Brood om van te leven A (2014)

Het verhaal over de grootvader in de eerste lezing hebben wij teruggevonden in een map voor de vormselcatechese. Het is minstens 40 jaar oud, misschien nog heel wat langer. Het was nog te lezen op een lekker ouderwetse stencil. Een halve eeuw geleden dus, maar nog heel herkenbaar en actueel. En natuurlijk werd het toen gebruikt om aan jonge mensen de oorsprong en de betekenis van de eucharistie duidelijk te maken.

Het eerste wat mij opvalt in het verhaal is dat grootvader wil dat iedereen erbij is, alle kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Iedereen is erbij, iedereen hoort erbij, voor iedereen is er wat voorzien, voor iedereen is er een plaats aan tafel. In Brazilië nu is er alleen plaats voor de besten, voor de uitverkorenen. Bij die grootvader is er plaats voor iedereen.

Het is er ook gezellig. Iedereen is er ook heel grààg bij. Er is lekker eten, er wordt gepraat en gezongen, er worden spelletjes gedaan, er zijn geschenkjes voor iedereen. En grootvader vraagt hen allemaal om te blijven samenkomen. Niet alleen om hem niet te vergeten, maar ook omdat samenkomen belangrijk is. Als we blijven samenkomen, bewaren we een band. Als we blijven samenkomen, kunnen ruzies nooit lang duren, zegt hij. Ook daar is een belangrijke parallel met de eucharistie. Als Jezus bij zijn leerlingen kwam, waren zijn eerste woorden altijd: “Vrede zij u – Sjaloom!” Christenen zijn vredebrengers. Zij bewerken de vrede en houden haar in stand.

En als grootvader er niet meer is, blijven zij samenkomen. En zij doen net zoals vroeger toen hij erbij was, of proberen dat toch. En het is net of grootvader weer bij hen is. Niet alleen zijn herinnering, maar ook zijn geest, zijn boodschap, zijn inspiratie leeft verder. De verwijzingen naar de eucharistie zijn overduidelijk.

Minder duidelijk is natuurlijk de tweede lezing, het evangelie. “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, bezit het eeuwig leven”, zegt Jezus. Wat moeten we met zo een uitspraak? Het is niet te verwonderen dat de Joden het niet begrepen en er een discussie over begonnen. Hoe kan je het vlees en het bloed van Jezus eten en drinken? Hoe kan Hij zijn lichaam en bloed aan de mensen weggeven? En hoe kan brood vlees worden?

Misschien is het goed eens even na te denken over de betekenis van brood.

Brood is niet alleen voedsel, het is door de eeuwen heen en in vele talen een belangrijk symbool. Brood is wat mensen nodig hebben om te leven. Wij gaan werken om ons brood te verdienen. We moeten zorgen dat er brood op de plank is. Als we iets niet kunnen missen, noemen we het: broodnodig. En Jezus zelf formuleert het ook in het Onze Vader: geef ons heden ons dagelijks brood.

De bekende Nederlandse dichter Hans Andreus schrijft het zo in één van zijn liefdesgedichten. Ik heb je liever dan brood, al zegt men dat het niet kan, en al kan het ook niet.

Maar ik heb je liever dan brood.

Eigenlijk is dat wat Jezus bij het laatste avondmaal tot zijn leerlingen zegt. Ik wil voor jullie brood zijn. Ik wil voor jullie onmisbaar zijn. Zo onmisbaar en zo nodig, zo levensnoodzakelijk als brood. Brood om van te leven, niet letterlijk, maar toch heel werkelijk, heel echt. En blijf dus samenkomen, om mij niet te vergeten, maar niet alleen daarom. Blijf samenkomen om ook voor elkaar brood te zijn, om te blijven doen wat Ik voor jullie gedaan heb.

Er is nog iets belangrijks aan brood als symbool.

Brood groeit niet aan de bomen of op het veld. Brood is iets dat gemaakt wordt en gemaakt door vele mensen. Er is heel wat nodig om brood te krijgen. Je moet graan zaaien en dat graan verzorgen en oogsten. Je moet het malen en verwerken tot bloem. Je moet die bloem bewerken en kneden en dan nog het brood bakken. Meestal wordt er door vele verschillende mensen aan gewerkt. Het brood dat wij eten is al door vele mensenhanden gegaan. Voor elkaar brood zijn gaat dan nog veel meer betekenen: samen werken, samen komen, vrede brengen.

En dat is ook wat wij ons voornemen als wij in de eucharistieviering van dat brood eten.

Wij roepen dan als het ware onszelf uit tot vredebrengers. Deelnemen aan die maaltijd eindigt niet als de mis gedaan is. We nemen het mee in het verdere leven van die week. Als wij het brood van Jezus eten, willen wij ook ons leven afstemmen op Hem.

Die boodschap krijgen de eerste communicanten en vormelingen mee bij hun voorbereiding. En het wordt straks voor hen nog eens herhaald. Maar het is goed dat wij er ook nog eens over nadenken. En dat wij voor die jonge mensen een voorbeeld  kunnen zijn. Want voorbeelden van volwassenen hebben zij broodnodig…