Wij krijgen de indruk alsof wij niet hoeven te werken: eten en drinken en kleding, wij krijgen het toch. Zomaar, zonder er iets voor te doen. Werken, dat is voor de 'wereldse' mensen. Voor ons, gelovigen, is dat bijkomstig. Wij staan daar boven. Zo gezien is dit woord een ergernis. Wij weten immers, dat er zonder arbeid geen brood op tafel komt.
Aan de andere kant is dit woord van Matteüs een troostwoord. Als God al zoveel zorg besteedt aan de vogels en de bloemen, hoe zou Hij dan zijn mensen kunnen vergeten? In zijn eerstelijnszorg staan zij toch op de eerste rij? Mensen zijn duizendmaal meer dan vogels en bloemen. Zo dus.
En toch is er een derde verstaan mogelijk. Wij gaan ervan uit, dat ook nu het eerste vers belangrijk is. En dat eerste vers luidt: "niemand kan twee heren dienen".
Welnu, deze wet geldt nu niet voor de vogels en de bloemen: zij dienen als vanzelf maar één heer. De vogels, ze vliegen; de bloemen, ze bloeien; en het kleed kleedt de mens. Zij kunnen het zich niet voorstellen, dat ze naast het vliegen en het bloeien ook nog zouden gaan spinnen en zaaien en maaien. Zij denken er niet aan iets anders te zijn dan vliegende vogel en bloeiende bloem. Zij zijn wezens van één opdracht. Zij mogen zich thuis voelen in hun wereld, die niets anders kent dan éénrichtingsverkeer.
Van hen kan de leerling van Jezus veel leren. Hij kan leren, dat hij wèl moet spinnen en zaaien en maaien. Hij kan van de vogels leren, dat zijn zorg om het Rijk Gods zijn enige zorg is. Het is zijn roeping bezorgd te zijn, maar dan liefst niet voor twee opdrachten die elkaar tegenspreken en die elkaar zelfs uitsluiten. De zorg voor wat God met de mensen bedoelt, is al meer dan genoeg. Dat is voor hem een fulltime betrekking. Hij zou daar best professioneel mee bezig zijn!
Zo wordt de leerling vrij als een vogel en zo mooi als een bloem. Dan is hij met de nieuwe mens heerlijk gekleed. Zo wordt de leerling een vrij mens. Als hij enkel de zorgen heeft voor het Rijk Gods, kan hij de andere zorgen best missen. Die maken zijn aandacht verdeeld en bezorgen hem een dubbel hart. Zo behoort de leerling dus niet te zijn.
Als hij wakker ligt van de zaak van het evangelie, zal hij niet wakker liggen van volle huizen en volle schuren, van volle livings en volle brandkasten. Zelfs niet - en liefst niet - van volle agenda's. Dat bezwaart zijn hoofd en zijn hart. Hij is tot een lichter bestaan geroepen!
Een vogel denkt niet aan Parijs als hij boven Berg vliegt? En de bloem denkt toch niet aan een 'jardin français', als zij in mijn achtertuin tegen de muur staat?
Zo moet de leerling ook niet het hele gewicht torsen van een verre onberekenbare toekomst. Hij blijft met zijn aandacht bij één zaak: hij ontvangt het leven in kleine verpakkingen van vierentwintig uur. Dat pakje weegt juist genoeg voor onze menselijke draagkracht. Het is op de maat van de leerling gemaakt.
Als ik daarmee bezig ben, heb ik het voornaamste in mijn handen.