Een vrouw die de HEER vreest, moet worden geroemd (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
Het is voor mij als man een riskante onderneming om over de vrouw te moeten spreken. Te vaak hebben mannen dit gedaan en het recht van de vrouw beperkt tot het aanrecht. Nu houd ik sowieso niet van generaliseren: de vrouw bestaat net zo min als de man, het kind of de Nederlander. Je kunt wel in algemene zin iets zeggen, maar het risico is groot dat heel veel concrete vrouwen, mannen en kinderen dan naar je toekomen, en je laten weten dat je er niets van hebt begrepen, en dat zij zich er totaal niet in herkennen.
Misschien is het daarom goed om als eerste over de eerste lezing - de lofrede over de sterke vrouw - te vertellen dat dit, voor zover we weten, oorspronkelijk géén algemeen verhaal is geweest, als was het een keurslijf dat voortaan aan alle vrouwen wordt opgedrongen om aan te voldoen. Het meest waarschijnlijke is dat het inderdaad door een man geschreven is als een lofrede op een sterke vrouw die hij zelf heeft gekend, van wie hij erg onder de indruk was, en wel als een gedicht in 22 verzen. Elke zin in het Hebreeuws begint met de volgende letter van het alfabet. Vertaald naar het Nederlands zou je mogen zeggen dat zij hier bezongen wordt als iemand die van a tot z een sterke vrouw is. Dat is niet alleen een handig geheugensteuntje bij het onthouden van de tekst, het wekt ook de indruk dat met dit gedicht alles is gezegd, van a tot z. Het is maar de vraag of wij ons in 2008 hierin herkennen.

Het eerste wat opvalt, is dat het wel lijkt alsof de vrouw er is voor haar man: hij boft maar met haar. En vervolgens wordt haar lof toegezwaaid omdat ze zo goed is met wol en linnen, met spinnen en weven, en in haar zorg voor arme mensen, om ten slotte te constateren dat schoonheid tijdelijk is, maar dat de vrouw die de HEER vreest, onze lof verdient en dat zij succes zal hebben in haar leven.

Nu zouden we met deze lofrede het gevoel kunnen krijgen dat deze vrouw toch vooral huishoudelijke taken toegedicht krijgt, en dat ze zich niet zo druk zou moeten maken om haar uiterlijk. Om verschillende redenen doen we tekst hiermee tekort, en daarmee ook onszelf. Dat komt omdat we maar een deel van deze lofrede hebben gehoord. In de stukken die we niet hebben gehoord, heeft deze sterke vrouw een veelzijdiger rol: ze plant ook een wijngaard, ze levert materiaal aan kooplieden, ze gaat in purper gekleed, ze spreekt wijsheid en wordt zelfs met Vrouwe Wijsheid vergeleken, en net als haar man geniet ze aanzien in de stad, niet omwille van hem, maar om wie zij zelf is.

Als ik zo de balans van de lofrede opmaak, komt er een beeld van deze sterke vrouw dat voor een deel van alle tijden is, en dat wij dus ook in 2008 nog zullen herkennen. Wij kennen nu heel verschillende soorten huishoudens, en het is niet langer een vanzelfsprekende rol voor een vrouw dat zij moeder wordt, ongeacht of dit nu zelf gekozen is of door de omstandigheden van het leven. En hoewel in onze tijd lang niet in alle gezinnen kinderen opgroeien met een vader en een moeder, toch herkennen we uit onze eigen jeugd of uit onze omgeving, dat het vrijwel altijd de vrouw is die de centrale rol speelt in het gezin, dat zij degene is op wie het huishouden draait.

En als ik kijk naar de verschillende rollen van de vrouw in de lofrede, die in Joodse gezinnen aan het begin van de sabbat ook nu nog wordt gelezen, dan zou je met evenveel recht kunnen zeggen dat deze lofrede verrassend modern is, want hoeveel moderne vrouwen herkennen niet de druk die er juist in onze tijd is, om op zoveel terreinen tegelijk te moeten presteren: werk en huishouden, carrière en kinderen?

In nog een andere rol past deze vrouw naadloos in onze tijd, want ook nu nog is het in zeer veel gevallen de vrouw (of misschien moet ik hier zeggen: de moeder) die de hoofdrol speelt in het doorgeven van het geloof. Ook de kerk draait vandaag nog voor een groot deel op de inbreng van vrouwen, en het zou goed zijn als die rol ook meer erkenning kreeg.

En toch ben ik er van overtuigd dat deze tekst vandaag in de kerken gelezen wordt, niet om na te denken over de rol van de vrouw, net zo min als Psalm 128 is uitgekozen om de man te verheerlijken. Waar deze vrouw en deze man om worden bezongen is dat ze voor ons een voorbeeld zijn van mensen die leven naar Gods bedoelingen. "Gelukkig is de man die leven mag met God." (Psalm 128) "Een vrouw die de HEER vreest, moet worden geroemd." (Spreuken 31) Hopelijk weet u dat vrees voor de HEER niet betekent dat we bang voor God moeten zijn, maar dat we ontzag hebben voor Gods grootheid en Gods plannen met ons, en dat we daar van harte aan mee willen werken.

Dat zien we ook in het verhaal van Jezus over de drie knechten die van hun heer de verantwoordelijkheid krijgen over zijn bezit. Dat is een grote verantwoordelijkheid, want de talenten die zij krijgen, zijn in de letterlijke betekenis een flinke som geld. Een talent was de grootste Griekse munt, en stond (als ik me niet vergis) voor minstens een jaarsalaris. Dat niet iedereen goed met deze verantwoordelijkheid om kan gaan, zien we tot in onze tijd aan de kredietcrisis waar sommigen onverantwoorde risico&s hebben genomen om de maximale winst te halen en zichzelf hebben verrijkt met vele jaarsalarissen en gigantische bonussen. Die verantwoordelijkheid is voor de meesten van ons niet weggelegd. De andere, nieuwe betekenis van het woord talent geldt wel voor ons allemaal. Ieder van ons heeft talenten gekregen, en wel om ze te gebruiken, niet om ze te ontkennen, en niet om ze in de grond te stoppen. Angst is een slechte raadgever, blijkt uit het verhaal van de man met het ene talent. Hij is bang om fouten te maken, en laat zich door die angst regeren, en doet daarom niets met zijn van God gegeven talent. Van hem werd niet verwacht dat hij zich met de andere twee vergeleek, of dat hij even veel moest opbrengen als anderen deden met meer talenten. Wat wel van hem wordt verwacht, is dat hij met zijn talent goed doet. Dat is ook de rode draad door de eerste lezing, de Psalm en het evangelie heen. De sterke vrouw brengt in alles wat zij doet, Gods koninkrijk dichterbij. Daarom wordt op haar de loftrompet gestoken. Dat geldt ook voor de man in de Psalm en de twee knechten in het evangelieverhaal: zij doen goed omdat ze op hun plek en op hun manier werken aan Gods koninkrijk. Daarom worden zij uitgenodigd om te komen delen in de vreugde van hun heer, want de vreugde van de Heer is het aanbreken van de Messiaanse tijd, de maaltijd die God wil houden met alle mensen.

Daartoe worden wij, vrouwen, mannen en kinderen, met onze talenten uitgenodigd en aangespoord.