33° Zondag A (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Heeft u 'm al in huis, dierbare gasten en parochianen: de nieuwe Quote 500, de jaarlijkse ranglijst van vijfhonderd rijkste Nederlanders? Overal in de stad, in ons deel ervan wél tenminste, wordt er reclame voor gemaakt. Je ziet de affiche overal hangen. Het interesseert de mensen blijkbaar: wie, welke rijke, hoeveel "heeft". Onze beeldpalende buurtgenoot Jort Kelder was tot voor een paar jaar terug de hoofdredacteur van het blad. Jort, die in het laatste nummer van de Z.O.Z., Zie Oud Zuid, "de wijkglossy van Zuid" over zichzelf zegt: "De hemelpoort zal niet voor me opengaan. Het wordt waarschijnlijk een enkeltje hellevuur, aankloppen overbodig."

Toch kun je jezelf afvragen, in het licht van de schriftlezingen van deze zondag en zeker van het het evangelie of Jort niet te pessimistisch is. Want lijkt het er niet op dat de goedbedeelde mensen, de mensen die het getróffen hebben in het leven, mensen die, zo vul ik maar in, mooi en slim zijn en die rijke ouders hebben, die dus in allerlei opzichten veel hebben meegekregen en die hun verstand, rijkdom en schoonheid góed gebruiken; lijkt het er niet op dat zulke mazzelaars er ook bij God nog eens góed vanaf komen ... ? De mens met de vijf talenten die er vijf bijverdient krijgt te horen, als zijn heer "afrekening komt houden": "Uitstekend, goede en trouwe dienaar ... Ga binnen in de vreugde van uw heer." De mens met de twee talenten die er twee bijverdient krijgt hetzelfde te horen. Alleen de loser, die maar één talent had meegekregen en die dat ene dan ook nog eens begraaft; alleen die figuur vist achter het net. "Waarom heb je mijn geld niet op de bank gezet zodat het tenminste nog rente had opgebracht?" Wij horen het de heer in de gelijkenis bij monde van Jezus zeggen als ware hij de eerste de beste belegger. "Werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars." Erg sympathiek klinkt ons dat niet in de oren denk ik. Wat zullen we nou krijgen? Welk beeld van God wordt ons hier door Jezus aangereikt? Is de God van Jezus er soms Één die de rijken rijker en de armen armer laat worden? Nogmaals, veelgeliefden: Wat zullen we nou krijgen?

Ik denk: Jezus maakt het ons niet gemakkelijk. Hij wil ons in deze gelijkenis duidelijk een beetje prikkelen, om niet te zeggen: misschien wel plagen, uitdagen of zelfs tergen. Het lijkt mij dat in Zijn, in Jezus' visie het dus niet zo is dat God per definitie aan de kant van de armen staat en dat hun bestaan zonder meer in alle opzichten van godswege gesanctioneerd zou worden terwijl Hij de rijken niet zou zien staan en aan hen geen boodschap zou hebben. Nee. Zo is het niet! De God van Jezus heeft een boodschap áán en dus betekenis voor ieder mens, ongeacht of iemand nu rijk of arm is.

Wat is trouwens "rijk"? En wat is "arm"? In de gelijkenis gaat het over "talenten", dat is een bepaalde hoeveelheid geld. Niet elke dienaar van de heer in de gelijkenis krijgt dezelfde hoeveelheid ervan om te beheren. Hoeveel men krijgt hangt af van de "bekwaamheid" van de dienaar in kwestie. En wat dat betreft zijn er verschillen tussen mensen. Maar het lijkt er op dat Jezus die verschillen irrelevant vindt, níet belangrijk. Waar het wél om gaat is, enerzijds, dat alles wat een mens op allerlei gebied heeft meegekregen, veel of weinig, dat hij dat of zij dat inderdaad heeft méégekregen. Het ís niet van jezelf. Het is níet je eígendom. Je uiterlijk, je karakter, je verstand ... je hebt het alleen maar in bruikleen gekregen. Én waar het om gaat, anderzijds, is dat jij met wát je hebt meegekregen hoe dan ook aan de slag gaat en je niet laat afleiden door wat anderen eventueel hebben en jij niet en dat je jezelf daardoor zeker niet laat ontmoedigen, laat staan verlammen. Ook met één talent kun je heel veel doen. Willem, word wakker!

De dag des Heren komt als een dief in de nacht. Juist als je denkt: "Er heerst vrede en veiligheid, juist dan overvalt hen plotseling het verderf." Zo hoorden we in de tweede lezing, uit de brief aan de Tessalonicenzen. Een voorbeeld van zo'n "verderf", zo'n onheil waardoor een mens plotseling getroffen kan worden is de ontvoering van de bierbrouwer Alfred Heineken in 1983. Er is een film over gemaakt die op dit moment in vele bioscopen draait[2]. Als Heineken en zijn chauffeur uiteindelijk worden ontzet en vrijkomen zie je hoe ze thuis worden begroet. De chauffeur wacht een warm welkom. Mensen vliegen hem om de hals en hij wordt geknuffeld. Heineken wordt opgewacht door zijn vrouw. In de film lopen ze schoorvoetend op elkaar toe. Het is duidelijk dat hier een man en een vrouw tegenover elkaar staan wier verhouding totaal is verschraald en verkild. Over talenten gesproken. Maar als Heineken dan 's nachts gekweld wordt door angstdromen, dan zoekt hij vanuit zijn aparte slaapkamer toch zijn vrouw op en laat zich door haar opvangen, in de armen nemen en kussen. Een liefdestalent dat werd begraven komt aan de oppervlakte. Een vrouw die al was afgeschreven wordt door haar man opnieuw ontdekt. De liefde tussen twee mensen op leeftijd leeft óp en we zien hoe Heineken een eind maakt aan een buitenechtelijke relatie waarvan hij nu inziet dat die niet goed is omdat hij zijn vrouw daarmee onrecht heeft aangedaan. Als 't in het leven van de bierbrouwer Heineken zo min of meer écht gebeurd is, dan is die ontvoering, die dag van verderf, inderdaad voor hem een dag des Heren geweest: een onheilsdag maar met een heilzaam effect.

Uiteindelijk, dierbare gasten en parochianen, is er maar één talent in ons leven dat er werkelijk toe doet en dat is het talent dat wij allemaal hebben meegekregen om liefde te geven en om liefde te ontvangen. Wie zich bewust is van dát ene talent, wie de rijkdom van de liefde en van al Gods goede gaven in zijn of haar leven ziet en ervaart en dankbaar is, die zal het alleen maar heerlijk vinden om die liefde, dat ene talent, op allerlei manieren naar allerlei mensen te laten uitgaan en hen doen delen in de onuitputtelijke overvloed die in eigen hart en ziel wordt ervaren. Om liefde te geven aan iemand hoef je niet per se wat dan heet "een relatie", een liefdesrelatie, met hem of haar te hebben. In de eerste lezing vandaag, uit het boek der Spreuken, ging het over "een sterke vrouw". Van haar wordt gezegd: "Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar armen uit naar de misdeelden". Mogen wij allen de overvloed van Gods liefde in ons ervaren. En dat de liefde stromen mag. Amen.