Christus, koning van het heelal

Uit het leven van Sint Maarten is bekend, dat hij eens zijn halve soldatenmantel aan een arme gaf. Elk beeld van Martinus laat hem zien op zijn paard, zijn zwaard getrokken, zijn kleed in tweeën snijdend. Minder bekend is het visioen dat erop volgde. Dat Jezus hem daarna verscheen, bekleed met de halve mantel. Sint Maarten had iets goeds gedaan voor de naakte bedelaar. Maar Jezus trok zich dit letterlijk aan als het Zijne...
Als wij boven bij de Heer aankomen, wordt ons gevraagd naar de liefde. Hebben we mensen van harte liefgehad? Hebben wij in onze naaste Jezus Christus herkend - beter nog: zijn wij zelf een ‘naaste' geweest voor anderen?
De liefde. Niet het oordeel over de bokken, het heengaan van vervloekten is de kern van het evangelie. Niet dat Jezus wederkomt, als rechter aan het einde der tijden. Natuurlijk, dat geloven we en dat belijden wij elke week in het credo: "Hij zal wederkomen om te oordelen levenden en doden en aan zijn Rijk komt geen einde". Niets mis mee. Het gaat om de liefde.
Sommige mensen kunnen van nature beminnen. Gewoon omdat ze als mens goed in elkaar zitten. Een mens is niet gemaakt om alleen op zichzelf te zijn en alleen voor zichzelf te leven. "Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf", zingen wij graag, Paulus nazeggend. "Wij leven en sterven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe." Dat is het vervolg. Wij beminnen om Jezus' wille. Wij beminnen omdat wij in onze broeders en zusters Hem herkennen die voor alle mensen een broeder wilde zijn. Die weliswaar komt om te oordelen, maar ondertussen allereerst dienaar wilde zijn. Jezus die op de troon is gezeten en voor wie alle volken neerknielen, wil eerst zelf knielen en zich klein maken om de armsten en verschoppelingen van onze wereld nabij te zijn. Wie iets van Jezus begrijpt, kan niet blijven zitten, - hij wordt actief, om net als Jezus mensen nabij te zijn als broer of zus. Het is zo mooi, het is zo verheven, het is tegelijk... zo gewoon.
De liefde is voor veel mensen een natuurlijke houding. Hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken, zieken bezoeken, noem maar op. Dat doe je toch gewoon? Als je een beetje mens bent, laat je medemensen toch niet in de kou staan? Ja, de liefde zou bij mensen van nature ingebakken mogen zijn. Niet omdat je nu per se zo de hele dag bewust aan Jezus denkt, niet omdat je de vroomste van de parochie wilt zijn. Gewoon omdat je mens voor een mens bent, ga je van harte beminnen. En daarin... kom je dan toch de Heer Jezus tegen.
Ik denk daarom heel vaak: er zijn zoveel goede mensen op de wereld. Er is nog zoveel liefde, zoveel solidariteit, zoveel goede inzet. Binnen en buiten de Kerk staan mensen voor elkaar klaar. Overal waar dat gebeurt, is God aanwezig. "Ubi Caritas et amor, Deus ibi est." Waar liefde is, daar is God aanwezig. Daar wordt Jezus gediend in elke arme. Daar dient Jezus elke arme in jou.
Als wij boven bij de Heer aankomen, wordt ons gevraagd naar de liefde. Nee, misschien hebben we Jezus niet eens meteen herkend, zoals Sint Maarten. Misschien zijn we hele gewone goede mensen geweest. Mensen zoals er gelukkig nog zovelen zijn. Zal Jezus ook dan aan hen verschijnen zoals aan Martinus? Met al die mantels die wij weggeven? Met al dat voedsel, de attenties, bekleed met onze vriendelijkheid? Wij hoeven dan niet bang te zijn voor de strenge rechter die bokken wil zien branden. Wij hoeven alleen ons best te doen en al wat wij doen voor al die medemensen, ook omwille van Hem te doen. Zo zal Hij koning zijn van hemel en aarde. Overal aanwezig in mensen en liefde. Amen.