Probeer om te draaien!

Beste vrienden,

Het is u zeker ook al wel eens overkomen. Je bent met de auto in een vreemde stad en zoekt een bepaalde straat. Plots zie je aan de overkant de naam van die straat op een bord staan, maar je bent reeds te ver om af te kunnen draaien. Dus moet je wel verder naar het volgende kruispunt om daar een U-turn te maken. Door je GPS wordt je in zo’n geval dan ook nog zeer energiek op je fout gewezen. Wie de stad kent, of wie gewoon koppig is, die rijdt dan verder terwijl de GPS een alternatieve route berekent. Die is dan misschien wel niet zo optimaal als de eerste, maar je komt meestal toch waar je moet zijn. Hoe dikwijls het toestel zo’n alternatieve route moet berekenen hangt vooral af van het leervermogen van de chauffeur of van diens wilskracht. Want, ook met een GPS, mag je niet “blind” door het verkeer laveren: er zijn op die manier al vele mensen ergens in de wildernis beland omdat ze een foutje bij het ingeven van de bestemming hadden gemaakt.

Wanneer we nu even van onze GPS in de wagen overgaan naar de navigatie in ons eigen leven, dan stellen we vast: Wanneer we zelf willen omkeren, of er door iemand van buitenaf toe worden aangezet, dan vergt dat van ons altijd een persoonlijke beslissing: ervoor of ertegen. Een “zowel, als ook” beslissing kan in dit geval niet.  Omkeren is spreekwoordelijk “radicaal”, een “terugkeer naar de wortels”. Maar wanneer omkeer geen compromissen duldt, geen “ja, en neen”, geen ”misschien – we zullen wel zien”, geen middenweg, dan betekent dat toch ook dat die roep tot omkeer rekening houdt met onze vrijheid tot beslissen. Wanneer mijn levensweg reeds eeuwig vastgelegd zou zijn, helemaal buiten mij om en zonder eigen beslissingsrecht, dan zou een dergelijke roep tot omkeer toch totaal overbodig en zinloos zijn. Alleen waar ik echt zelf kan beslissen kan een omkeer plaatsgrijpen.

In de Bijbel duidt het begrip omkeer altijd op een “zich opnieuw keren tot God” of “een zich bekeren tot God”. En dat stemt me bij de tekst van vandaag tot nadenken. Want wanneer Jezus hier de rechtvaardige en gewetensvolle Joden tot omkeer aanzet, dan lijkt me dat al bijna zoals het spreekwoordelijke “Uilen naar Athene dragen”. Of het moest zijn dat ik daar iets verkeerd begrijp! Vergeleken met onze tijd, probeerden de meeste tijdgenoten van Jezus veel intensiever om volgens Gods wet te leven, aan de reinheidswetten te voldoen, de dagelijkse gebeden te reciteren en vooral ook de Sabbat in alle details correct te houden. Hun ganse dagelijkse leven was gekenmerkt door religieuze gedachten en, dat moet ook gezegd worden, de naastenliefde kwam ook niets te kort.    Het geven van aalmoezen en het ondersteunen van behoeftigen gold als zeer verdienstelijk. Natuurlijk waren er toen ook uitzonderingen - maar ik kan u wel zeggen dat onze maatschappij van die mensen toen nog één en ander zou kunnen opsteken. 

Waarom dan toch die oproep van Jezus: “Keer om, want het Rijk der Hemelen is nabij?” Zijn die mensen dan in Jezus’ ogen op de verkeerde weg? Moeten ze al die geboden en regeltjes dan nog ernstiger nemen of bij de bestaande 613 geboden er nog enkele bijmaken? Als Jezus dat zou bedoelen, dan had hij zich zeker niet zo fel tegen de Farizeeën mogen afzetten, want strenger als de Farizeeën kon niemand de wet naleven. Misschien wordt één en ander wat duidelijker wanneer we naar de context kijken waarin Mattheus de oproep van Jezus heeft geplaatst.

Eerst wordt er gesproken over een volk dat in het duister leeft, dat zelfs in de schaduw van de dood zit. Of anders gezegd: De bewoners van het overwegend heidense Galilea zijn zoals mensen die gewoon stompzinnig vegeteren en die niet meer weten wat echt leven is. Ze functioneren nog wel, want anders zouden ze de wetten niet kunnen onderhouden, maar dat is allemaal niet meer met leven gevuld. Daarom staat er iets verder, wanneer Jezus de eerste leerlingen bij zich roept: “Kom, volg mij, ik zal jullie tot mensenvissers maken!” Mensen vissen, die mensen uit het water trekken, dat wil toch niets anders zeggen dan die mensen van de verdrinkingsdood te redden.

Vissen moeten in het water leven – hen uit het water trekken voert tot hun dood. Maar wij mensen, wij houden wel van het water – anders zouden er niet zo velen van ons op verlof gaan naar zonnige stranden – maar voor ons is dat zelfde water, zeker als je niet kan zwemmen, levensgevaarlijk.    
Voelen jullie aan hoe de puzzelstukjes één na één op hun plaats komen? En wanneer we nu ook Jezus’ motivering “Want het rijk der Hemelen is nabij” in onze taal omzetten: “God is bij ons, Hij is ons nabij”, en wanneer we daar in gedachten ook nog de Bergrede, die de evangelist in het volgende hoofdstuk heeft geplaatst bijvoegen, dan klaart het beeld meer en meer uit. Jezus wil de mensen uit hun duisternis bevrijden, hij wil ze uit hun zwarte gat halen of uit het water waarin ze dreigen te verdrinken. Maar Hij zegt klaar en duidelijk: Jullie moeten een andere instelling krijgen, anders gaan denken, anders kan ik jullie niet helpen. Tot nu toe hebben jullie geloofd dat jullie jezelf konden redden door eigen prestaties. Daarom hebben jullie al die religieuze voorschriften en vrome oefeningen uitgevonden. Jullie geloofden dat die jullie uit de miserie zouden voeren. En terwijl Hij de mensen toen juist die voorschriften en regeltjes, die ze zelf hadden uitgevonden, onder de neus wrijft, zou Hij tegen ons, vandaag, misschien het volgende zeggen: Jullie hebben “openbaringen” over het einde van de wereld en over andere catastrofen uitgestrooid; jullie hebben de mensen wijsgemaakt dat ze, indien ze één of ander gebed alle dagen of zo en zo dikwijls zouden bidden, ze ook met de verlossing en met Gods erbarmen zouden kunnen rekenen  enz..

Neen, een dergelijk opbod van religieuze topprestaties wordt noch door God , noch door Jezus gevraagd, want dat veroorzaakt uiteindelijk alleen maar faalangst. Men wil toch maar pijnlijk correct en wetsgetrouw zijn, omdat men anders vreest uit Gods gunst te geraken. Maar dat verengt ons menselijk denken en maakt ons hart moe en ziek. De blijde boodschap van Jezus zegt ons iets heel anders. God wil geen marionetten die alleen uit angst functioneren. Onze God is geen bureaucraat, geen controlefreek en zeker geen beul, maar Hij is de Liefde in persoon. Daarom wil Hij voor ons maar één ding: dat het ons goed gaat! Laat ons dan toch als het u belieft anders denken: het antwoord op Liefde is niet angst, maar vertrouwen!  De passende houding tegenover Gods liefde is niet bekrompenheid, maar ruimte en vrijheid! De juiste reactie op Zijn toeneiging is niet presteren, maar het dankbaar en blij aannemen en doorgeven van Zijn Liefde.
Laten we ons dan ook niet vastklampen aan aardse vergankelijke schijnbare zekerheden, of ze nu van wereldlijke of van religieuze aard zijn, maar laten we ons enkel en alleen aan Hem vasthouden. Want Hij is ons leven, ons licht en onze vreugde.

Laten we uit die “omkeer van de wet” een “omkeer van het hart” maken, en laten we dan niet terugkeren naar het gewone alledaagse van voorheen, maar laten we ons veeleer richten op de toekomst. 

In die betekenis: Laten we onze GPS inschakelen -) maar wel die GPS die ons zelf laat denken, plannen, horen, beslissen en vooral liefhebben. Amen.