Niemand kent dag noch uur!

Beste vrienden,

Hoe zou u reageren indien ik u de volgende toekomstvoorspelling zou voorschotelen:

  • Twee vliegtuigen zullen een aanval op het world trade center in New-York uitvoeren. Beide torens zullen instorten en duizenden mensenlevens zullen verloren gaan.
  • In Madrid en London zullen bomaanslagen worden gepleegd die honderden doden en  gewonden zullen kosten.
  • Voor het Italiaanse eiland Lampedusa zullen kort na elkaar twee scheepjes met vluchtelingen vergaan. Ook hier weer honderden doden. 

Wanneer ik er dan ook nog telkens de juiste datum bij zou vermelden dan zouden jullie mij beslist met een meewarige glimlach bekijken en me voor gek verklaren. Wat ik daar vertel is geschiedenis, geen toekomstvoorspelling! We hebben dat toch allemaal meegemaakt en via pers en televisie van heel dichtbij zelf kunnen bekijken. Met toekomst voorspellen heeft dat echt niets te maken. 

Ik zie dat natuurlijk ook zo. Maar, ik heb daarnet eigenlijk niets anders gedaan dan de evangelist Lucas in zijn tijd. Die heeft pas jaren na de val van Jeruzalem en de vernietiging van de Tempel de juist gehoorde “toekomstvoorspelling” van Jezus neergeschreven. 

Wat hier als beeld van de toekomst wordt beschreven is dus reeds lang gebeurd.   

Kon Jezus de toekomst dan niet voorspellen? Velen zullen nu beslist denken: “Natuurlijk wel, als zoon van God kon Hij dat zeker!” Maar zo eenvoudig ligt het niet. Jezus kon ook niet zeggen wanneer Hij juist terug zou komen. Bij Marcus staat: “Die dag en dat uur kent zelfs niet de zoon, alleen de Vader.” En ook op andere plaatsen in het evangelie laat Jezus veel open en onbeantwoord. 

Let wel, ik wil u met deze gedachten niet van het geloof afbrengen, integendeel. Het gaat er mij alleen maar om aan te tonen dat we in verband met de vragen over het einde der dagen niet zomaar bepaalde zinnen uit het evangelie willekeurig uit hun verband en uit hun geschiedkundige context mogen rukken. Anders lopen we gevaar net hetzelfde te doen als sommige religieuze sectaire groepen, die op de angst van de mensen werken en deze voor hun eigen doeleinden misbruiken.   
Laten we daarom even rustig 2000 jaar terugblikken. Zoals de meeste van zijn tijdgenoten kon Jezus op de spreekwoordelijke vingers van één hand uitrekenen dat die permanente aanslagen van de radicale fanatici, de Zeloten, op de Romeinse troepen en instellingen, vroeg of laat een heftige tegenreactie van de Romeinen tot gevolg zouden hebben. Daarbij zou dan natuurlijk ook veel met de grond gelijk worden gemaakt.  In het jaar 70 na Christus is dat dan ook gebeurd. Of Jezus datgene wat Lucas later heeft neergeschreven ook echt woordelijk heeft voorspeld, dat weten we niet. Wat we echter wel weten is, dat Lucas de beelden van het verwoeste Jeruzalem en van de met de grond gelijk gemaakte tempel in zijn hoofd heeft, wanneer hij zijn Evangelie neerschrijft. Hij ziet ook nog voor zich hoe veel inwoners door de Romeinen werden afgeslacht, als slaven werden verkocht of tot dwangarbeid voor de staat werden veroordeeld.  Hij wist dat de Romeinse prefect in Alexandrië duizenden Joden had laten vermoorden en dat Keizer Nero na de brand van Rome een verschrikkelijke Christenvervolging had bevolen.  Het nieuws van de ondergang van Pompeï door de uitbarsting van de Vesuvius was in ieders mond en Stefanus, Jacobus, Petrus en ook Paulus waren omwille van hun geloof aangehouden en ter dood gebracht. 
Al die beelden en gebeurtenissen spookten door Lucas‘ hoofd en natuurlijk ook het daaruit voortvloeiende feit, dat op die voedingsbodem van onzekerheid en angst een hoogconjunctuur van alle mogelijke onheilsprofeten en zelfbenoemde Messiassen was ontstaan.  Ook vele van Jezus‘ aanhangers werden onzeker, omdat zijn terugkomst als maar uitbleef en velen vroegen onomwonden of ze niet beter zouden luisteren naar die nieuwe heilsboodschappen.  Juist daarom benoemt Lucas in zijn 21e hoofdstuk al die gruwelijke beelden; niet om te dreigen, maar om te troosten en te bemoedigen. Met deze woorden wil hij de woorden van Jezus terug in herinnering roepen en duidelijk maken wat die altijd zei met betrekking tot het einde der tijden  „laat u door al die gebeurtenissen geen angst aanjagen en wees alert opdat ge niet om de tuin zoudt worden geleid. Luister niet naar al die onheilsprofeten en de waarzeggers die zeggen dat dit het einde is. Het rijk Gods komt niet zo, dat je het aan uiterlijke tekenen kunt herkennen. Je kan ook niet zeggen: kijk het is hier, of daar!” Zo probeert Lucas de woorden van Jezus terug in herinnering te roepen. Die woorden maken duidelijk dat de Christus, wanneer Hij terugkomt, zelf het einde en God de Vader onze voleinding is.  Hoe kunnen we dit evangelie voor ons begrijpelijk maken? We weten ook wel dat het met de wereld en met onze aarde op dit ogenblik in vele bereiken niet al te best gesteld is. Klimaatverandering, natuurcatastrofen, honger en ongerechtigheid zijn nog steeds de grote thema’s van onze tijd en zijn de oorzaak dat ook nu weer veel mensen over het dreigend einde van onze wereld spreken.  Ook de terroristische activiteiten, die we daarnet even hebben vermeld, verspreiden angstgevoelens onder de mensen omdat de terreur altijd weer blindelings  en onverwacht kan toeslaan. 

Hierdoor wordt wel duidelijk dat ook in deze tijd het gevaar bestaat dat allerlei onheilsprofeten het evangelie van vandaag voor hun duistere doelen zouden misbruiken.    Steeds weer vallen we op individuen die op de angstgevoelens van de mensen spelen en ze ook in die angstsituatie willen vasthouden. Maar – zelfs het terrorisme, hoe verschrikkelijk en onberekenbaar dat ook mag zijn, is geen reden om het einde van de wereld in te luiden.    Neen, het terrorisme is een opgave, een uitdaging die we, net zoals de dreigende klimaatcatastrofe,  moeten aannemen en het hoofd moeten bieden. De politiek schijnt uiteindelijk toch ook stilaan te begrijpen dat geweld en oorlog de problemen niet oplossen maar doen toenemen. Om die problemen op te lossen moeten wij elkaar beter leren kennen en begrijpen. Daartoe is een diepgaande dialoog en een pragmatische aanpak van de armoede in de derde wereldlanden noodzakelijk. We moeten ons er voor hoeden om in alle islamieten terroristen te vermoeden. Het christendom heeft ook eeuwen nodig gehad om tolerant te leren zijn en ook vandaag nog moeten we oppassen om niet terug te vervallen in de oude kruistochten- en burchtenmentaliteit.   

De conflicten die we weldra het hoofd zullen moeten bieden zijn twisten over de toekomst van onze planeet en van haar grondstoffen. Het betreft de toekomst van de mensheid in haar geheel, onafhankelijk van wereldbeschouwing of religie.   
Het evangelie van vandaag wil ons niet bang maken. Maar het kaart de angsten aan die wij, gezien de huidige situatie, inderdaad kunnen hebben. Maar ondanks de angst die de ene of de andere onder ons voor de toekomst heeft, en hoe gerechtigd die angst ook lijkt, Jezus zegt ons: “ laat u niet opjagen en hoed u voor mensen die die angsten nog aanwakkeren. Blijf nuchter en kritisch en bewaar vooral uw vertrouwen in God. Hou u aan God vast, ook en vooral op moeilijke momenten, dan zal u geen haar worden gekromd en ge zult uw leven winnen.”   Laten we dus het heden moedig in de hand nemen, want de toekomst kunnen we met gerust gemoed aan Gods hand toevertrouwen. Uit het evangelie weten we immers: „we zullen ons leven winnen“, want God zelf heeft de wereld en de geschiedenis in zijn hand.

Amen.