28e zondag door het jaar A (2008)

Homilie

Blijde Boodschap. Dat is de betekenis van Evangelie, en vandaag mogen we daarvan proeven. Een heerlijk gastmaal, vette spijzen, rijk aan merg, met geklaarde en belegen wijnen. Een inkijkje in de koninklijke maaltijden in de tijd van Jezus en nog daarvoor. Een feestmaal waar je de vingers bij aflikt.

Toch wordt al meteen duidelijk dat het eigenlijk niet over een gewone maaltijd gaat, de maaltijd is maar een beeldspraak, want we lezen in de eerste lezing: Hij zal de sluier verscheuren die op de mensheid ligt, Hij zal de dood vernietigen, voor eeuwig, Hij zal de tranen afwissen en schande en smaad van zijn volk wegnemen. Dan zullen we jubelen omdat God redding heeft gebracht.

Als we dan bedenken dat de naam "Jezus" betekent: God redt, God biedt redding of God is onze redder, dan wordt meteen duidelijk dat de parabel die Jezus vertelt, tegen deze achtergrond niet zomaar een parabel is.

Een feestmaal. Met de parabel die Jezus vertelt, borduurt Hij voort op deze beeldspraak uit het Oude Testament. Jezus bouwt dit voorbeeld uit en geeft er een nieuwe wending aan. De maaltijd op de berg in de eerste lezing is de belofte aan Gods Volk, Israël, de berg Sion, het uitverkoren volk en de redding die daar wordt beloofd is ook bedoeld voor Gods Volk uit het Oude Verbond.

Wat Jezus hier doet, hebben we de afgelopen weken al wat mee kunnen maken. De parabel van de twee zoons, God heeft oog voor hen die eerst nee hebben gezegd en uiteindelijk toch ja zeggen. En de parabel van verleden week de onrechtvaardige pachters, daarin laat Jezus al zien dat degenen met wie God al eerder was begonnen, uiteindelijk hun kansen verspelen. Tollenaars en zondaars gaan eerder het rijk van God binnen dan de gezaghebbenden in het land.

Zo ook hier. Jezus vertelt deze parabel voor de hogepriesters en de oudsten van het volk. Zij zijn het eerste genodigd. God stuur Johannes de Doper, maar ze willen niet in hem geloven. God stuurt zijn Zoon, maar ze willen niet in Hem geloven. Al hun eigen zaken zijn belangrijker. Zo ging het al generaties, net zoals in de parabel van de onrechtvaardige pachters van verleden week. En dat wat de hogepriesters en de oudsten zelf verleden week voorstelden, dat die onrechtvaardige pachters een ellendige dood zouden sterven, neemt Jezus vandaag op in zijn parabel. Het leger van de koning komt orde op zaken stellen.

Dat is de rode draad door de lezingen van verleden week naar vandaag, met het Oude en het Nieuwe Testament. Maar wat betekent het voor ons. Wij hebben niet direct te maken met de Farizeeën en de Oudsten van toen, de tijd van Jezus. Wat kan de parabel ons in onze tijd zeggen. Zoals altijd zijn de personen in het Evangelie voor ons een voorbeeld. We kunnen ons met hen vergelijken. Wie zijn wij zelf in dit verhaal? Zijn wij misschien die Farizeeën of die Oudsten, of zijn wij de laatste gasten, of zijn wij die ene zonder bruiloftskleed? En wat is dan dat bruiloftskleed?

Kijken we eerst eens naar de eerste genodigden. Is het niet interessant wat Jezus als voorbeeld geeft. De mensen komen niet naar het feest. Je zou zeggen dat een feest toch wel gasten zou trekken, zomaar gratis, met de beste spijzen en wijnen, een koninklijk feest. Waarom vinden ze hun eigen zaken belangrijker? Dat is de vraag. Waarom zijn die akkers en zaken belangrijker? Interesseren de koning en zijn zoon hen niet?

Dat kunnen we onszelf afvragen. Wat vinden we in deze tijd belangrijk? Waar gaat de meeste tijd in zitten? Werk, relaties, recreatie, reizen, sport, TV? Waar gaat onze tijd in zitten? Want alles is een keuze. Wie beïnvloedt onze keuze? Kiezen we echt zelf of laten we onze keuze bepalen door wat er in de folders op de deurmat valt?

We hebben zelf een feestmaal aangericht in onze welvaartsstaat, en dan is dat feestmaal van God ineens lang niet zo interessant meer. Wat zijn de ingrediënten van dat feestmaal van God? Op zijn tafel vind je de tien geboden, de woorden van de profeten, de tekenen en de beloften van het Oude Verbond. En op die tafel van het feestmaal vind je het Evangelie van Christus, met zijn beloften, met de zeven sacramenten en het voorbeeld van de heiligen. Een rijk voorziene tafel.

Maar we hebben in onze wereld allerlei andere geboden, je moet meedoen met deze maatschappij, want welvaart is het hoogste goed. Uiterlijkheid is wat de klok slaat en zelfverrijking is de nieuwe zevende hemel. Deze wereld richt een heel ander feestmaal aan, de maaltijd waarbij het allemaal om onszelf draait, enzovoort. U kunt het zelf wel invullen.

Als er echt een wereldwijde crisis doorzet, zullen de kerken dan weer vollopen? Ik betwijfel het. Zal dat dan een echte omkeer zijn, of een tijdelijke toevlucht? Dat laatste licht wel voor de hand, want echt omkeren, bekeren, inkeren, gaat niet zo gemakkelijk. De tafel van Gods Woord en Gods sacrament is geen spectaculaire tafel, die is eenvoudig en je moet hem leren proeven. Dat kost tijd en inzet, en vooral doorzettingsvermogen.

Wat kunnen we leren van deze parabel? We kunnen nog eens naar onze keuzes kijken. Misschien willen we teveel, misschien willen we alles, willen we niets missen en is er een latente angst ingeslopen dat we net te laat zijn, dus zullen we alles meemaken. We hebben gestreefd naar een filevrije dag. Misschien zijn een of twee televisie-vrije dagen ook een idee, een of twee radio-vrije dagen. Misschien is een werk-vrije dag ook een idee, of had God dat al bedacht met de sabbat en de zondag!?

Zou het kunnen zijn dat we eerst moeten minderen, om daarna pas te kunnen kiezen voor dat wat echt belangrijk is. Blijkbaar was de concurrentie te groot en zo verloren de eerste genodigden hun feestmaal bij de koning.

Een enkel ding wil ik nog noemen. De koning laat mensen van de straat halen, goeden en slechten door elkaar. Maar een dingen hebben ze allemaal, een feestkleed voor de koning. Op één na, die moet in het verhaal de aandacht vestigen op het belang van dit feestkleed. Wat is dat feestkleed? Paulus schrijft in zijn brief aan de Christenen van Kolosse: Bekleed u met de nieuwe Mens, dat is Christus (Kol. 3, 9-10). En hij bedoelt daarmee, leef zoals Christus, volg zijn voorbeeld. Liefde voor God en de naaste zijn het echte feestkleed. Zonder dat kom je de feestzaal van het eeuwig leven niet binnen. Hier en nu vieren we dit gastmaal. Thuis mogen we het voortleven. Amen.

Begroeting

Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.

We zijn genodigd aan een feestmaal. Wat moeten we achterlaten om aan dit feestmaal mee te doen, wat hebben we ervoor over? God moet concurreren met zoveel mooie dingen uit zijn schepping. We worden uitgenodigd voor zijn feestmaal te kiezen.

Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.

Voorbede

Bidden wij tot de eeuwige koning die ons heeft uitgenodigd tot zijn gastmaal.

Bidden wij alle gelovigen, dat zij steeds de waarde van Gods uitnodiging mogen inzien en eraan beantwoorden. Bidden we om geestkracht, dat we de juiste keuzes maken. Laat ons bidden.

Bidden wij voor onze samenleving, in deze onrustige tijden. Dat mensen wijze besluiten nemen. Dat de zwaksten niet het onderspit delven, dat de sociale cohesie niet vermindert maar juist sterker mag worden. Laat ons bidden.

Bidden wij voor onze parochiegemeenschappen. Dat we meer tijd maken voor God en elkaar. Dat we wegen vinden om elkaar te interesseren voor dat wat van blijvende waarde is. Laat ons bidden.

Bidden we voor onze gezinnen. Om meer ruimte, meer rust, meer saamhorigheid. Dat gezinnen weerstand weten te bieden aan alles wat ons wordt opgedrongen door de maatschappij. Dat zij het feestkleed dragen van liefde voor God en de naaste. Laat ons bidden.