33ste zondag dh jaar A (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. Ik ben pastoor Frank Domen, de nieuwe pastoor. En die mevrouw daar is Wiljan, mijn lieve zus. Zij ziet er in haar gezicht een beetje gehavend uit. Zij is de dag vóór de verhuizing, afgelopen maandag, voorover van de trap naar beneden gevallen. Maar het gaat al ietsje beter.
Vandaag spreekt Jezus Christus in het evangelie over talenten. Wij allemaal hebben talenten. Iets waar wij goed in zijn. Wij allemaal hebben verschillende talenten. En sommige mensen hebben ook wat meer talenten, anderen een paar minder. Maar welke en hoeveel talenten wij ook hebben, het gaat erom dat wij ze goed gebruiken. Ter ere van God. Ook om andere mensen te helpen. En natuurlijk ook voor onszelf. Dankzij onze talenten kunnen wij van de wereld en van ons leven iets moois maken. Dankzij onze talenten hebben wij een mooi dorp als Oosthuizen dat ieder van ons vorm geeft door zijn mooie huis, zijn gezellige kamer, z'n mooie tuin.
Danken wij God in deze viering voor onze talenten. Danken wij God voor wat wij voor elkaar kunnen doen. En vragen wij dat wij mogen groeien in de liefde waarmee wij de dingen doen. En dat wij, kerkgangers, mogen groeien in aantal, opdat er in de Naam van Jezus Christus steeds meer goed kan worden gedaan.
Voor de keren, dat wij onze talenten niet of niet zo goed hebben gebruikt, vragen wij God en elkaar om vergeving.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Eeuwige en almachtige God, de liefde waarmee Gij ons omringt, geeft aan de blijde en droeve dagen hun volle zin. Alles wat wij van de morgen tot de avond doen, nodigt ons uit met veel vertrouwen naar U op te zien. Geef ons de kracht U trouw te dienen, zodat wij zonder vrees eens mogen getuigen, dat wij alles behartigd hebben wat Gij ons hebt toevertrouwd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... . Amen.

PREEK

Broeders en zusters, als iemand een groot talent heeft voor muziek of dans of zang, dan vinden wij het jammer - zonde - als hij daar niets mee doet. Als je een echte musicus bent, dan voel je ook een innerlijke aandrang om er iets mee te doen. Dat geldt net zo goed voor andere talenten als studeren of goed met zieken kunnen omgaan of je huishouden op orde kunnen houden en kinderen opvoeden. Het woord ‘talent' staat in het evangelie en wij gebruiken het voor al onze capaciteiten, die ons als mens af-maken, vervolmaken. Zij laten het beste in ons zien.
Twee opmerkingen. Op de eerste plaats is een talent iets wat wij krijgen. Niet alles is aangeleerd. Soms kunnen de artistieke, intellectuele of sociale talenten van ouders hun kinderen wel op weg helpen. Maar je komt ook wel begaafde kinderen tegen bij ouders, die zelf niet zo begaafd zijn of omgekeerd. ‘Begaafdheid' heeft te maken met ‘gave'. Iets is je gegeven, zo maar.
Hier geldt ook niet het principe: Gegeven is gegeven. Nee, het is je gegeven - door God - om er iets mee te doen. Wij zijn verantwoordelijk voor onze gave en voor wat wij er mee kunnen doen.
Broeders en zusters, God hoopt vurig dat wij iets doen met onze talenten, met zijn gaven. Op de eerste plaats vraagt Hij respect voor zijn God-zijn. Het is een teken van respect als je van iemand een gave met open handen aanneemt. En op de tweede plaats worden wij pas volop mens als wij doen wat wij kunnen doen. Een roos wordt pas ten volle roos als hij zich helemaal ontvouwt en zijn mooie blaadjes laat zien. Paulus zegt het zo in de tweede lezing: wij moeten niet slapen, maar waken en nuchter zijn.
Het is dan ook heel belangrijk, dat wij kinderen leren hun talenten te ontdekken, maar ook voor volwassenen is het zaak zich geregeld af te vragen of zij hun talenten nog maximaal gebruiken. Oké, wie ouder wordt of ziek, kan minder doen, maar iedereen kan iets doen. Al is het bidden en zijn lijden offeren, maar iedereen kan iets doen.
Mijn eerste opmerking was dus dat wij een talent kríjgen. Een tweede is dat wij talenten niet alleen krijgen om er zelf beter van te worden, rijker, maar ook en vooral ten bate van de gemeenschap. Wat de een niet kan, kan een ander. Wij vullen elkaar aan. Daarom ook krijgt de een heel grote talenten. Die kan bijvoorbeeld een heel goede arts worden. Een ander krijgt een wat kleiner talent. Die kan heel goed straten maken. Maar het is allemaal nodig. De stratenmaker kan de arts helpen. En de arts de stratenmaker.
Nu even een stukje politiek. Oei, uit politieke opmerkingen kunnen flinke discussies voortkomen. En dat mag ook. Ook daar kunnen wij elkaar aanvullen, van elkaar leren, als wij de liefde onder elkaar maar bewaren. Ik ben helemaal niet tegen inkomensverschillen, maar een beetje minder verschil zou - volgens mijn bescheiden mening wel beter - christelijker - zijn. Waarom zou iemand die een groot talent heeft gekrégen véél en véél meer moeten verdienen dan iemand die een kleiner talent heeft gekregen. Allebei hebben zij hun talent niet uit zichzelf. Niemand kan en mag zeggen dat hij uit zichzelf beter is dan een ander. Mensen moeten hun talenten natuurlijk wel goed gebruiken. Zij moeten zich inzetten. En daar zien wij helaas grote verschillen. Maar als er minder verschillen zouden zijn tussen mensen onderling en volken onderling, zou er veel meer vrede in de wereld zijn. Oorlogen, ruzies en jaloezie komen voort uit te grote verschillen.
Wie veel talenten heeft, mag en moet ze laten zien. Dan doet hij wat hij kan. Wie minder talenten heeft, mag en moet ze ook laten zien. En die laatste is in de ogen van God niet minder dan de eerste en zo moeten ook wij denken. Respect moeten wij niet hebben voor iemand die veel talenten heeft, nee, respect moeten wij hebben voor iemand, die zijn vele of weinige mogelijkheden ten volle gebruikt.
Beste medegelovigen, niet alleen worden de verschillen tussen rijk en arm steeds groter, vanaf volgend jaar zullen meer dan één miljard mensen honger lijden, ook de geestelijke verschillen worden groter. Wij, Nederlanders, waren vroeger rijk aan missionarissen. Wij hadden veel mensen, die iets voor een ander wilden betekenen. Nu komen buitenlandse priesters naar Nederland om hier te missioneren. Ik ben blij dat ze komen, maar het geeft wel aan dat wij geestelijk niet meer zo sterk zijn.
Misschien dat er mensen zijn, die al het nodige doen voor een ander, maar ik wil jullie allemaal uitnodigen de komende week eens na te denken over de vraag of wij niets iets meer kunnen doen voor God en voor onze medemensen. En of wij de dingen, die wij al doen niet met iets meer liefde kunnen doen.
Er is zoveel te doen. Een eenzame buurvrouw. Een klasgenootje of collega, die altijd door anderen wordt gepest. Je huis of je eigen kamer opruimen. Je tuin eens opknappen, zodat de buren zich niet meer hoeven te ergeren. Of... de pastoor een handje helpen.
Laten wij allemaal iets doen: er zijn voor God en voor anderen. Dat wij een parochie mogen hebben met veel biddende en werkende mensen. En dat wij alles met liefde doen! Liefde en aandacht voor God en voor elkaar! Dan gaat er een kracht van ons uit, die andere mensen zullen opmerken. Dan zullen ook zij God komen eren en hun eigen talenten op hun beurt weer in dienst stellen van God en van de gemeenschap.

SLOTWOORD

Ik wens jullie ‘zalige communie'. D.w.z. dat ik hoop dat de communie, de gemeenschap, de ontmoeting met Jezus Christus jullie ten goede mag komen. Veel goede vruchten in jullie dagelijks leven mag voortbrengen.
Vandaag gaat het erover dat wij onze talenten goed moeten gebruiken.
Er was eens een indiaan, die een blanke vriend in de stad bezocht. Toen ze over een druk plein liepen, pakte de indiaan zijn vriend plotseling bij de arm: "Stil eens. Hoor je wat ik hoor?" "Alles wat ik hoor - antwoordde de blanke stedeling - is het geraas van verkeer en de stemmen en voetstappen van al die mensen." "Ik hoorde een krekel ergens hier in de buurt tsjirpen," zei de indiaan. "Die zijn hier niet," zei de blanke man, "en zeker hoor je ze niet door al die herrie."
Toen liep de indiaanse vriend naar een huis dat met klimop was begroeid. Hij haalde voorzichtig een tak ervan weg en daar zat inderdaad een krekel te tsjirpen.
"Jullie, indianen, hebben nu eenmaal een beter gehoor dan wij," verontschuldigde de stedeling zich. Lachend schudde de indiaan zijn hoofd en zei: "Ik zal je bewijzen dat dat niet zo is."
Toen nam hij een muntje uit zijn zak en gooide dat over straat. De voorbijgangers keken op, ondanks al het verkeerslawaai. En de indiaan zei: "Het geluid van dit geld was niet luider dan dat van de krekel. Maar toch hebben veel mensen het gehoord. De oorzaak ligt voor de hand: mensen horen alleen wat hun hart wil horen!"
Beste medegelovigen, wat willen wij horen? Over economische groei, verbetering van koopkracht? Of iets over Gods liefde? Willen wij God zelf ‘horen'? Stemmen wij af op het goede kanaal. Wie in deze viering iets hoort, heeft het willen horen. Het horen en zien van Jezus Christus was altijd gericht op God en zijn medemensen. Horen en zien wij ook op die manier. Dan gaan wij onze talenten misschien ook op andere manieren gebruiken. Ik wens jullie een mooie en gezellige zondag toe.