En precies vandaag vergelijkt Jezus de mens die de wil doet van de Vader, die hoort naar Zijn woorden en ze in praktijk brengt, met een man die zijn huis bouwt op rotsgrond. Dat huis staat stevig. Maar de mens die níet de wil doet van de Vader, die níet hoort naar de woorden van Jezus, dat is een man die zijn huis bouwt op zandgrond. Want komt er regen, watersnood, komen er overstromingen en storm, een tyfoon zoals in Burma, een aardbeving zoals in China, dan houdt het ene huis wél stand en het andere wordt weggevaagd.
Maar u hebt het al begrepen, iedere vergelijking gaat ergens mank. Ook deze. Want, dat er in China bij de aardbeving zoveel huizen zijn ingestort, komt nu net doordat ze wél stevig op de rotsgrond gebouwd waren, doordat ze wél stonden als een huis. In landen als Japan, waar veel aardbevingen voorkomen, worden tegenwoordig gebouwen niet op de kale rotsgrond gebouwd, maar ze worden geplaatst op grote blokken met veren en schokbrekers, verende elementen, die lijken op rubberen kussens, die meegeven als er aardschokken zijn. Bij een aardbeving deint het gebouw wat mee, maar het stort niet in.
Té rigide, té strak, té stijf, dat is wat Paulus bedoelt met degenen die de Torah stipt onderhouden, té strak, zonder mee te geven, alleen maar kijken naar de lettertjes van de wet. En die zelfs durven denken dat zij door het stipt onderhouden van de wet gerechtvaardigd zouden kunnen worden. Dan wordt Paulus wel eens eenzijdig. Nee, zegt hij dan, de mens wordt alleen maar gerechtvaardigd door het geloof, dank zij de verlossing in Christus Jezus, die God ons om niet geeft. Dat was indertijd Maarten Luther uit het hart gegrepen, maar toen had hij nog niet de brief van Jacobus gelezen, die toch duidelijk zegt dat geloof zonder werken geen waarde heeft. En dat bedoelt Jezus, wanneer Hij zegt dat Hij mensen, ook al werken ze in Zijn naam, ook al doen ze wonderen in Zijn naam, dat Hij ze toch niet kent, wanneer ze ongerechtigheid bedrijven.
Wanneer men regeltjes te stringent, te letterlijk, gaat toepassen, dan gaat men de wet lezen zoals juristen dat doen. Op zoek naar de kleine details, op zoek naar de mazen, om aan de wet te ontsnappen, of om zijn gelijk te halen. Het té strikt toepassen van de regels, door een overdreven detaillering, kan wel eens leiden tot een onleefbare situatie. Dan zit er geen beweging meer in, dan zit er geen dynamiek meer in. Dat zegt ook Mozes, vandaag in de eerste lezing, de wet moet je niet in de steen beitelen, in graniet graveren, maar in je hart en in je ziel prenten. Mozes' wet staat in het Bijbelboek dat wij Deuteronomium noemen, maar dat de Joden zelf ‘De Woorden' noemen. Het zijn woorden. Een woord wordt gesproken. Woorden geven kennis door, woorden kunnen troosten, opbeuren. Orthodoxe Joden binden de woorden van God als strookjes tekst om de arm, - de linkerarm, het dichtst bij het hart -, en binden ze in een doosje op het voorhoofd.
En de "wet" is dan eigenlijk ook geen wet. Het woord ‘Torah', dat wij altijd vertalen - maar het is foutief - met ‘wet', betekent eigenlijk ‘richtingwijzer', ‘wegwijzer'. De Torah is geen wetboek, maar is een woord van God dat ons leven richting geeft.
De evangelielezing van vandaag is het laatste stuk uit de Bergrede, waarvan dit jaar, ten gevolge van de vroege Paasdatum in de kerkelijke kalender, een groot gedeelte wegvalt. Nog vóór de Vasten lazen we het eerste stuk van de Bergrede, vandaag het laatste stuk. De Bergrede is het ‘wetboek' van Jezus. Wanneer Jezus de Berg op gaat om daar de wet van het Nieuwe Verbond te verkondigen, dan is Hij "de andere Mozes". Want ook Mozes ging de berg op, en ontving daar de Wet. Het verschil is dat Mozes de Wet van God ontving, en dat Jezus, als Zoon van God, zelf de Wet geeft.
Woorden spreekt Jezus, die staan als een huis. Omdat ze niet aan de oppervlakte blijven: "Prent mijn woorden in uw hart en in uw ziel", zo staat in het boek van Mozes. "Wie de wil doet van Mijn Vader zal binnengaan in het Rijk der Hemelen", zegt Jezus. Want wie luistert moet ook "gehoor geven". Jezus' woorden zijn woorden die staan als een huis, gebouwd op rotsgrond, maar dat huis staat op een rubberen kussen dat nét iets meegeeft als de aarde beeft, en zo de schokken opvangt. En daarom ook kan blijven staan als een huis.