor elkaar en voor onze medemens. Laten we die weg blijven gaan. Het is geen doodlopende weg, integendeel, het is een weg die leidt naar vrede op aard en naar leven in eeuwigheid. Amen.