Evangelieprikje

Toen ik jaren geleden in het middelbaar zat, was de parabel van de talenten bijna een vaste waarde bij het begin van elk schooljaar. Ik heb de indruk dat de parabel nu wat minder populair geworden is. Naar het schijnt heeft dat te maken met het einde van de parabel dat voor veel mensen die vieringen voorbereiden, te hard is. Nochtans is dat einde niet veranderd. Misschien moeten we de parabel ook niet overanalyseren. Met de parabel wil Jezus ons iets vertellen over het Rijk Gods. Vooral dat moeten we voor ogen houden. In deze parabel zit dus geen goedkeuring van slavernij en deze parabel geeft ook ook niet een volledig godsbeeld van waaruit Jezus zijn relatie met God beleefde.

In het Rijk Gods krijgt iedereen naar zijn bekwaamheid talenten. Bij ons is een talent iets wat je goed kan, in Jezus' tijd was dat gewoon geld. Maar of je het nu ziet als een kwaliteit van jezelf of als geld, het maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat er om dat iedereen, elke unieke mens van God een startkapitaal meekrijgt. Bij de een is dat wat meer dan bij de ander, maar dat hoeft geen reden te zijn voor jaloezie of om mensen in categorie├źn in te delen. Wat doen we met dat kapitaal dat God ons toevertrouwt? Dat is de vraag die ons moet bezighouden en meer specifiek: wat doe ik met het kapitaal dat mij is toevertrouwd? Hoe beantwoord ik het vertrouwen dat God in mij stelt? Dat vertrouwen van God in de mens is er, anders zou Hij zijn bezit niet aan hem of haar durven toevertrouwen. Dit verhaal toont dus duidelijk dat God veel vertrouwen heeft in de mens. Bedenk maar dat Hij ons Zijn hele schepping in handen gegeven heeft. De parabel begint dus zeer positief: het Rijks Gods heeft dus alles te maken met vertrouwen hebben in, geloven in.

Hoe reageert men er op in het verhaal? Door hun reactie vallen de slaven uiteen in twee groepen. Er is de eerste groep die werkt met het startkapitaal en daardoor dat startkapitaal aanzienlijk kan doen groeien. Het kapitaal rendeert. Zij worden geprezen door de Heer en mogen delen in diens vreugde. De derde slaaf is bang van zijn heer en verstopt het toevertrouwde kapitaal en geeft het terug bij zijn terugkeer. De heer reageert furieus. Wat heeft deze slaaf gedaan? Hij heeft het geloof van de Heer in hem beantwoord met angst. Angst is het tegenovergestelde van geloof. Met zijn handelswijze zegt de slaaf eigenlijk: ik heb geen vertrouwen in die man, ik neem het zekere voor het onzekere. Geen vertrouwen hebben in elkaar is moordend voor elke relatie, ook in onze relatie met God. Als onze relatie met God ingegeven is door angst, zijn we niet goed bezig. Natuurlijk, die reactie is heel begrijpelijk, menselijk ook. Er zijn ook vandaag nog veel mensen die hun kind laten dopen of vormen met het gedacht van: "doet het geen goed, het doet toch geen kwaad". Vanuit die redenering enkel kan geen geloofsleven groeien dat de mensen en de wereld vooruit helpt. Zoals in elke relatie is het ook in onze relatie met God er om te doen dat we die relatie aangaan omwille van die andere en niet om onszelf veilig te stellen. Als een jongen een relatie aangaat met een meisje omdat hij zelf niet de was en de plas wil doen, dan is dat geen echte relatie. Hij zou beter een poetsvrouw of hulp in huis engageren.

De vraag die deze parabel ons dus eigenlijk stelt is: durven wij werken met het startkapitaal dat God ons heeft toevertrouwd of laten wij ons door angst verlammen? Als je de gave van het woord hebt, durf je dan spreken over het evangelie of ben je bang dat mensen je een rare gaan vinden? Als je de gave hebt om mensen te troosten, ga je de mensen dan troosten of ben je bang dat ze je dan voortdurend gaan lastig vallen met hun problemen? Als je de gave hebt om mensen te helpen, ga je dan helpen of ben je bang dat ze er misbruik gaan van maken? ... Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Feit is dat wie zijn talenten niet gebruikt uiteindelijk bezig is met zich wat te isoleren. Hij kent de vreugde van liefde en solidariteit niet. Zo'n mensen blijven uiteindelijk alleen en eenzaam achter. Die gooit zichzelf buiten de gemeenschap.

Je merkt het: ook al lijkt de parabel vandaag niet meer zo populair, actueel is hij zeker nog. Vooral in een wereld waar geloven niet evident is en waar gelovigen een uitzondering lijken te worden, is het heel menselijk dat heel veel mensen uit angst hun geloof verbergen en hun talenten dus niet gebruiken om dat Rijk Gods te laten groeien. Dat is jammer, laten we dus bidden voor elkaar dat we nooit aan die angst toegeven. God kent ons en heeft vertrouwen in ons want Hij schenkt ons aan elkaar, laten we dat geloof met geloof beantwoorden. Een geloof dat misschien niet zo rotsvast is als dat van God, een geloof waar misschien soms twijfel insluipt, een geloof dat zoekend is, ... ik denk dat dit allemaal kan voor God. Zolang we ons maar niet laten verlammen door angst voor wat de mensen gaan zeggen of erger nog: angst voor een op wrak beluste God. Als Jezus ons een ding geleerd heeft, dan is het wel dat God niet zo is. Laten we er dan ook naar leven en vandaag nog onze talenten gebruiken, tot eer en glorie van God en medemens.

(Hans Callaert)