Overweging bij het evangelie (2005)

In het Koninkrijk der hemelen zijn velen geroepen, weinigen uitverkoren. Wie zijn die geroepenen? Wie zijn die uitverkorenen?

Mattheüs schreef zijn evangelie voor een joods publiek, en in de manier waarop hij het verhaal van het feestmaal van de koning vertelt verwijt hij het joodse volk, of althans de godsdienstige elite van dat volk, dat zij geen gehoor hebben gegeven aan de uitnodiging voor het feest. "Jullie vinden jezelf toch dat door God uitverkoren volk? Jullie zijn dus de gasten die als eerste uitgekozen werden door de koning om deel te nemen aan zijn feest. Maar jullie hebben geen gehoor gegeven aan zijn uitnodiging. Je had het te druk met je akkers en je zaken, met je geld en goed."

Een feest, maar de uitgenodigde gasten willen niet komen. Dat zou je ook kunnen betrekken op kerk en christendom in onze tijd. Wat wij hier zondags vieren, en wat in vele andere kerken op verschillende wijzen gevierd wordt, is toch ook bedoeld als een feest, als een gelijkenis van het koninkrijk der hemelen. De kerken zijn tegenwoordig lang niet vol meer, en dat is in bepaalde gevallen nog maar zwak uitgedrukt. Vele genodigden kiezen voor andere prioriteiten. Okay, we hebben het hier op 't Zand nog aardig voor elkaar wat betreft het zondagse kerkbezoek. En er zijn nog wel meer plaatsen aan te wijzen, waar liturgie, woorddienst en muziek zo zijn vormgegeven, dat mensen zich aangesproken voelen.

En er waren van de zomer de wereldjongerendagen in Keulen, waar honderdduizenden bijeenkwamen op basis van hun gemeenschappelijke katholiek zijn.

Maar toch bekruipt ons allemaal, denk ik, wel eens het gevoel dat het kerkelijk leven een aflopende zaak is. Dat wij de laatste gasten zijn op een feest dat bijna afgelopen is.

Een sombere gedachte? We moeten er maar niet te zwaar aan tillen. Bedenk, dat wat wij hier in onze kerkdiensten doen niet het koninkrijk der hemelen zelf is, maar alleen een afbeelding, een gelijkenis ervan. Als die afbeelding bij velen niet meer zo aanspreekt, dan wil dat niet zeggen dat de zaak waar het om gaat zelf niet meer bestaat of niet meer van belang zou zijn. Die zaak zelf, wat Jezus het koninkrijk der hemelen noemde, en die term is ook al weer een soort afbeelding, dat koninkrijk der hemelen is niet een feest voor een geselecteerd gezelschap van uitverkorenen, niet uitsluitend voor het joodse volk zegt het evangelieverhaal, niet uitsluitend voor katholieken, christenen kunnen we nu zeggen. Want God kan er niet eens van op aan of die mensen die zogenaamd in de godsdienstige waarheid leven wel echt mee willen doen in dat Koninkrijk der hemelen. Nee, het feest is een open huis voor mensen die ergens, midden op straat, midden in de wereld, midden in het leven een uitnodigende roep horen om mee te doen, en die bereid zijn om op die roep te reageren. Die roep is: kom binnen, trek je vuile kleren uit, trek een feestgewaad aan, dat wil zeggen: word een nieuw en stralend mens, de mens zoals we vanaf in den beginne bedoeld zijn, en deel dan de vreugde, het feest, het leven met elkaar. Het leven delen, dat is in de betekenis van het koninkrijk der hemelen en in het licht van het visioen van Jesaja: zie je naaste, doe recht aan de rechteloze, deel je brood met de hongerige, en bied plaats aan de vreemdeling.

De gelijkenis zoals Mattheüs ons die vertelt geeft hoop. Het verhaal zegt: die roep wordt echt wel beantwoord. De feestzaal komt heus wel vol, is het niet met mensen die zogenaamd uitverkoren zijn, dan toch in ieder geval met talloze gewone mensen, bijeengeroepen van de straten en de wegen.

In het koninkrijk der hemelen zijn veel geroepenen, weinig uitverkorenen. Als dat nu nog steeds geldt, 20 eeuwen nadat Mattheüs dit verhaal vertelde, na bijna 2000 jaar christelijke kerk, dan is de eventuele teloorgang van dat kerkelijke christendom geen ernstig verlies.

Maar wij hier, misschien de laatsten van vele generaties van vermeende uitverkorenen die door middel van de kerk kennis hadden van dat eeuwenoude visioen van de profeten van Israel, en van het voorbeeld dat Jezus ons gaf, de bijzondere uitnodiging om deel te nemen aan dat feestmaal geldt nog steeds, ook voor ons.

Kunnen wij wel gehoor geven aan de uitnodiging? Afstand nemen van akker en zaken, geld en goed? Meedoen aan het koninkrijk der hemelen, ons leven delen ,samen met ontelbare anderen, onbekenden, uit andere religies, andere volken, andere culturen, bijeengeroepen van alle hoeken van de wereld en van de straten van onze stad? Zeker komen we dan ook deelnemers aan het feest tegen vanuit onze eigen groep, uitverkorenen, christenen zoals we onszelf noemen. Al zijn we misschien in de minderheid.

De feestzaal zal vol zijn. Een huis vol mensen, mensen van goede wil, nieuw en stralend. Wij weten niet wie het zijn. Eén is er die ons allen kent, bij name. Hij die ons bijeenriep. De Enige.

Lied:

Dit huis vol mensen, Weet jij wie het zijn, Ik mag het hopen. Heb je ons geteld, Ken je ons bij name? Dan ben je de enige (Enige)