Doopsel van Jezus (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

Deze week werden de kerststallen afgebroken, de beeldjes opgeborgen en vanavond de kerstbomen verbrand. Hiermee wordt de idyllische tijd van Kerstmis en het nieuwe jaar afgesloten. Voor vele mensen is het hiermee gedaan tot volgend jaar.

In de liturgie is dat helemaal niet zo; met het doopsel van Jezus dat we vandaag vieren begint Jezus zijn openbaar leven. Hij treedt naar buiten uit de verborgenheid van Nazareth.

In onze kerk hebben wij in de zijbeuk een mooi glasraam over het doopsel van Jezus: Jezus staande in de Jordaan wordt door Johannes gedoopt en Gods geest daalt over hem neer als een duif.

Het evangelie van Mattheus leert ons twee dingen over Jezus.

1. Jezus staat aan de kant van de mens: vooral van de verdrukte mensen die toen leefden in het gebied van Galilea. Hij sluit zich aan bij de vernieuwingsbeweging van Johannes. Hij zal optreden zoals Jesaia voorspelde:

Het geknaakte riet zal hij niet breken

De kwijnende vlaspit niet doven

In waarheid zal hij gerechtigheid laten stralen.

2. Jezus staat ook aan de kant van God.

Dit getuigt de stem uit de hemel: "Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in hem stel ik mijn welbehagen". Hij is een man naar Gods hart. Tot die opdracht wordt Hij gedoopt, door Johannes met water, door God met het vuur van de geest.

Het doopsel van Jezus is een heel persoonlijk gebeuren, maar tegelijk een binnentreden in een gemeenschap, een groep die volgens een nieuwe levensstijl willen leven: verbonden met elkaar en verbonden met God.

Het voorbije jaar werden een 22 tal kinderen gedoopt in onze kerk. Voor elk van deze kinderen en hun ouders was dit een persoonlijk gebeuren en tegelijk een gemeenschapsgebeuren. Als ouders een kind laten dopen dan betekent dit eigenlijk:

- Dat zij dit kind willen leren een solidaire mens te zijn: geen egoist, geen individualist, maar een mens die verbonden wil zijn met anderen en die het beste van zichzelf wil delen met anderen.

- Dat zij hun kind ook willen spreken over God en hopen dat hun kind ook een mens naar Gods hart zal worden.

Het doopsel is dus veel meer dan een dankfeestje voor de geboorte, of een familiefeest voor het nieuwe lid.

Het kindje wordt nog veel meer opgenomen in een andere familie, in Gods familie en in een christelijke familie, de kerk.

Met deze nieuwe gemeenschap wil het in de wereld van morgen de nieuwe en vernieuwende stroming van Johannes, van Jezus en van zovele andere christenen verder zetten.

En hoe zit het met ons doopsel ?: gedoopt zijn in Jezus betekent kiezen voor solidariteit. Doen gedoopten meer aan solidariteit dan niet gedoopten. Zijn ze verdraagzamer voor vreemdelingen. Hebben ze meer aandacht voor zieken, alleenstaanden? Hebben zij meer zorg voor het leefmilieu en de natuur, maar ook in de omgang met elkaar? Roddelen bv. is ook het leefmilieu verpesten.

In dit alles zouden gedoopten het voortouw moeten nemen: want gedoopt zijn betekent kiezen voor solidariteit.

Gedoopt zijn betekent ook leven naar Gods welbehagen. Voor vele gedoopten telt God niet in het leven. Ze leven alsof God niet bestaat. Er is geen tijd voor gebed; geen tijd voor zondagsviering. Ze leven als heidenen.

Pastoor in 3de leerjaar op bezoek: over de zondag:

Wat doen de mensen op zondag? De kinderen antwoordden: Naar de voetbal gaan kijken, op familiebezoek gaan, met de auto rijden...... en wat nog in insisteerde de pastoor?

"Dan gaan de oude mensen naar de kerk" zei een kind.

We leven in een tijd van vervlakking, in een maatschappij die alles neutraal wil maken: leven als iedereen, in een wereld waar alles kan, alles mag. Een samenleving waar iedereen hetzelfde is. Eigenheid moet verdwijnen. Sommige politici noemen dat netvervaging, ontzuiling. "Eenheidsworst voor onze kinderen". Neem de zuilen weg uit dit gebouw en ge krijgt het dak op uw hoofd. Alles grijs. Stel je voor dat wij allemaal in het grijs gekleed gingen. Het zou een begrafenissfeer zijn. Christenen zijn geroepen kleur te geven aan de samenleving en kwaliteit aan het leven.

Dat vraagt in deze tijd soms tegen de stroom in varen van de mensen.

Kardinaal Danneels zei ooit:

"Christenen zijn geen goudvissen: die drijven mee met de stroom. Ze moeten zijn als forellen die tegen de stroming in zwemmen. Dat maakt hen sterk en gezond..... en smaakvol voor het leven".