Eere wie eere toekomt (2005)

Eere wie eere toekomt". Dat vinden we nog steeds en daarom wordt aan sommige burgers een eretitel toegekend. Wie een universitaire studie van vier of meer jaren met goed gevolg heeft afgemaakt krijgt de titel van ingenieur, doctorandus of meester. Sommige mensen zijn daar zo trots op dat ze die titel zelfs op hun graf erbij laten zetten. Vooral de minder begaafden heeft het vaak bloed, zweet en tranen gekost om die titel in de wacht te slepen, vandaar. Wat zo'n titel voor de eeuwigheid kan betekenen is toch zeer de vraag. Nog vervelender is het dat dezelfde titel lang niet altijd dezelfde lading dekt. In sommige landen kun je er zelfs heel gemakkelijk aan komen en dan kan het ook nog eens zijn dat zo'n doctorandus op één terrein nogal wat weet en voor de rest als de sufferd van het dorp door het leven gaat. De glans van de echte sterren heeft eronder te lijden. Een titel zegt wel wat, maar lang niet alles.
Intussen zijn er duizenden mensen aan wie een ridderorde is toegekend. Dat is weer een apart circuit, waarvan er eentje is uitgepikt. De honderdduizend anderen, die zich even verdienstelijk hebben gedragen moeten zich dan troosten met de gedachte dat die ene uit hun gelederen de erkenning is ook van hun werk. Een titel die dan meer zegt over wat anderen deden dan wat die ene deed.
Soms zet een titel ons helemaal op het verkeerde spoor. Het kan gebeuren dat iemand als voorzitter, president of premier staat aangemerkt terwijl achter de schermen het totaal andere mensen zijn die de dienst uit maken. Zo wordt de man wel eens aangeduid met de titel "heer des huises". Dat voert ons naar de tekst die op een pijpenrek stond: "Ik ben de baas in huis, maar wat de vrouw zegt zal gebeuren". De titel zegt soms niets.
En hoe zit het dan met die titel die aan Jezus Christus werd toegekend: Koning. Dit weekend is het laatste weekend van het kerkelijk jaar, want volgende week begint weer de Advent. In zo'n voorbije jaar kwam telkens weer iets naar voren van Jezus' grootheid. Deze dag is er  voor uitgetrokken om Hem te eren om zoals hij was: Christus Koning. Deze viering is pas in 1925 opgenomen in de rij van kerkelijke feestdagen. Dat men daar zo lang mee gewacht heeft is zeer begrijpelijk, want zelfs in het evangelie waar Jezus  zegt dat hij koning is voegt hij zelf er de noodzakelijke bemerking aan toe. "Koning, ja, maar niet van deze wereld". De titel "koning" deed in die tijd en ook later echt niet meteen denken aan een nobel en menslievend persoon. Ze mogen je wel koning noemen, maar koning waarvan. Jezus was in woord en daad een afspiegeling van de Opperkoning, God zelf, en dat wilde hij ook zijn. Hij draagt die titel dus terecht. Het is die Opperkoning die uiteindelijk bepaalt of ja aan zijn kant hebt gestaan en mag blijven staan of je tot het koninklijke gezelschap mag behoren dat zich christen noemt. Het zit 'm niet in de titel, zo wordt in het evangelie van vandaag nog eens toegelicht. Het zit 'm in wat je doet en gedaan hebt als afspiegeling van God zelf, zoals Jezus Christus. Heb je de dorstige gelaafd, de hongerige te eten gegeven, je medemens gekleed en hem recht gedaan, hem bezocht in beroerde omstandigheden, vrijheid gegeven enzovoorts? We vieren vandaag wie Jezus Christus was. Het mooiste zou zijn als we meteen de titel omhoog mogen steken die we aan Hem ontlenen: christen, omdat we ook zo zijn en doen. Moge het zo zijn. Amen