Sacramentsdag A - 2026

Zusters en broeders,

Vandaag is het Sacramentsdag. Misschien denken we daarbij aan de heilige Eucharistie, maar dat is maar één van de zeven sacramenten. De andere zijn het doopsel, het vormsel, de biecht, de ziekenzalving, de priesterwijding en het huwelijk. Maar vandaag gaat de aandacht dus naar de heilige Eucharistie, of anders gezegd: de heilige Communie. En precies dat sacrament is een mysterie, iets dat naar menselijke normen onbegrijpelijk is. Want als we te communie gaan, ontvangen we Jezus. Niet als symbool, maar als persoon: ‘Het lichaam van Christus’, zegt de voorganger. In die hostie is Jezus, is God dus zelf aanwezig.

Dat sluit helemaal aan bij het Laatste Avondmaal. Daar zei Jezus, toen Hij een stukje brood aan zijn leerlingen gaf: ‘Neem en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam.’ Het zijn woorden die we tijdens de consecratie ook horen. Het onbegrijpelijk mysterie van de heilige Communie: het lichaam van Christus.

Het mysterie waarmee ook Jezus’ tijdgenoten werden geconfronteerd. ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn vlees’, zegt Hij, en Hij blijft die woorden herhalen. Het is dus niet verwonderlijk dat er onder zijn toehoorders een zware discussie ontstaat. ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’ werpen velen op. Maar we moeten ons daar de vraag bij stellen of ze Jezus’ woorden letterlijk opvatten. De symboliek van vlees en bloed die leven geven leefde immers al lang in de joodse cultuur. Ze stonden symbool voor de leefregels, voor de wet, voor de woorden van belangrijke profeten. Dus als Jezus’ toehoorders de vraag stellen: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven’, ligt de nadruk op ‘die man’. ‘Wie denkt hij wel dat Hij is? Wat een pretentie! Hoe durft Hij zeggen dat Hij het levende brood is dat uit de hemel is neergedaald? Hij is toch maar de zoon van een timmerman? Waarom zouden we naar zijn boodschap luisteren?’ Dat werpen zijn toehoorders wellicht op. 

Maar wat ze ook zeggen, het mysterie blijft bestaan. Het mysterie dat Jezus’ woorden leven geven. Dat is de zin van de heilige Communie: als we Jezus in ons opnemen, leeft Hij echt in ons, zelfs lichamelijk. Hij is dan het dagelijks brood van ons leven. Hij geeft ons voedsel, en Hij inspireert ons om zijn wegen te gaan.

Het sluit heel mooi aan bij wat Mozes in de eerste lezing zegt. Hij herinnert er het volk aan wat God voor hen heeft gedaan. Zij hebben honger geleden in de woestijn, en toen heeft Hij hen het manna gegeven. Daarmee wilde Hij hun het  besef bijbrengen ‘dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat komt uit de mond van de Heer,’ zegt Mozes. En wat komt er uit de mond van de Heer? Dat zijn woorden van liefde, vrede, gerechtigheid, vreugde. Het is dus niet toevallig dat Jezus juist hetzelfde zegt wanneer de duivel Hem in de woestijn probeert te verleiden. Want de woorden van zijn Vader in de hemel wil ook Hij vronddragen. Geen woorden van macht en pracht, eisen en straf, maar van liefde, vrede, gerechtigheid en vreugde.

Zusters en broeders, dat is het mysterie dat we vandaag vieren. Nee, we leven niet alleen van brood, van rijkdom en bezit, want dan leven we niet echt. Dat doen we wel als we leven naar de woorden die komen uit de mond van God, van Jezus. Woorden die ons leven en de wereld leefbaar maken, want ze zijn het levende brood dat uit de hemel neerdaalt. Amen.