Het begon in Galilea: Niet in het centrum, wel in de marge (2005)

De evangelist Mattheüs legt er de nadruk op
dat Jezus Zijn prediking begon
niet in Jeruzalem, maar in Galilea,
niet in het centrum, wel in de marge.
Twee gebieden worden tegenover elkaar geplaatst,
en wel om theologische redenen.

Jeruzalem was een versterkte stad,
met er binnen, op de Sionsberg, de tempel van Jahweh,
de God van de Joden, die zó hoogheilig was,
dat Zijn Naam zelfs niet mocht uitgesproken worden.
Dit machtige, religieuze centrum van het land
werd beheerst door een kaste van priesters
die de riten in de tempel verzorgden
- dwz. dat zij vooral de offers van de mensen ontvingen -
en daarnaast door een groep schriftgeleerden,
die uit de oude bijbel voortdurend
uiterst gedetailleerde wetten en kleine gedragsregels haalden
om de mensen voor te schrijven wanneer zij goed of verkeerd handelden.
De Joodse godsdienst was dus verworden tot uiterlijkheden:
Om beschouwd te worden als een goede gelovige
was het voornaamste "de voorgeschreven offers te brengen” en
"te gehoorzamen aan een honderdtal kleine wetten".
Maar zo’n opvatting over de godsdienst had als verschrikkelijk gevolg
dat een voortdurend schuldgevoel groeide bij de gewone mensen,
die vooral schrik hadden onder de maat te blijven
en verkeerd te doen
tegenover een eisende, dreigende en straffende Jahweh.

Jezus distantieert Zich duidelijk
van die opvatting over de godsdienst die in Jeruzalem heerste.
Hij is tegen die winstgevende offerritussen van de priesters
en tegen die angstaanjagende wetten van de schriftgeleerden.
Hij is tegen de tempel die alleen maar dient als offerplaats.
Hij is tegen een God waarvan de mensen schrik zouden moeten hebben.

Jezus begint Zijn prediking
in een heel andere streek, in een heel ander religieus klimaat.

Galilea was de grensprovincie in het Noorden.
Geen trotse burcht op een berg zoals Jeruzalem,
maar een landelijke streek, gelegen aan het meer.
Daar waren de mensen eenvoudiger, armer, meer open ook.
Ontvankelijker voor allerlei vreemde invloeden
en niet afgesloten of verstard in eigen opvattingen,
zoals in de trotse hoofdstad.
Galilea was bevolkt door een mengelmoes
van rassen en godsdiensten met Aramese, Arabische,
Fenicische en Griekse invloeden.
Men had er geleerd verdraagzaam te zijn tegenover elkaar
in een gezond pluralisme van verschillende culturen.
Het was een ‘multiculturele samenleving’.
Die mengelmoes van allerlei godsdiensten
werd echter vanuit Jeruzalem met de grootste minachting bekeken.
De religieuze leiders van de hoofdstad
beschouwden zichzelf als de "zuivere" Joden,
die de juiste leer wisten te bewaren,
en zij misprezen de Galileërs als de "heidenen, die de wet niet kenden".

Wie uit Mattheüs' tegenstelling nu zou besluiten
dat het christendom altijd thuishoort op het platteland en niet in de stad
heeft te letterlijk geïnterpreteerd en dus de verkeerde conclusie getrokken.
Onze wereld is ondertussen grondig veranderd.
Die openheid voor allerlei meningen, dat pluralisme van culturen
vindt men bij ons sinds verschillende eeuwen veeleer in de steden.
Het ‘Galilea’, zoals Mattheüs het bedoelde,
met zijn mengelmoes van vreemde godsdiensten,
waar mensen uitgedaagd worden om multicultureel samen te leven,
ligt vandaag niet in één of andere groene zone op onze buiten,
maar veeleer in het hart van onze grootsteden.

Het is duidelijk dat Jezus niet kiest voor een hard, verstard centrum,
waar de zuiveren menen de enige, echte doctrine te bezitten en
door vaste instellingen hun macht laten gelden,
maar dat Hij kiest voor een gebied van gewone, bescheiden mensen,
die openstaan voor allerlei opvattingen.
De tekens van de ommekeer van het Rijk Gods: ‘genezing’, ‘heil’,
worden zichtbaar, niet te midden van het eng Joodse rigorisme,
wel in het Galilea der heidenen, in het Galilea der volkeren.

Jezus' keuze is uiteindelijk ingegeven
door een andere visie over God.

Voor Jezus is God niet de ongenaakbare, hoogheilige tempel-Jahweh
die gewone mensen alleen maar zouden kunnen ontmoeten
door Hem offers te brengen door bemiddeling van de priesters
of door strikt te gehoorzamen aan de vele geboden van de schriftgeleerden .
Voor Jezus is God de liefde die in het hart van elke mens aanwezig is,
onmiddellijk bereikbaar, dus heel nabij.
"Het Rijk van Gods liefde is in u!"
De bekering die Hij vraagt is een omschakeling van opvatting:
durven geloven dat God geen dreigende of straffende heerser is,
die wij ontmoeten in een tempel,
beheerd door eisende functionarissen van de religie;
maar durven geloven in een God
die ons in het gewone leven van elke dag graag ziet
en die ons overal en rechtstreeks uitnodigt tot wederliefde.
Het is juist om dit duidelijk te maken
dat Jezus voor God een nieuwe naam gebruikt:
niet "Jahweh", maar "Vader".
Echt christendom zal dan ook niet dwingen, maar mensen steeds uitnodigen
om Gods liefdesaanbod te beantwoorden met wederliefde,
dus in dankbaarheid en vanuit vrije wil.

In dezelfde lijn ligt Jezus’ keuze van Zijn medewerkers,
Zijn eerste leerlingen.

Het zijn geen godsdienstspecialisten, maar gewone werkmensen, vissers.
Het is geen kastegroep die macht uitoefent op anderen,
maar het zijn eenvoudigen die persoonlijk worden aangesproken
om anderen te dienen.
Hun voornaamste taak is niet te oordelen,
een scheiding te maken tussen goeden en slechten, maar te verenigen,
allen zonder onderscheid te redden van zinloosheid en vervreemding.
De goede boodschap die zij in Jezus' naam zullen uitdragen
is een boodschap die mensen losmaakt
van alles wat hen tegen elkaar opzet,
die een bevrijdende verbondenheid biedt.
"Als God ons aller Vader is,
dan is onze levensopdracht broers en zussen te worden van elkaar!"

Mattheüs herinnert er ons dus aan dat Jezus een bewuste keuze maakte,
tegen de tempel, voor de volkskerk,
tegen de elite-clerus, voor de gewone mensen,
tegen de eisende en straffende doctrine,
voor de bemoedigende en reddende boodschap,
tegen de Jahwe van de wet, voor de liefdevolle Vader,
symbolisch samengevat: tegen Jeruzalem, voor Galilea.

Jeruzalem zal Jezus toch in haar macht krijgen en Hem kruisigen.
Maar de boodschap tot de eerste kerkgemeenschap op
de verrijzenismorgen zal volgens Mattheüs luiden:
"Ga naar Galilea, daar zult gij Hem levend zien!"

Het christelijk geloof zal, zoals vroeger in de geschiedenis,
ook vandaag worden vernieuwd,
niet vanuit Jeruzalem, wel vanuit Galilea,
niet vanuit het centrum,
wel vanuit de marge, van ergens aan de rand,
dat juist de uitvalsbasis wordt voor de uitbreiding tot alle volkeren.