33e zondag door het jaar A (2008)

Begaafd zijn is mooi en lastig. Hoe het ook uitvalt. Wij kennen twee gangbare omschrijvingen waar het woord ‘begaafd' in zit: ‘zwakbegaafd' en ‘hoogbegaafd'. Het bijvoeglijk naamwoord ‘gewoon-begaafd' of ‘gemiddeld-begaafd' kennen we niet. Het laat zien dat mensen sneller kijken naar de grenzen van begaafdheid. Of het is echt te weinig, of het is duidelijk te veel.

Onze maatschappij is in feite meedogenloos voor beide varianten. Zwakbegaafden worden weliswaar goed en mooi opgevangen en begeleid - maar echt meetellen zullen ze nooit. Hoogbegaafden, daar weten we helemaal geen raad mee. Kinderen met meer dan gemiddelde talenten moeten zich in het gewone onderwijs en ook naderhand steeds ‘verlagen' tot een vervelend niveau. Hoogbegaafde kinderen zijn niet voor niets vaak lastig - ze vervelen zich dood. Het gevolg van de nivellering en vervlakking die uitgaat van de wet van het ‘gemiddelde' is, dat degenen die niet ‘gemiddeld' zijn zich ontevreden gaan voelen over wat ze hebben. En zo komen we bij God, zijn gaven en talenten.

Begaafd en getalenteerd zijn is mooi en lastig. Mooi, omdat we alles wat we kunnen en doen, onze vaardigheden en kwaliteiten, steeds mogen zien met de ogen van de Heer. Hij heeft gegeven, en voor alles - veel of weinig - past dankbaarheid. Het wordt lastig als wij omwille van algemene normen niet meer mogen onderdoen of uitblinken. Want hoe kun je God danken voor het ene talent dat je hebt als iedereen om je heen vindt dat je eigenlijk maar niks kunt, zwakbegaafd bent, niet in staat om mee te komen? Hoe kun je anderzijds God danken voor tien talenten als iedereen om je heen vindt dat je een uitslover, een betweter of weet ik wat bent? Hoe kun je God danken als de mensen om je heen niet dankbaar zijn om wat jij, hoogst persoonlijk, hebt gekregen?

Ja, talenten kunnen zo mooi zijn, maar ook zo lastig! Het is wel zo gemakkelijk om het evangelie als een oordeelstekst te lezen. God geeft, God neemt. Tien tegen tien, vijf tegen vijf, twee tegen twee en een tegen een. Niets verdiend? Onder de maat gebleven? Lui of onverstandig? Daar is de deur, geween en tandengeknars. Nou, het is juist het grote misverstand dat God een hard mens is. Dat is juist de fout van de man met het ene talent. Hij kijkt op een verkrampte en verwrongen manier naar de Gever van alle goeds, al is het maar dat ene talent. Ik kijk daarbij ook graag naar wat er achter zit. Waarom komt deze man tot zo'n geforceerd Godsbeeld? Waarom durft hij met dat ene talent niets te doen? Waarom wordt hij zo bang? Misschien is deze man - in moderne woorden - wel slachtoffer van de prestatiemaatschappij waarin zwak- en hoogbegaafd klem komen te zitten?

Waar het om gaat bij de mooie en lastige talenten is, dat wij al onze gaven kunnen zien als een onderdeel van het Lichaam van Christus. Wij hebben gaven niet voor onszelf, maar omwille van elkaar en het Rijk Gods. Allen, met veel of weinig gaven, zijn belangrijk als onderdeel van Jezus' Lichaam op aarde. Alleen als wij zo kunnen kijken met de ogen van God zelf, dan zien wij wat wijzelf en anderen waard zijn. Dan gaat het niet aan om de een als zwak- en de ander als hoogbegaafd af te doen. Elk heeft zijn of haar eigen verantwoordelijkheid om zijn of haar gaven ten dienste te stellen van het geheel. En het geheel heeft als verantwoordelijkheid in dankbaarheid elkaars gaven te waarderen, te stimuleren en mede mogelijk te maken.

Ja, talenten zijn soms mooi en lastig. Wij kunnen er mee opbouwen en afbreken, mee ten onder gaan of mee groeien. Elk heeft verantwoordelijkheid voor eigen gaven, om er ijverig mee te bouwen aan Gods Rijk. Maar ook om de ander in zijn waarde te laten bouwen met het vele of weinige dat hij heeft. Dan hoeft er nooit meer iemand bang te zijn en zijn talent in de grond te stoppen. Amen.