Sacramentszondag A (2014)

Spraakverwarring. U weet ongetwijfeld wanneer de grootste spraakverwarring optrad. Dat was volgens de Bijbel in Babel, waar ook de term Babylonische spraakverwarring vandaan komt. Met Pinksteren hoorden we het tegenovergestelde van Babel, hoe ieder hen hoorde spreken in zijn eigen taal. Babel werd overwonnen door de Geest, door Christus die allen één maakt.

Spraakverwarring blijft ook in onze tijd een van de grootste bedreigingen in onze omgang met elkaar. Je denkt elkaar te verstaan, maar je verstaat elkaar niet. Je gebruikt dezelfde woorden, maar je bedoelt iets anders. Hoe fataal kan slechte communicatie zijn, waardoor begripsverwarring en spraakverwarring ontstaat. Er kunnen scheuringen door ontstaan in huwelijken, in gezinnen, in kerken en landen; er kunnen oorlogen door ontstaan.

Met de uitvinding van radio en tv, met de komst van het internet en de mobiele telefoon, is communicatie gemakkelijker, sneller en toegankelijker geworden dan ooit. Je kunt Facebooken en Skypen, je kunt elkaar volgen en zien en praten vanaf de andere kant van de wereld. Maar toch … Nog steeds is er spraakverwarring, nog steeds scheuren familieverbanden en volken. Elkaar echt verstaan vraagt méér dan technische hulpmiddelen. Stellen gaan uit elkaar omdat ze vandaag de dag wel lichamelijk dicht bij elkaar zijn, maar toch volledig in hun eigen wereld leven.

Vandaag op Sacramentsdag vieren we andere communicatie, de communicatie tussen God en de mens. In het verhaal van Babel horen we hoe eerst de communicatie met God verstoord was geraakt en hoe daarna de communicatie tussen mensen verstoord raakte; de mens luisterde niet meer naar God, daarna konden ze ook elkaar niet meer verstaan. Net als bij het verhaal van Adam en Eva. Eerst is er de ongehoorzaamheid aan God, vervolgens schamen ze zich voor elkaar en begint de vervreemding tussen man en vrouw.

De oplossing die het geloof ons biedt voor deze spraakverwarring is genezing bij de wortel. Dat betekent dat eerst onze relatie met God moet worden hersteld en van daaruit de relatie met de naaste. Eerst leren luisteren naar God, om daarna ook de naaste te kunnen verstaan. Echte communicatie brengt tot eenheid. Eenheid tussen God en de mens en eenheid tussen mensen onderling.

Die communicatie met God is altijd moeilijk geweest. Israël besefte als eerste dat God, dat de echte God, de ware God, de Schepper van hemel en aarde, de Alpha en de Omega, altijd anders is dan wat wij ons van God kunnen voorstellen. Wanneer wij God verkleinen en beperken tot wat wij ons van God kunnen voorstellen, scheppen we zelf beelden; en godenbeelden worden al snel afgodsbeelden. Daarom hield het Oude Israël Gods Naam verborgen in de vier letters JHWH, daarom werd zijn naam niet uitgesproken. Daarom waren er de verhalen van de huiveringwekkende God, die je niet kunt aanraken zonder te sterven. Maar hoe kun je dan met God communiceren? Dat moesten de profeten en de priesters doen, uitgekozen en afgezonderd, geheiligd voor de dienst aan God. Maar is dat wat God wil? Wil God alleen een God op afstand zijn, een huiveringwekkende God die bestuurt met straf en beloning, alleen toegankelijk voor een elite, onbereikbaar voor de gewone man en vrouw van de straat?

God wordt mens in Christus. Christus geeft zijn leven en laat ons een teken van zijn liefde na in dit sacrament. God wil volkomen toegankelijk zijn voor ons gewone, kleine mensen. God wil met ons communiceren, in woorden, in tekenen, in gebaren. We mogen Hem proeven in het Brood en de Wijn. Maar wanneer we niet oppassen begint ook daar weer een spraakverwarring. De Heer is werkelijk aanwezig in dit teken, dit sacrament. Maar wanneer onze gedachten en ons begrip niet verder gaat dat de letterlijke betekenis, doen we Hem tekort.

In de Eucharistie komen Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Pasen bij elkaar in één viering. De offers van het Oude Verbond gaan over in het éne offer van het Nieuwe Verbond. De priester-voorganger neemt de offers van het hele volk mee in het gebed, als Hij God de Vader het offer van de Zoon in herinnering brengt en in het Eucharistisch gebed met het lijden en de kruisdood van Christus, al het lijden van de mensheid in de handen van de Vader legt.

Te Communie gaan is “Ja” zeggen op dat Nieuwe Verbond van Christus. Het is “Ja” zeggen op zijn manier van leven, “Ja” zeggen op de kleine weg, die van liefde en vergeving, van nederigheid en dienstbaarheid. Iedere gedoopte kan in de Eucharistie het offer van de dagelijkse inspanning aan God aanbieden met de offergave die de priester in de viering opdraagt. Zo vieren we het Nieuwe Verbond in Christus. Als Verbond betekent het dat God van zijn kant ons ondersteunt op onze weg, ons nabij is met zijn voorzienigheid, ons moed en kracht geeft om door te gaan, om het lijden te verduren, de liefde te bewaren, niet verbitterd te raken bij onrecht, niet moedeloos te worden bij zoveel kwaad in de wereld.

God Communiceert met ons door Christus en ook wij Communiceren met God door Christus. Als wij ter Communie gaan vieren we de eenheid met God en met elkaar, dan zeggen we “Ja” tegen God en elkaar. Daar begint de echte communicatie en wordt de basis gelegd van een nieuwe eenheid, de overwinning van Babel. Amen.