Gods Rijk groeit niet vanzelf (2010)

Voor heel wat mensen is er een verschil tussen Kerk en geloof. De Kerk wordt beschouwd als een aangelegenheid van paus, bisschoppen en priesters. Het is een machtig instituut dat los staat van de mensen. Het is een organisatie waar je altijd een beroep kunt doen wanneer je wensen hebt. Maar ook een organisatie waar je, terecht of onterecht, je gramschap op kunt afreageren. Het wonderlijke is dat dit instituut al tweeduizend jaren de stormen van de tijd heeft doorstaan en iedere keer zich wonderbaarlijk weet te herstellen van opgelopen verwondingen. Het grote Lichaam van de Kerk heeft vertakkingen over de hele wereld. Deze grote organisatie heeft in vele steden en dorpen haar plek. Ook in onze leefgemeenschappen en het lijkt wel alsof die plek, waar het kerkgebouw staat, onaantastbaar is. Totdat er scheurtjes komen in dat verwachtingspatroon en mensen ontdekken: waar geen draagvlak meer is, daar zie je ook hoe in menige buurt het kerkgebouw verdwijnen. Dit alles maakt ons er van bewust dat de Kerk geen vanzelfsprekende verworvenheid is, maar telkens opnieuw in het leven van mensen een plaats moiet krijgen. Daar waar samenhang in de gemeenschap steeds minder wordt zie je ook dat de plaatselijke geloofsgemeenschap in ademnood komt. De longen, die ook de adem van de Heilige Geest opnemen, hebben steeds meer last van reli-emfyseem.

In het leven van Jezus zien wij dat Hij zich terug trekt uit plaatsen waar de prediking van Gods Blijde Boodschap geen kans krijgt De gevangenneming van Johannes de Doper was een aanleiding om te trekken naar Galilea, maar ook Nazareth, waar men geen geloof aan Hem schonk, hoorde daar bij. Daar liggen nieuwe kansen omdat de mensen daar wel open stonden voor Jezus' boodschap. Allereerst rekruteerde hij hier mensen die hem wilden volgen: de twaalf leerlingen. Van het ene moment op het andere veranderde heel hun leven. Hun oude beroep van vissen vangen was voorbij. Hun manier van leven om met vader en moeder samen te zijn was ook voorbij. Hun leven kreeg een andere invulling. Voortaan zouden zij vissers van mensen worden. Voor de leerlingen was dit een bekeringsmoment: uitdrukkelijker zich keren tot God door Jezus te volgen. Het ontvankelijk worden voor het Rijk van God gebeurt bij iedere mens in de bekering. Jezus roept hiertoe op. "Ga niet door met een leven, waarin je afgewend was van God, maar keer je naar God toe. Dan wordt er een nieuwe manier van leven voor je geopend. In dat opzicht zegt Jezus hetzelfde als Johannes de Doper. Hij brengt mensen niet alleen bij God door woorden, maar ook door daden. Zo genas hij zieken van allerlei kwalen. Ziekte werpt de mens terug de op zichzelf. Gezondheid kan mensen weer brengen in een nieuwe verhouding tot God en de mensen.

Ook wij bevinden wij ons in de Kerk en in parochies in situatie, die eigenlijk geen uitzicht meer bieden en waar ook oude paden moeten worden verlaten. Zeker wanneer wij er van overtuigd zijn dat Jezus ons nog steeds wat te bieden heeft, zullen wij net als Hem andere gebieden moeten betreden. Er kunnen zich situaties voordoen waarin heel wat energie gestoken wordt in de catechese, de verzorging van de liturgie, het brengen van samenhang in de geloofsgemeenschap. En hierbij constateren dat de verwachting naar het Koninkrijk van God is tot stilstand is gekomen. Nieuwe wegen gaan betekent om mensen aan te spreken op de plaats die God in hun leven inneemt. En met hun opnieuw op weg gaan (in een alfa-cursus bijvoorbeeld). Niet te veel verzanden in eindeloze gesprekken die niets opleveren, maar energie steken in zaken waar het geloof ruimte krijgt. Het los laten van vertrouwde paden is niet altijd gemakkelijk, maar soms noodzakelijk. Zoals Jezus zouden ook wij in ons beleidsplan ons moeten richten op plekken waar het Woord van God gezaaid en beleefd kan worden en waar het leven van Jezus vruchten draagt. Mogen wij ook die wegen in onze parochie zien en begaanbaar maken.