Weg met die sluier! (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 522 niet laden

We zijn bijna aan het einde gekomen van het Matteüs-jaar. De laatste hoofdstukken vóór het lijdensverhaal staan in het teken van Jezus’ naderende einde: het net gaat zich sluiten. De intocht in Jeruzalem heeft plaats gevonden. Zijn hardhandig optreden in de tem¬pel van Jeruzalem roept bij zijn tegenstanders een verbeten verzet op. Er volgen een paar stevige discussies. In enkele parabels houdt Hij hun een spiegel voor. Vandaag de beroemde parabel van een koning die een bruiloftsmaal hield. De genodigden laten het afweten, iedereen heeft wel een smoesje. Dan worden de dienaren uitgezonden naar de kruispunten der wegen. Iedereen is welkom, iedereen is uitgenodigd.

Wat mij geweldig boeit in Jezus van Nazareth, is zijn gewone manier van omgaan met mensen. Jezus kon huilen als een klein kind, wanneer hij in aanraking kwam met het in-tense verdriet dat mensen kunnen hebben. Hij kon enorm geschokt zijn bij het zien van zoveel verwoesting en afbraak om Zich heen. Dan liet Hij zijn tranen de vrije loop. Jezus komt in de H. Schrift naar voren als 'n mens met zijn passies, zijn twijfels, zijn verlangens en zijn vragen. Hoogte- en dieptepunten, goede en slechte tijden, wisselden zich ook in Zijn leven af. Jezus is menselijk en niets menselijks was Hem vreemd. Of om het in de woorden van Paulus te zeggen: "Hij was in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde." Jezus moet een kracht in zich hebben gehad, die velen aantrok. Waarom waren anders zo-veel mensen Hem gevolgd. Waarom wist Hij anders zo veel mensen enthousiast te maken voor wat Hij ons wilde zeggen. Wat was zijn grote kracht? Waar leefde Jezus van?
Ik denk dat Zijn grote kracht lag in de aandacht die Hij had voor kléine mensen: een huisvader, een huismoeder, een klein kind, een hoer, een tollenaar, een mens die zich alleen voelt: het zijn niet alleen Gods lievelingen, ook Jezus - de appel valt niet ver van de boom! - vond dat juist de kleine mensen de meeste aandacht verdienen en vooraan mogen staan!

Dat was de kracht vanwaaruit Jezus leefde: geloven in mensen, ook al verkopen ze hun lichamen voor wat geld of verdovende middelen. Geloven in mensen, ook al zijn ze verschraald door het onrecht. Geloven in mensen, ook al zijn ze verschraald door het verdriet. Van mensen blijven houden, zelfs al zijn ze vastgeroest in haat, ooroordelen en vernielzucht. Het was de rotsvaste overtuiging van Jezus dat mensen niet zijn geboren om oorlogje te spelen, elkaar te haten of elkaar de vernieling in te helpen. Hij was ervan overtuigd dat elk mens geroepen is om "Beeld van God" - Zijn Vader - te zijn. Om te leven hóef je niet over lijken te gaan!

Als het aan Jezus ligt vieren we met elkaar een geweldig bruiloftsfeest. Een feest waarop er geen plaats is voor muurbloempjes! Een feest, waarop ook ome Piet is uitgenodigd, die enkele jaren in de lik heeft gezeten. Ook Tante Alie loopt er rond, met wie we al jaren ruzie hebben. Ook Ome Gerrit, die er destijds met zijn buurvrouw vandoor is gegaan. Iedereen wordt uitgenodigd deel te nemen aan Gods polonaise! Jammer dat velen van ons dat wereldfeest niet mee willen vieren en letterlijk zeggen: "God, aan mijn lijf geen polonaise!".

Intussen stuurt God zijn dienaren de straat op. Zij mogen rondbazuinen: iedereen is welkom: Armen, rijken, blanken, zwarten, homo- of heteroseksuelen, groten en kleinen! En Je hoort mensen roepen: blijf in deze wereld toch op je beide benen staan! Geloof toch niet in dromen die tóch niet uitkomen! Jezus had zo'n droom, maar is Hij niet gestruikeld over Gogotha? Jezus blijft beweren dat het kan.
Hij vertelt een parabel, een verhaal over een koning die een bruiloft houdt. "Gaat naar de hoeken van de straten!" En daar komen de bruiloftsgasten: kinderen voorop, daarachter de gediscrimineerden, de oorlogsslachtoffers, de hongerlijders en zo veel kleingekregen en kleingeknepen mensen. Halverwege het feest valt de koning uit. Er zit een mens die wél de moeite heeft genomen om naar de bruiloft te gaan, maar hij zit aan de kant! Hij gelooft niet dat het bruidspaar - God en de kleinen - ook in de toekomst bij elkaar blijven. Hij zit te eten met lange tanden, heeft overal kritiek op. Door zijn aanwezigheid - zijn zure gezicht - dreigt het feest te mislukken. Hij wordt daarom buiten de deur gezet. God laat weten: je feest met ons mee, of je blijft maar buiten! Je gelooft in een betere wereld, en je steekt daar je handen voor uit, of je gaat thuis maar achter de televisie zitten kniezen. God wil niets te maken hebben met deeltijders. Op Zíjn feest is het alles of niets. Je doet mee óf je blijft maar weg! Het leven kan goed zijn.

We hebben bijna allemaal onze goede momenten, goede en slechte tijden. Wij hebben allemaal stukjes licht gezien, stralen van menselijke goedheid. We hebben allemaal muziek gehoord, die niet van deze wereld kwam. Maar meestal doen we alsof er niets is gebeurd!

De Afro-Amerikaanse schrijfster Alice Walker vertelt in haar verhaal The Color Purple dat God daar pisnijdig (dat is het woord dat zij gebruikt “God is pissed off”) om kan worden. God versiert de wereld, hangt ze vol met bloemen en fruit, bevolkt ze met de leukste kinderen en niemand die er op let. God schept voor ons hele velden vol prachtige, paars gekleurde lavendel, waar een betoverende geur boven hangt. Niemand ziet het. Niemand let er op. God is pissed of vanwege die onverschilligheid en ongevoeligheid. "Wat doet God dan in zo'n geval?" "Oh, dan probeert ze iets anders!" is het antwoord.

Er ligt nog steeds een geweldige kloof tussen de wereld, zoals die zou moeten zijn, en zoals nu die is. Wie die kloof gegraven heeft weet ik niet. Misschien zijn we bang geworden voor God. Zo bang dat we zeggen: als God boven in Zijn hemel blijft, kunnen wij hier op aarde onze goddelijke gang gaan! Aan onze menselijke lijf geen goddelijke polonaise. Laat God op Zíjn weghelft blijven en wij op de onze, dan kunnen er geen botsingen ontstaan! Maar het Bruiloftsfeest zegt ons dat we niet meer bang hoeven te zijn voor God en voor elkaar. Gods feest zál er komen. En val dan niet uit de toon! Ga niet zitten vitten, stoken, roddelen, afkammen, zaniken of gapen van verveling. Aandacht voor Gods bruiloftsfeest is aandacht hebben voor de Koning en voor de andere bruiloftsgangers: de meisjes van plezier. Op Gods feest wordt niet geroddeld, er wordt alleen maar feest gevierd!

Niet alleen wij zijn uitgenodigd In de woorden van de profeet Jesaia klinkt de stoutmoedige gedachte door, dat God niet alleen zijn eigen volk zal bevrijden en toekomst zal geven, maar dat zij die toekomst ook zullen delen met andere volkeren, zelfs met de heidenen. Een gedurfde boodschap in een tijd waarin het volk in ballingschap verkeert en lijdt onder het juk van een heidens volk. Langzaamaan - tijdens de verdrukking - groeit bij het volk het besef dat de God van Israël te groot is voor zijn eigen volk. “Op de berg richt Hij een maaltijd aan… en op deze berg verscheurt Hij de sluier die ligt over de volkeren en het floers dat alle naties bedekt”(Jesaia 25:7). Israël leert met nieuwe ogen kijken naar zichzelf en de andere volkeren. Dan verdwijnt de sluier die ligt over ons en onze wereld.