28e zondag door het jaar A (2008)

Macht, gezag, invloed.
Veel mensen bezitten dit. Je kunt macht uitoefenen, je gezag doen gelden, je invloed aanwenden - ten goede of ten kwade. De lezingen van vandaag gaan hierover en over de grootheid van God.
In Matteüs lazen we dat de hogepriesters proberen om Jezus te ontmaskeren als valse Messias. Ze sturen hun leerlingen en Herodianen naar Jezus toe.
Het is de tweede dag na de intocht van Jezus in Jeruzalem en de ontmoeting vindt plaats in de tempel.
Herodianen waren aanhangers van het Herodiaanse vorstenhuis en Romeins gezind. De Farizeeën waren niet direct hun vrienden, maar ook zij steunden Rome, zij het passief. Deze twee groepen benaderen Jezus op een schijnbaar respectvolle manier, prijzen hem en vragen : "Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?"
Het is hun bedoeling om Jezus klem te zetten met deze vraag en zo een tweespalt te veroorzaken tussen Jezus en de grote groep sympathisanten. Antwoordt Jezus dat het niet geoorloofd is, dan houdt hij zich aan de Joodse wet, die de vergoddelijking van afbeeldingen gemaakt door de mens verbiedt. Hiertoe behoort dus ook muntgeld met de afbeelding van de keizer. Daarmee keert hij zich tegen de keizer, wiens macht hij niet accepteert. Een kolfje naar de hand van de Herodianen.
Zegt hij dat je belasting mag betalen, dan erkent hij de macht en de goddelijke status van keizer Tiberius en dus niet dat God de Enige Almachtige is. Hij overtreedt dan de Joodse wet en het Joodse volk zal hem afvallen.
Maar Jezus doorziet hen en omzeilt de vraag. Hij wil de belastingmunt zien, en ziet dat hierop de afbeelding van de keizer staat. Het antwoord van Jezus luidt dan : "Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt en aan God wat God toekomt".
Jezus wil hiermee aangeven dat de goddelijke wet boven de politieke wet staat.
De keizer heeft veel macht op aarde - binnen zijn machtsgebied kan hij regels stellen en wetten uitvaardigen, maar hij heeft geen macht over de goddelijke wetten. Hij heeft dus niets te zeggen over de mensen. Zij zijn een evenbeeld, een afbeelding van God. Alleen God kan macht uitoefenen over het leven en welzijn van anderen.
In Jesaja horen we een koningsorakel: dat de Perzische koning Cyrus (Kores genoemd) niet zoals verwacht de Joodse ballingen onderdrukt na zijn verovering van Babylon, maar hun de kans biedt om terug te gaan naar hun vaderland. God wil het volk, dat in ballingschap leeft en al bijna vergeten is dat God het initiatief neemt in hun leven, laten weten dat Hij de Verlosser is. Hij doet dit via een vreemd instrument : Kores.
De profeet noemt Kores, deze heidense koning, zelfs "Messias", de gezalfde (een eretitel voorbehouden aan koningen van Israël). Daarmee geeft de profeet aan dat Kores een opdracht van God vervult : namelijk om Israël te bevrijden. Hij krijgt zijn wereldlijke macht en rijkdom van God en gebruikt zijn gezag in positieve zin. En God is hiervoor verantwoordelijk. Zelfs Kores zal de grootheid van God erkennen en uiteindelijk zal de hele wereld die almacht van God zien.
Wie macht heeft, heeft het voor het zeggen. Hij bepaalt wat goed is (voor hemzelf en voor de ander), hij bepaalt wat er gebeurt. Een leider met gezag en macht kan een goede leider zijn voor zijn volk. We weten ook dat de samenleving leiders nodig heeft, anders heerst er chaos.
Maar macht corrumpeert helaas ook. Oorzaak daarvan zijn: hebzucht en eigenbelang.
Talloze oorlogen in de loop van de geschiedenis zijn ontstaan door honger naar macht: een streven naar gebiedsuitbreiding, naar meer rijkdommen, zeggenschap of alleenheerschappij. Hoe vaak staat het eigenbelang niet voorop? Het doel moet bereikt worden en desnoods gaat men over lijken. Daarbij moet de zwakkere gewoonlijk het onderspit delven. De onderdrukker heerst.
Een dictator houdt een land jarenlang in zijn greep met het leger als steun. In de krant lezen we dat Italië in toenemende mate flirt met het fascisme; de democratie staat onder druk. Multinationals zijn op jacht naar nog meer geld. De kredietcrisis is ontstaan door machtige bedrijven die speculeerden op Wall Street. Gouden handdrukken worden uitgedeeld alsof het niets is. Waar leidt deze ongecontroleerde macht toe?
Herkennen wij onszelf hierin? Wij zijn geen koning, keizer of admiraal. Misschien hebben wij geen macht, maar wel invloed. Staan wijzelf voldoende stil bij de invloed die wij hebben? Gebruiken we die invloed ten goede - om te zorgen dat iedereen of een grote groep er beter van wordt of worden we er alleen zelf beter van?
- Bied ik een ander genoeg ruimte om zijn mening te zeggen ? Of leg ik een ander mijn wil op ?
- Bied ik een illegale onderdak, ook al mag het niet van de staat ?
- Druk ik een besluit of deal erdoor op mijn werk ?
- Wil ik carrière maken met veel "ellenbogenwerk" ?
- Negeer ik iemand doelbewust ? Doe ik mee aan roddelpraat of pesterijen ?
Natuurlijk, een manager of een machthebber zal soms impopulaire maatregelen moeten nemen. Daarbij moeten echter belangrijke zaken voorop staan: respect, een invoelend vermogen, het algemeen belang en welzijn. C'est le ton qui fait la musique.
Jezus leert ons in het evangelie dat een machthebber die alleen ten eigen bate zijn macht gebruikt voorbij gaat aan de opdracht, die wij als mens allemaal van God hebben gekregen.
God toont zich in onze wereld als de macht van liefde, als dienende macht. Het is onze opdracht om zorg te dragen voor de wereld en voor elkaar, de zwaksten daarbij het eerst. En onze opdracht is : God liefhebben en je naaste zoals jezelf.
Als je daaraan voorbij gaat, kan je macht ontaarden in puur eigenbelang en kun je de ander uit het oog verliezen. Dan geef je alleen nog maar alles aan de keizer en niets meer aan God, want je verliest je naaste en God uit het oog.
Vandaag op Wereldmissiedag willen we de wereld van absolute macht een halt toeroepen en de wereld van de levenbrengende God met morele principes als liefde, rechtvaardigheid en vrede nastreven. Het is deze wereld van God, zoals beide lezingen ons vandaag leren, die heil en hoop voor de toekomst biedt.