Gezalfd met de heilige Geest (2011)

De drieëndertigste Europese ontmoeting van Taizé in Rotterdam is voorbij.  Ze is een zegen voor de kerken in Nederland en voor het land, zei Arjan Plaisir, secretaris-generaal van de Protestantse kerken.  Broeder Alois, de prior van Taizé wees op drie belangrijke waarden, die Christus in ons wekt: de vreugde, het mededogen en de vergeving.  Hij schrijft in zijn brief uit Chili: "Als armen van het evangelie moeten wij als christenen niet doen alsof we beter zijn dan anderen.  Wat ons karakteriseert is simpelweg de keuze om bij Christus te horen."  In een workshop heeft ds Arjan Plaisir belicht wat het 'behoren tot Christus' inhoudt.  'Behoren tot; to belong', dit is een wezenlijke dimensie van de mens.  Christus behoort tot God, wij behoren tot Christus, wij behoren tot de medemens en de wereld (www.taize-rdam.nl).

"Jij behoort bij mij."  Dit mocht Jezus ervaren bij zijn doopsel in de Jordaan, wanneer een stem uit de hemel klonk: "Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde" (Mt. 3,17).

Het doopsel is een van de 'mysteries van het licht' in het leven van Jezus.  Lucas brengt in de Handelingen het doopsel van Jezus twee maal ter sprake.  Lucas legt een aantal missiepreken in de mond van Petrus en Paulus.  Petrus spreekt de menigte toe op Pinksteren.  Petrus is betrokken bij de eerste grote Schwung van de jonge kerk, de opname van een Romeinse honderdman en diens gezin.  Petrus zette er de deur open voor de missionering van de heidenen. 

Als een van de vissers in de groep van de eerst geroepenen had Petrus weet van het gebeuren in de Jordaan en had hij gehoord of misschien zelf gezien hoe Jezus zich inschakelde in de kring van mensen die zich door Johannes lieten dopen (Mt. 3,13-17; Lc. 3,21-22).  Om de open plaats van Judas in te nemen en om samen met de elf apostelen te getuigen over de opstanding van Jezus, moet, zo zei Petrus, het iemand zijn van de mensen "die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde vanaf de doop van Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen" (Hnd. 1,22).

Door Jezus te volgen en met hem om te gaan is bij Petrus het besef doorgedrongen dat Jezus door de Geest was getekend en leefde vanuit diens kracht.  Volgens Lucas is de Geest van bij het begin bij Jezus.  De Geest komt over hem bij het doopsel in de Jordaan.  Na veertig dagen woestijn keert Jezus terug naar Galilea.  In de synagoog van Nazareth past Jezus op zichzelf voor zijn levensopdracht een tekst toe van Jesaja (Jes. 42,1-7).  De Geest rustte op hem en hij heeft Jezus gezalfd om aan armen het goede nieuws te brengen.  God was met Jezus.  Petrus had zelf over Jezus de uitspraak gedaan dat de Jezus de Messias is (Luc. 9,20).  Messias betekent gezalfde, Christus.  De zalving komt uit het eerste Testament, waar koningen en priesters in een ambt worden bevestigd door een zalving.  De profeet Samuel heeft de kleine David met olie gezalfd.  Chrisma is de geurige olie, waar oosterlingen meer zin voor hebben dan westerlingen.

In de Handelingen is het Petrus die nog vóór Paulus de grenzen verruimt en getuige is hoe heidenen ontvankelijk staan voor de boodschap van Jezus.  Zowel Petrus als de Romeinse officier in Caesarea hadden een visioen.  Petrus, een jood, gaat de woning van een heiden binnen.  Een groot moment, waarin Petrus beseft dat God geen onderscheid maakt tussen mensen.  Petrus houdt een lange toespraak met daarin een korte samenvatting over wie Jezus is.  Wij kunnen ze hertalen en ze ons eigen maken als een gebed.

Jij die christen zijt, vergeet niet wat Jezus heeft gedaan en te weeg gebracht.

Hij is zijn optreden begonnen in Galilea nadat hij door Johannes was gedoopt.

God heeft hem gezalfd met Geest en kracht.

Jezus is weldoende rondgegaan.  Hij bracht heil en genezing. 

Hij bevrijdde de mensen van hun angsten.

Hij verkondigde goed nieuws over God, waarin elke mens mag delen.

Zijn goede woord botste op verzet.  Jezus werd gekruisigd.

God zijn Vader heeft hem uit het graf opgetild en hem tot nieuw leven gewekt.

Jezus is onze redder en onze enige Rechter.

Als ik in Jezus geloof, weet ik me bevrijd van angst en kwaad.

Door Jezus mogen we hoopvol leven in de gemeenschap van de kerk.  Jezus, voed gij in ons de hoop zodat we in uw spoor weldoende rondgaan."

Sacramenten verbinden ons met Jezus.  Hij raakt ons langs die weg.  Door de sacramenten van de initiatie worden wij geleidelijk bij Jezus ingelijfd en gaan we de weg die hij gegaan is van dood naar leven.  "De doop van Jezus liep vooruit op de verrijzenis.  De waterdoop van Johannes nam de doop van Jezus'leven en sterven in zich op.  Wanneer we uitgenodigd worden tot de doop plaatsen we ons naast Jezus in zijn doop.  Wij worden één met Hem, omdat Hij zich aan ons verbond.  Hij greep vooruit op de dood, wij grijpen met Hem vooruit op de verrijzenis" (Paus Benedictus, Jezusboek, p. 39).

Met Jezus gaan de gedoopte door het water.  Met hem stijgen ze daaruit op.  De oude baptisteria hebben dit in hun architectuur uitgebeeld.  In het Syrisch heiligdom van Simon de stiliet zie je de ongehouwen stenen waaronder de doopleerlingen in het baptisterium neerdaalden.  Zij werden in de paasnacht gedoopt door de bisschop en gingen dan onder de geschaafde, gepolijste steen naar boven.  De nieuw-gedoopte hoeft niet te vrezen om zijn hoofd te stoten, hij moest zich niet meer bukken, maar kon vrij de toekomst tegemoet.

We vragen ons af wat het betekent opnieuw geboren te worden.  "Het komt erop aan, ons in woord en gebaar te laten raken door Gods liefde en die in onze gemeenschap te beleven.  Alleen op die manier kan God ons tot zijn sacrament maken voor de wereld."  "Al wat wij doen, vindt zijn kracht bij God die ons het eerst heeft liefgehad.  Het maakt de kern uit van alle sacramenten in Gods Kerk. Daar blijft Christus ons nabij als een vriend.  Daar laat Hij ons telkens weer herboren worden uit Gods Geest" (Opnieuw geboren worden.  Leven vanuit de sacramenten, Verklaringen van de bisschoppen van België, n° 38).  

Door aan hem toe te behoren, schenkt Christus ons vrede en vreugde.  "Verwerf innerlijke vrede en duizenden om u heel zullen gered worden" (Seraphim van Sarov, een Russisch monnik 1759-1833).