28e zondag door het jaar A (2008)

Beste dorpsgenoten,
Toen ik de twee lezingen, uit Jesaja en het evangelie van Matteüs, voor de eerste keer doorlas, moest ik denken aan het winnen van 25 miljoen in de loterij.
De eerste lezing beschrijft iemand die uit zijn dak gaat bij het horen van het nieuws: Alles is overweldigend, het onmogelijke wordt nu mogelijk: zelfs geen dood meer, geen tranen meer.
Is het in die geest dat de Vlaamse kunstenaar, Roger Raveel, een fietskarretje opknapte en er een spiegel op monteerde en het geheel betitelde als: "Een karretje om de hemel te vervoeren".
De evangelielezing herinnert me aan de grote, opzichtige enveloppen met dit bericht: "Mijnheer zo en zo, onze hartelijke gelukwensen. U bent namelijk geselecteerd als een van de mogelijke winnaars van de 25 miljoen." De ontvanger van dat bericht doet precies wat het evangelie beschrijft: "Zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken."
Als ik die eerste lezing hoor, kan ik er niet in meegaan. Het is het uitbundig werk van een dichter die zo erg overdrijft dat zijn woorden mij niet raken. Ik kan hem niet nazeggen: "Dit is onze God op wie wij hoopten."
Ik weet niet of er ooit een tijd geweest is dat mensen zich door zulke mooie woorden heen lieten tillen over hun dagelijks leven van veel zwoegen, honger en dorst, tegenvallers en doodgaan. Terwijl ik deze woorden neerschrijf, hoor ik dichtbij de sirene van een ambulance auto! De werkelijkheid waar die eerste lezing geen antwoord op heeft.
Ben ik dan zo'n zwartkijker dat ik de woorden en beloften uit de bijbel, toch nog altijd Gods woord nietwaar, niet kan geloven?
Gisteren stonden er op de eerste bladzijde van mijn krant twee actuele berichten, een met grote dikke letters: "Beleggers blijven nog kopschuw", de andere met kleinere letters: "De bossen in voor paddestoelenexplosie" met een foto erbij: een kind dat met grote ogen en open mond kijkt naar paddestoelen tegen een boomstam, alsof het luistert naar de overweldigende woorden uit de eerste lezing of hoort dat het de loterij gewonnen heeft. Niks van dat alles, gewoon paddestoelen. Of is er in dat gewone toch meer te zien en te horen? Vèèl meer zelfs? Luister naar de woorden van de Engelse schrijver Reid:
"Het was alsof ik nooit had beseft hoe prachtig de wereld was.
Ik lag op mijn rug in het warme, droge mos en luisterde naar het gezang van de leeuwerik terwijl die van de velden bij de zee opsteeg tot in de verre heldere lucht. Geen andere muziek had me zo bekoord als dit hartstochtelijk blijde gezang. Het was een soort huppelende, juichende extase, een helder geluid dat, vol vreugde om het geluid zelf, oplaaide als een vlam.
En toen overviel me iets heel merkwaardigs. Het was alsof alles wat buiten en rondom me was geweest plotseling binnen in me was. De hele wereld scheen in me te wonen. Het was in mij dat de bomen met groene takken waaiden, in mij dat de leeuwerik zong, in mij dat de hete zon scheen en de schaduw verkoeling bracht. Een wolk dreef voorbij in een waterval van licht die op de bladeren kletterde en ik voelde de frisheid ervan in mijn ziel sijpelen en ik voelde in mijn hele wezen de heerlijke geur van het gras en de planten en de heerlijke bruine aarde. Ik had kunnen wenen van blijdschap."
Voor dit soort ervaringen hoef je niet naar de kerk of vreemde praktijken aan te leren, je afvragend of je het wel goed doet en of je er wat mee bereikt. Je krijgt het, het overweldigt je, het brengt je over je eigen grenzen in een heel andere wereld, alsof je de 25 miljoen toch hebt gewonnen. Je open mond en de verwondering in je ogen zijn welsprekender dan woorden uit de bijbel.
Eenmaal heen over de vertrouwde grenzen die bestaan uit wat je allemaal nog moet kopen en wat je allemaal nog wilt hebben, begint er iets van een andere wereld te resoneren, dan straalt er iets van je uit dat met kleine beetjes jezelf en de hele wereld verandert. Denk aan Mozes, die zijn gezicht moest bedekken.
Dat zijn het soort ervaringen die je in je eigen wezen echt kunt meemaken, als je er bij stil wilt staan. Geen grote woorden van profeten die spreken over een paradijs dat verloren is gegaan om de zonde van een vrouw.
Wel ervaringen van een werkelijkheid, te groot om er een naam aan te geven, die zich laat zien en horen en voelen in gewone dingen om je heen die opeens niet meer gewoon maar aangrijpend worden.
Zulke ervaringen moedigen ons aan de eerste stappen te zetten in een paradijs dat ons ooit was afgenomen en dat we nu mogen herontdekken. Een plaats vol van het gewone dat zich harmonieus laat transcenderen door het onzegbare.