Goede werken laten zien (Mt. 5,16)

 

Tot zolang zout natriumchloride is, heeft het effect.

We kunnen het strooien om ijs te doen smelten.

We kunnen het in het vuur gooien om de vlammen te doen knetteren.

We gebruiken zout vooral als smaakgever bij spijzen.

Wij voegen er volgens de gezondheidsvoorschriften aan toe dat wij daarbij matig moeten zijn.

Zout was zelfs een tijd lang kostbaar.

Het woord salaris is er aan ontleend.

Zout was vooral nodig om voedsel tegen bederf te bewaren. Dit werd in pekel gelegd.

De mensen rondom de Dode Zee wisten maar al te goed dat te veel zout leven doodt.

Kracht van zout

Mattheus brengt in zijn Bergrede vier beelden samen, die vanuit de overlevering als woorden van Jezus gekend waren: Zout, licht, stad, lamp. Van deze vier is blijkbaar dit van het zout het meest geliefde.

De zin: ‘gij zijt het zout der aarde’ wordt gebruikt bij congressen. Het was het thema van de 28° Duitse Evangelische Kirchentag in Stuttgart, die een dubbele boodschap had: Ihr seid das Salz der Erde (Matth. 5,13); Dein Reich komme (Mt. 6,10).

Na een preek over het zout wordt soms een snuifje zout meegegeven. “Gij zijt het zout der aarde”, mooi om een zending mee te geven. Op zijn laatste dag in Zweden na zijn bezoek aan de Wereldfederatie van Lutherse kerken, zei paus Franciscus na de viering op Allerheiligen: “Ik spoor jullie aan zout en licht te zijn in de context waarin jullie leven, door jullie wijze van zijn en doen, volgens de stijl van Jezus en met grote eerbied en solidariteit ten aanzien van de broers en zussen van de andere kerken en christelijke gemeenschappen en tegenover alle mensen van goede wil.”

Mattheus gebruikt deze beelden om aan te geven wat Jezus bedoelt met de zaligsprekingen en wat Jezus van zijn toehoorders verwacht. De evangelist brengt deze beelden in directe aansluiting met de zaligsprekingen. Zijn boodschap is: “Leerlingen van Jezus moeten in het beleven van de zaligsprekingen een voorbeeld zijn voor de wereld” (Peter Schmidt, Ongehoord, Christen zijn volgens de Bergrede, p. 108).

Christenen mogen niet een op zich gesloten groepje zijn. Ze hebben een rol voor de wereld. Ze hebben betekenis door wat ze doen en tonen in hun levenswijze. Dit is trouw zijn aan wat Wet en Profeten hebben geleerd en vooral aan wat Christus zelf heeft gedaan. Christenen volgen in hun levenswijze het voorbeeld van Jezus na. Of ze zouden dit althans moeten! Dit is dan: een gerechtigheid beleven die verder gaat dan deze van de Farizeeën en Schriftgeleerden.

Werken van gerechtigheid

In zijn constructie van de Bergrede geeft Mattheus aan drie geliefde werken van gerechtigheid een bijzondere plaats. Het eerste is barmhartigheid beoefenen tegenover de armen, het tweede is het gebed en het derde het vasten (Mt. 6,1-18).

De woorddienst van deze vijfde zondag reikt als eerste lezing een krachtige tekst aan van Jesaja. Het is een goede aanloop tot het evangelie. De profeet geeft aan dat het licht zal stralen in de duisternis, “wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers van de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostig verzadigt” (Jes. 58,7-10). Hij omschrijft enkele werken van barmhartigheid door zijn oproep: “Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die u ziet en keer u niet af van uw medemensen.”

Mattheus kent deze tekst, want hij heeft hem geïnspireerd voor die andere rede van Jezus, waar de Mensenzoon spreekt over de werken van barmhartigheid.

Geen museumstuk

In de Bergrede kan het zout op twee functies wijzen: smaak geven aan de wereld en de wereld voor bederf bewaren. “Wie leeft volgens de zaligsprekingen doet dat. In het beeld kan ook nog een verholen dreiging meespelen aan het adres van de Kerk. Men is niet ipso facto zout van de wereld omdat men naamchristen is. Achter de lofprijzing schuilt immers een voorwaarde: je bent maar zout van de wereld als je de zaligsprekingen in praktijk brengt. Anders bewaar je de wereld helemaal niet voor het bederf, geef je er niet meer smaak aan, en ben je ten slotte maar goed om weggeworpen en vertrapt te worden. Anders gezegd: een Kerk die niet arm van geest is, maar zichzelf dient en toegeeft aan de idolen van macht en bezit, een Kerk die vergeet barmhartig te zijn en onzuiver van hart wordt, is ondanks alle uiterlijke kenmerken, rituelen en structuren, toch niet echt leerling van Jezus. Zij vervult haar functie in de wereld niet.” (Op. cit. p.108).

Goede werken doen, zout zijn en licht geven. Dit mag niet leiden tot zelfoverschatting, noch om onze eigen verdiensten op te stapelen. Onze goede werken staan in dienst van God om Hem te eren en de medemens te dienen.

God verheelijken

Christenen moeten er voor zorgen dat allen hun goede daden kunnen ervaren, maar die zijn helemaal niet bedoeld tot eigen lof. God is het die geprezen moet worden” (Peter Schmidt, Ongehoord, p. 109).

Ook onze goede daden zijn ten langen leste gave Gods. Wie leeft in dankbaarheid om de gave van het bestaan zal ook de eer voor zijn goede werken niet voor zichzelf opeisen. Zij dienen enkel om de wereld tot gave voor de medemens te maken, zodat ook hij zich kan verheugen in de liefde van de Schepper uit wiens genade de wereld bestaat. Leven volgens de zaligsprekingen heeft juist als enig doel de mensen te verwijzen naar de gever van alle goeds: God zelf. De goede werken hebben daarom enkel hun doel bereikt wanneer zij de blik van de mensen, kunnen richten op de liefde van de Vader” (op. cit, p.109).

Kiezen om licht te brengen in de duisternis, om de waarheid te dienen in plaats van de leugen, kiezen voor het verzet tegen dictatuur; dit brengt lijden en vervolging mee. Zo waren Sophie Scholl (1921-1943) en haar broer Hans spilfiguren in de verzetsgroep tegen Hitler. Hun verzetsgroep de Witte Roos verspreidde in een aantal universiteiten pamfletten tegen het nazisme. Zij en andere uit de groep worden betrapt, gevangen genomen en ter dood veroordeeld Ze stierven door de guillotine op 22 febr. 1943 in München. (Mark Rolthemund zorgde voor een ontroerende film: Sophie Scholl: Die letzten Tage).

Deze woorden van Jezus zijn gericht tot gans het christelijk voetvolk, dat onderweg is naar de Gerechtigheid (U. Luz). Neem ik ze in mij op en geef ik er een uitstraling aan? Waar en hoe geef ik smaak aan het leven? Doe ik goede werken waardoor de Vader verheerlijkt wordt?